Rapport AZG: nergens veiligheid voor vrouwen en meisjes in Darfur

Leestijd: Minuten
 

Nairobi, 31 maart 2026 — In Darfur, Soedan, vragen vrouwen dringend om bescherming, zorg en gerechtigheid, terwijl het seksueel geweld in de hele regio blijft voortwoekeren — zowel in actieve conflictgebieden als ver buiten de frontlinies. Dat waarschuwt Artsen Zonder Grenzen (AZG) in een nieuw rapport dat vandaag verschijnt.

Het rapport “There is something I want to tell you…”: Surviving the Sexual Violence Crisis in Darfur brengt getuigenissen van overlevenden samen met gegevens uit de medische programma’s van Artsen Zonder Grenzen. Het vormt een van de meest uitgebreid gedocumenteerde verslagen van seksueel geweld sinds het uitbreken van de oorlog in Soedan. Duidelijke patronen van wijdverbreid en systematisch misbruik komen aan het licht.

Tussen januari 2024 en november 2025 zochten ten minste 3.396 slachtoffers van seksueel geweld behandeling in door AZG ondersteunde faciliteiten in Noord- en Zuid-Darfur. Dit is echter slechts een fractie is van de werkelijke omvang omdat veel slachtoffers de zorg niet veilig kunnen bereiken. Vrouwen en meisjes maakten 97% uit van de slachtoffers die in AZG-programma’s werden behandeld.

cover of the report

Seksueel geweld is een kenmerkend aspect van dit conflict – niet beperkt tot de frontlinies, maar wijdverbreid in alle gemeenschappen,” aldus Ruth Kauffman, noodhulpmanager bij Artsen Zonder Grenzen. “Deze oorlog wordt uitgevochten ten koste van vrouwen en meisjes. Ontheemding, instortende ondersteuningssystemen in de gemeenschappen, gebrek aan toegang tot gezondheidszorg en diepgewortelde genderongelijkheid zorgen ervoor dat dit misbruik in heel Soedan voortduurt.

Uit getuigenissen van slachtoffers en medische gegevens van Artsen Zonder Grenzen blijkt dat soldaten van de Rapid Support Forces (RSF) en aanverwante milities verantwoordelijk zijn voor wijdverbreid en systematisch seksueel geweld tegen vrouwen.

Na de verovering van El Fasher – de hoofdstad van Noord-Darfur – door de RSF op 26 oktober 2025, behandelde Artsen Zonder Grenzen in november meer dan 140 overlevenden die de stad waren ontvlucht naar Tawila. 94% van hen was aangevallen door gewapende mannen, waarbij velen melding maakten van aanrandingen langs de vluchtroutes. De aanvallen waren wijdverbreid, werden vaak door meerdere daders in het bijzijn van familie gepleegd en waren opzettelijk gericht op niet-Arabische gemeenschappen, als middel tot vernedering en terreur, in navolging van eerdere wreedheden van de RSF, zoals bij de ontmanteling van het Zamzam-kamp.

In slechts één maand, tussen december 2025 en januari 2026, identificeerde Artsen Zonder Grenzen nog eens 732 overlevenden in ontheemdenkampen rond Tawila, waar vrouwen melding maakten van aanvallen zowel tijdens hun reis als binnen de kampen. Overvolle opvangcentra, een gebrek aan basisveiligheid en onveilige omstandigheden — waaronder verafgelegen waterpunten, onveilige badplaatsen en een beperkt aantal latrines — maakten hen nog kwetsbaarder.

Tot ver buiten de frontlinies

msf employee sitting down and talking to a group of women
clothes hanging to dry

Overlevenden beschreven aanvallen niet alleen tijdens gevechten, maar ook in alledaagse situaties – op wegen die worden gebruikt om aan het geweld te ontsnappen, op velden waar gezinnen voedsel verbouwen, en op markten en in ontheemdenkampen – wat aantoont dat seksueel geweld zich ver buiten de frontlinies uitstrekt.

In Zuid-Darfur, honderden kilometers verwijderd van actieve grondgevechten, werd 34% van de overlevenden aangevallen tijdens het bewerken van het land of op weg naar landbouwgrond, en 22% tijdens het verzamelen van brandhout, water of voedsel, wat benadrukt hoe geweld zich voordoet tijdens alledaagse activiteiten.

Ook kinderen behoren tot de overlevenden: in Zuid-Darfur was één op de vijf overlevenden jonger dan 18 jaar, waaronder 41 kinderen jonger dan vijf jaar.

Gegevens van Artsen Zonder Grenzen wijzen ook op patronen van systematisch misbruik, waarbij gewapende mannen verantwoordelijk zijn voor de meeste aanvallen — meer dan 95% in Noord-Darfur, terwijl in Zuid-Darfur bij bijna 60% van de gevallen meerdere daders betrokken waren.

Een overlevende beschreef het geweld dat ze onderging terwijl ze haar huis ontvluchtte:

“Ze brachten ons naar een open plek. De eerste man verkrachtte me twee keer, de tweede één keer, de derde vier keer. Naast de verkrachtingen sloegen ze ons met stokken en richtten ze geweren op mijn hoofd.”

Voor velen is de dreiging van geweld onderdeel geworden van het dagelijks leven:

Elke dag als mensen naar de markt gaan, zijn er gevallen van verkrachting. Ook als we naar de boerderij gaan, gebeurt het” zei een 40-jarige vrouw in Zuid-Darfur.

Overlevenden worden ook geconfronteerd met aanzienlijke belemmeringen voor zorg - waaronder onveiligheid, stigma en beperkte beschermingsdiensten. Seksueel geweld wordt gebruikt als oorlogswapen en als systematisch middel om burgers te controleren, wat in strijd is met het internationaal humanitair recht, aldus Artsen Zonder Grenzen.

Gemeenschapsleiders, verloskundigen, activisten en overlevenden in door Artsen Zonder Grenzen georganiseerde focusgroepen riepen op tot een onmiddellijk einde aan seksueel geweld in heel Soedan en eisten bescherming, toegang tot zorg en waardigheid — naast gerechtigheid en verantwoording.

Artsen Zonder Grenzen roept alle partijen in het conflict – waaronder de RSF en hun aanhangers – op om seksueel geweld te stoppen en te voorkomen en de daders ter verantwoording te roepen. Artsen Zonder Grenzen roept ook de Verenigde Naties, donoren en humanitaire actoren op om de gezondheids- en beschermingsdiensten in Darfur en heel Soedan dringend uit te breiden.

msf employee talking to two women
shoes