Sociale media

  • NL
Open the menu

35.000 vluchtelingen uit CAR in Kameroen en Tsjaad hebben dringend hulp nodig


22.000 Centraal-Afrikaanse vluchtelingen in het oosten van Kameroen en 13.200 vluchtelingen in het zuiden van Tsjaad hebben acuut voedsel, water en fatsoenlijk onderdak nodig, zegt Artsen Zonder Grenzen. De medische hulporganisatie doet een dringende oproep aan hulporganisaties en autoriteiten om in te grijpen.

© Laurence Hoenig
© Laurence Hoenig

Rond de 22.000 vluchtelingen uit de door oorlog verscheurde Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) zijn naar Kameroen gevlucht. Daar leven zij, verspreid langs de grens, in zonder enig vorm van fatsoenlijk onderdak. In de grensplaats Garoua-Boulaï schuilen mensen onder bomen, afhankelijk van de solidariteit van lokale inwoners die hen wat eten en kleding geven. Elke dag komen er nieuwe vluchtelingen bij. Deze mensen moeten zo snel mogelijk naar opvangkampen worden overgebracht zodat zij veiliger zijn én hulp kunnen krijgen.

In het oosten van Kameroen vond Artsen Zonder Grenzen vluchtelingen in het grensgebied die nog geen enkele hulp hadden gehad. Hulpverleners hebben direct een mobiele kliniek opgezet in de plaats Mboy. In Garoua-Boulaï werken hulpverleners van Artsen Zonder Grenzen hulpverleners in het districtshospitaal, bieden zij medische noodhulp op de locatie Pont-Bascule, zorgen ze voor drinkwater, hebben zij douches en latrines gebouwd en dekens en zeep uitgedeeld aan 4.000 vluchtelingen. In het transitkamp Mborguéné hebben zij een kliniek opgezet.

In het zuiden van Tsjaad bevinden zich 13.200 vluchtelingen uit CAR. Na een uitputtende reis in konvooien die onderweg belaagd werden, kampen zij nu met een tekort aan voedsel, drinkwater en hygiënische voorzieningen. ‘De laatste voedseldistributie in de plaats Sido was ruim vijf weken geleden, terwijl in de tussentijd er 8.000 vluchtelingen bij zijn gekomen,’ aldus Augustin Ngoyi, coördinator ter plaatse van Artsen Zonder Grenzen. ‘Zij hebben nog niets te eten gekregen, op een paar noodvoedingsbiscuits na.’ Het merendeel heeft zelf een onderdak proberen te maken; nieuwkomers schuilen onder bomen met alleen de kleren aan hun lijf ter beschutting.

De lokale autoriteiten in Sido doen hun best om hulp te verlenen, maar kampen met een groot gebrek aan middelen en ondersteuning. Artsen Zonder Grenzen opende half februari een kliniek in Sido en zal tevens een voedingscentrum opzetten.

Sinds eind december heeft de Tsjadische regering vele evacuaties per vliegtuig en truckkonvooien georganiseerd. ‘Deze evacuaties hebben veel levens gered. Maar de mensen zijn nu enorm kwetsbaar en hebben dringend hulp nodig. Het Wereldvoedselprogramma en de Tsjadische autoriteiten moeten hen onmiddellijk voorzien van voedsel,’ verklaart Sarah Chateau, coördinator voor Artsen Zonder Grenzen in Tsjaad.