Sociale media

  • NL
Open the menu

Malinese vluchtelingen overleven in moeilijke omstandigheden in de woestijn

Het conflict in Mali jaagt nog steeds tienduizenden mensen op de vlucht in de Sahel. Volgens de VN leven vandaag bijna 150.000 vluchtelingen in de vluchtelingenkampen van Burkina Faso, Mauritanië en Niger. Artsen Zonder Grenzen werkt sinds maart 2012 in deze kampen en geeft er basiszorg, moederzorg en volgt de voedingssituatie op.

© MSF-AZG. Mbéra, 2013.
© MSF-AZG. Mbéra, 2013.

Sinds januari 2012 zijn 67.000 vluchtelingen, voornamelijk vrouwen en kinderen, met de vrachtwagen of hun ezel aangekomen in de Mauritaanse grensstad Fassala. In Mbéra, een verloren dorpje in het midden van Mauritaanse woestijn op 30 km van de grens met Mali, blijven de vluchtelingen toestromen.

Het aantal vluchtelingen dat aankomt daalde de voorbije weken van 1000 per dag tot 400 per dag. In 2012 kwamen de vluchtelingen nog op een enigszins georganiseerde manier toe, maar de laatste weken zijn 14.000 vluchtelingen overhaast de steden Timboektoe, Léré, Goundam, Larnab en Nianfuke in het noorden van Mali ontvlucht.

De meesten hadden na een dagenlange vlucht nog slechts weinig persoonlijke bezittingen bij zich. “De recente ontwikkelingen in het conflict hebben paniek veroorzaakt bij de bevolking, die gevlucht is om niet in de frontlinie terecht te komen”, vertelt Karl Nawezi, verantwoordelijke voor de projecten van Artsen Zonder Grenzen in Mauritanië.

Slechte opvangomstandigheden

Op de grenzen met Burkina Faso, Mauritanië en Niger probeert Artsen Zonder Grenzen samen met de lokale overheden de eerste zorgen toe te dienen en de kinderen tussen 6 maand en 15 jaar in te enten tegen de mazelen. Sinds begin dit jaar zijn al bijna 12.000 medische raadplegingen uitgevoerd en zijn al meer dan 5.000 vaccinaties geregistreerd.

“Aan de grenspost Fassala zijn sommigen volledig uitgedroogd of vertoonden ze tekenen van vermoeidheid toen ze aankwamen”, zegt Nawezi Karl. Nadat ze geregistreerd zijn, moeten de vluchtelingen wachten in een transitkamp tot ze overgebracht worden naar het kamp van Mbéra waar ze volledig aangewezen zijn op humanitaire hulp om te overleven. Tot op vandaag blijft het aantal uitgedeelde tenten onvoldoende, zodat de mensen onder grote tenten samen zitten, waar ze blootgesteld zijn aan de gure weersomstandigheden.

Moedeloos door het wachten, zien ze zich genoodzaakt zelf beschutting tegen zandstormen en stof te maken, meestal met stromatjes en stukken stof die ze vinden. “Door de slechte leefomstandigheden kampen de vluchtelingen in Mauritanië, zoals elders, met diarree, infecties van de luchtwegen en van de huid”, zegt Karl Nawezi.

Ondervoede kinderen

Een voedingsonderzoek in Mbéra van november 2012 toonde dat bijna één op vijf kinderen (17%) ondervoed was en dat 4,6% van de kinderen ernstig ondervoed was nadat ze in het kamp waren aangekomen. “De grootste uitdaging is om de kinderen te vaccineren, hen te beschermen tegen malaria, en ervoor te zorgen dat ze voedsel krijgen dat aangepast is aan hun behoeftes”, zegt Karl Nawezi. Artsen Zonder Grenzen heeft voedingscentra opgezet om de kinderen die het meest ondervoed zijn op te vangen. Daar zijn al 1000 kinderen opgenomen, uit drie landen. Aan de zieke kinderen geeft men speciale melk en therapeutische voeding dat rijk is aan energie. Omdat deze kinderen gemakkelijker andere ziektes krijgen zoals mazelen, malaria, diarree, etc. is strikt medisch toezicht nodig.

Voor haar activiteiten in Mali ontvangt Artsen Zonder Grenzen geen fondsen van overheden en doet zij enkel beroep op privégiften. De organisatie werkt momenteel in Timboektoe, Gao, Ansongo, Douentza, Konna en Mopti. Sinds 2009 beheert Artsen Zonder Grenzen ook een pediatrisch ziekenhuis met 350 bedden in Koutiala, in het zuiden van het land. Artsen Zonder Grenzen werkt sinds 1992 in Mali.