Centraal-Afrikaanse Republiek

De heropflakkering van een nietsontziend conflict in vrijwel de hele Centraal-Afrikaanse Republiek leidde in 2018 tot extreem geweld op de burgerbevolking, die nog steeds gebukt gaat onder de gevolgen van de verscheurende burgeroorlog.

Tussen de brutale aanvallen op burgers, de moordpartijen en het seksuele geweld door bleef Artsen Zonder Grenzen levensreddende verzorging bieden. Hele dorpen en ontheemdenkampen werden platgebrand, waardoor de immense humanitaire behoeften nog nijpender werden.

Tegen eind 2018 telde het land bijna 650.000 ontheemden en liep het aantal Centraal-Afrikaanse vluchtelingen in de buurlanden op tot 575.000 (tegenover 540.000 in het begin van 2018).

Het conflict stond de toegang tot medische verzorging, voedsel, water en onderdak aanzienlijk in de weg. Ook onze capaciteit om in te grijpen werd beknot door de onveilige situatie in het land of door aanvallen op onze voorzieningen. Toch bleven we onze projecten voor lokale en ontheemde gemeenschappen in acht provincies en in de hoofdstad Bangui voeren, met primaire gezondheidszorg en spoeddiensten, kraamzorg en pediatrische diensten, traumachirurgie, en behandelingen voor malaria, hiv en tuberculose (tbc).

 

brug verwoest
Ook de infrastructuur in Bangassou kreeg zware klappen tijdens het conflict. Talloze gebouwen en routes hebben schade opgelopen. © AZG, mei 2017.

Ons antwoord op het toenemende geweld

Begin 2018 breidden we ons programma in Paoua uit naarmate de gewelddadige confrontaties tussen twee gewapende groeperingen uitmondden in grootschalige, blinde aanvallen op burgers. 90.000 mensen zijn toen immers hun huis ontvlucht. Ons team in Paoua, waar meer dan 75% van de ontheemden naartoe vluchtte, deelde drinkwater uit, verstrekte primaire gezondheidszorg, hield grootschalige vaccinatiecampagnes en volgde de gezondheidssituatie nauwgezet op.

Ook in Bangui ging de situatie van kwaad naar erger. In april en mei werkten onze teams de klok rond om de eerste hulp toe te dienen aan gewonden in de kraamkliniek van Gbaya Dombia in het district PK5. Patiënten die een chirurgische ingreep nodig hadden, werden overgebracht naar het ziekenhuis van Sica dat door Artsen Zonder Grenzen gerund wordt. Op 1 april kwamen op amper enkele uren tijd 70 gewonden het ziekenhuis binnen.

In april keerden we terug naar Bangassou. Vijf maanden eerder moesten we daar onze activiteiten nog opschorten na verscheidene incidenten die de veiligheid in het gedrang brachten. Een kleiner team in het regionale ziekenhuis legde de nadruk op levensreddende verzorging, inclusief de ondersteuning van de afdeling intensieve zorgen, de spoedafdeling en de afdeling neonatologie. In de afdelingen waar we geen medewerkers meer hadden, leverden we wel nog geneesmiddelen, financiële en materiële bijstand, en opleidingen. Ook in ontheemdenkampen waren teams van Artsen Zonder Grenzen actief, onder meer in Ndu, een dorp voorbij de grens met de Democratische Republiek Congo (DRC) waar veel mensen hun toevlucht zochten na het geweld in 2017.

In april moesten we onze activiteiten in Bambari tijdelijk terugschroeven na de gewelddadige plundering van onze faciliteit. Terwijl het dorp ooit nog werd bejubeld als schoolvoorbeeld van een geslaagde en duurzame ontwapening, werd het opnieuw tot een slagveld herleid en bestormden gewapende groeperingen het ziekenhuis waar we actief waren. Tegen eind juni draaide de faciliteit opnieuw op volle toeren en konden we onze brede medische programma’s blijven aanbieden aan oorlogsgewonden, zieke en ondervoede kinderen, en zwangere vrouwen die spoedchirurgie vereisten.

In november zochten 10.000 mensen hun toevlucht op de site van het ziekenhuis van Batangafo, dat door Artsen Zonder Grenzen wordt gesteund. Drie sites waar ontheemde gemeenschappen verbleven, werden immers platgebrand. Vervolgens werd het ziekenhuis ook nog eens bedreigd en ervan beschuldigd onderdak te bieden aan ‘vijanden’. Intussen werden er wegblokkades opgeworpen en werd de site omringd of betreden door strijders, waardoor de toegang tot verzorging in het gedrang kwam voor de talloze mensen in nood.

Enkele dagen later viel een gewapende groepering een ontheemdenkamp aan in Alindao. Daarbij kwamen minstens 100 mensen om het leven en sloegen meer dan 20.000 anderen op de vlucht naar dorpen in de buurt. Als antwoord stuurden we een team uit om in de dringendste medische behoeften te voorzien. Naast onze mobiele klinieken en vaccinatiecampagnes steunden we ook het gezondheidscentrum van Alindao en de spoedafdeling van het ziekenhuis. Bovendien organiseerden we de overbrenging naar Bambari van de patiënten die er het ergst aan toe waren.

Onze aanpak van de stille ‘moordenaars’ malaria en hiv

Het conflict bemoeilijkte de toegang tot gezondheidszorg nog verder en gooide olie op het vuur van chronische medische noodsituaties die al tientallen jaren smeulen in de CAR. Malaria blijft de grootste doodsoorzaak bij kinderen jonger dan vijf, terwijl hiv/aids de meeste levens eist bij volwassenen. We willen vooral een behandeling aanbieden voor deze ziekten en ze zo beschikbaar mogelijk maken.

In 2018 werden bijna 547.000 malariapatiënten behandeld, waaronder meer dan 163.000 in Bossangoa en Boguila alleen.

Om de dagelijkse uitdagingen in verband met hiv enigszins te verzachten, steunt Artsen Zonder Grenzen patiënten in Bossangoa, Boguila, Kabo en Batangafo bij het opzetten van groepen binnen de gemeenschap met een beurtrol om de antiretrovirale geneesmiddelen op te halen in de zorgvoorzieningen. In Carnot boden we in 2018 verzorging aan 1.775 hiv-patiënten en blijven we de hiv/aids-behandeling verder decentraliseren.

Waken over de gezondheid van vrouwen en kinderen

In Bangui begeleidden we bijna 9.600 bevallingen en boden we seksuele en reproductieve gezondheidszorg. We willen immers de ziekte en sterfte door obstetrische complicaties beperken alsook de gevolgen van onveilige abortussen, die de voornaamste doodsoorzaak zijn bij vrouwen die de kraamklinieken van Artsen Zonder Grenzen in de stad binnenkomen. We helpen de diensten voor gezinsplanning op verschillende manieren om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Zo bieden we condooms, anticonceptie-implantaten en pillen aan, maar indien nodig ook sterilisatie- of abortusingrepen.

Onze teams ondersteunden verder nog routinevaccinaties en organiseerden diverse grootschalige campagnes in 2018. In dergelijke, licht ontvlambare regio’s namen we elke gelegenheid te baat om kinderen te vaccineren en andere preventiemaatregelen te treffen, zoals het toedienen van ontwormingsbehandelingen of vitaminen en het uitdelen van muggennetten.

In oktober stuurden we een team naar Mbaïki, in de provincie Lobaye, om er een uitbraak van apenpokken onder controle te krijgen. We implementeerden een toezichtsysteem en behandelden een tiental patiënten. Een maand later wisten we een hepatitis E-uitbraak in de kiem te smoren in Bocaranga, in de provincie Ouham-Pendé.