Malinese vluchtelingen in Mauritanië: de inspanningen moeten worden voortgezet

De teams van Artsen Zonder Grenzen staan de 75000 Malinese vluchtelingen in het kamp van Mbera al sinds februari 2012 bij. Vandaag breiden we onze medische activiteiten nog verder uit. Hoewel de noodfase achter de rug lijkt te zijn, is nog lang niet alles onder controle. De leefomstandigheden van de vluchtelingen zijn nog steeds erbarmelijk. Hun gezondheidstoestand moet van dichtbij worden opgevolgd en de geleverde inspanningen moeten worden voortgezet. Dat vertelt dokter Louis Kakudji Mutokhe, dokter voor Artsen Zonder Grenzen in Mauritanië.

Fatiamata, 5 jaar © Nyani Quarmyne / AZG
Fatiamata, 5 jaar © Nyani Quarmyne / AZG

Is de voedingssituatie al verbeterd sinds de laatste toestroom van vluchtelingen in januari?

Louis Kakudji Mutokhe: “In januari is de situatie snel verslechterd door een nieuwe toestroom van mensen die het geweld in Mali zijn ontvlucht. Sindsdien, en ondanks de inzet van de verschillende organisaties in het kamp, blijft de voedingssituatie zorgwekkend. Elke maand zien onze voedingscentra gemiddeld 330 ernstig ondervoede kinderen. Dat zijn twaalf kinderen per dag die het risico lopen te sterven en die dus moeten worden opgenomen! Gelukkig kunnen we 85 procent van hen genezen."

Welke maatregelen nam Artsen Zonder Grenzen om de medische situatie te verbeteren?

Louis Kakudji Mutokhe: “We hebben een derde gezondheidspost gebouwd in de nieuwe zone van het kamp, om de toegang tot de gezondheidszorg te verbeteren. Zo vangen we meer dan 1800 patiënten per week op. Dankzij de hogere opvangcapaciteit, de versterking van de medische teams en de grotere inzet van gezondheidsvoorlichters kunnen we efficiënter te werk gaan: de kinderen komen sneller aan in het ziekenhuis en geven minder vaak hun behandeling op.”

“In samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid en Unicef hebben we ook vaccinatieteams georganiseerd in de hulpposten, om de normale vaccinatiecampagnes te versterken voor ziektes als difterie, polio, tetanus, mazelen, kinkhoest… Dat zijn immers gemakkelijk te voorkomen ziektes en vaccinatie blijft een van de beste middelen om kinderen te beschermen. In de strijd tegen malaria verwachten we dan weer een stijging van het aantal patiënten door het regenseizoen. We zullen ongeveer 45.000 muskietennetten uitdelen in het kamp en daarbij voorrang geven aan kinderen jonger dan vijf en aan zwangere vrouwen, die het kwetsbaarst zijn voor malaria.”

Kunnen we zeggen dat de situatie onder controle is?

Louis Kakudji Mutokhe: “De voorbije maanden hebben we veel inspanningen geleverd. Om een aanvaardbaar hulpniveau te behouden, moeten we ons echter nog meer inspannen. De situatie blijft zorgwekkend.”

“Het is weinig waarschijnlijk dat de vluchtelingen onmiddellijk naar Mali zullen terugkeren. Enkele gezinnen zijn wel al teruggekeerd, maar door de aanhoudende spanningen in het noorden van het land zullen niet alle vluchtelingen terugkeren. De laatste gezinnen die hier enkele weken geleden zijn aangekomen, zijn erg bang. Ze weigeren het kamp binnen te komen en blijven liever in Fassala, een stad aan de grens met Mali. Een andere grote groep vluchtelingen die in de loop van 2012 is aangekomen, keert liever nog niet naar Mali terug, uit angst voor vergeldingsacties.”

“De leefomstandigheden in het kamp blijven ook erg hachelijk: de voedselonzekerheid blijft duren, ook al zijn de voedselverdelingen aanzienlijk verbeterd. Een keer per maand krijgen kinderen tussen 6 en 24 maanden immers een rantsoen met CSB ++ (verrijkte mengeling van melk, olie en suiker), essentiële producten die hun groei bevorderen en ondervoeding tegengaan. Omdat de gezinnen echter weinig middelen hebben, worden die rantsoenen vaak met de oudere kinderen gedeeld. Dus geven we hen extra voedzame koekjes aan de gezinnen waar één van de kinderen aan ondervoeding lijdt. Het is moeilijk om echt optimistisch te zijn, omdat bepaalde fundamentele oorzaken van ondervoeding niet verholpen kunnen worden.”

Met welke andere moeilijkheden kampen jullie?

Louis Kakudji Mutokhe: “Door het regenseizoen worden de wegen modderig en wordt het moeilijker om het kamp van Mbera te bereiken. We proberen ons zo goed mogelijk voor te bereiden: we versterken de medische structuren voor een betere weerstand tegen water en zandstormen, we bereiden ons voor op de malariapiek, bestrijden diarree en luchtwegeninfecties die de grootste doodsoorzaken blijven, mobiliseren mensen om de toegang tot water en de hygiënische omstandigheden te verbeteren, we sporen de mensen aan om niet te lang te wachten voor ze medische hulp zoeken, enz.”

“Ten slotte vormt ook het gebrek aan medisch personeel een groot probleem. Artsen Zonder Grenzen heeft het erg moeilijk om medisch personeel te vinden dat in het kamp van Mbera, in het midden van de woestijn, wil werken, maar dat is nu eenmaal een essentiële voorwaarde als we de medische en voedingssituatie van de vluchtelingen willen verbeteren.”