Syrië

In Syrië werden woongebieden en burgerinfrastructuur, ook medische voorzieningen, in 2019 opnieuw onder vuur genomen. Duizenden mensen werden gedood of gewond en een veelvoud daarvan moest zijn woonplaats ontvluchten.

Artsen Zonder Grenzen is hulp blijven bieden in Syrië, maar onze activiteiten werden ingeperkt door onveilige situaties en omdat we niet altijd toestemming kregen om naar een bepaald gebied te trekken. In de gebieden waar we wel toegang kregen, hebben onze teams ziekenhuizen en gezondheidscentra geleid of gesteund. Daarnaast hebben we, op basis van onafhankelijke evaluaties van de medische noden, gezondheidszorg verstrekt in kampen voor ontheemden. In gebieden waar we niet fysiek aanwezig konden zijn, zijn we vanop afstand steun blijven bieden. We schonken geneesmiddelen, medisch materiaal en hulpgoederen, we leidden medisch personeel vanop afstand op, gaven technisch en medisch advies, en financiële steun om de werkingskosten van de voorzieningen te dekken.

Het noordwesten van Syrië

In het noordwesten van Syrië raakten honderdduizenden mensen ontheemd nadat het Syrische leger en zijn bondgenoten, met name Rusland, in april 2019 een offensief lanceerden in de provincie Idlib, het laatste bastion van de rebellen. Het grootste deel van die nieuwe golf ontheemden trok naar dichtbevolkte gebieden waar een tekort was aan drinkbaar water en medische zorg. Maar ze hadden niet veel keus, de meeste gebieden die als redelijk veilig werden beschouwd waren overbevolkt en de humanitaire hulp kon daarvoor al niet alle noden lenigen.

Bovendien werden er tijdens het offensief ook scholen, ziekenhuizen, markten en kampen voor intern ontheemden getroffen en beschadigd. Medische teams in ziekenhuizen die door Artsen Zonder Grenzen worden gesteund, hebben verschillende keren grote stromen slachtoffers moeten opvangen waarbij er soms 10 of meer gewonden tegelijkertijd binnenkwamen. Dat gebeurde vooral in augustus en vanaf eind oktober. Sommige ziekenhuizen die Artsen Zonder Grenzen steunt, werden beschadigd door bombardementen, andere moesten hun dienstverlening beperken of opschorten omdat ze vreesden geraakt te worden.

We hebben verschillende ziekenhuizen en klinieken in de gouvernementen Idlib en Aleppo gesteund met eerste- en tweedelijnszorg. In overleg met lokale partners en de directie van de gezondheidscentra hebben we hulp geboden, zowel ambulant als in de voorzieningen zelf, op de spoedeisende hulp, in operatiezalen en op kraamafdelingen. We zijn ook blijven inzetten op onze partnerships met drie referentieziekenhuizen. Dat houdt in dat we samen met de ziekenhuisleiding medische strategieën en protocollen uitwerken, alle diensten ondersteunen, geneesmiddelen en medisch materiaal schenken en dat we de werkingskosten (inclusief lonen) mee financieren.

In Atmeh leiden we een gespecialiseerd brandwondencentrum dat chirurgische ingrepen, huidtransplantaties, wondverzorging, kinesitherapie en psychologische ondersteuning aanbiedt. In 2019 werden er gemiddeld 150 ingrepen per maand uitgevoerd. Ernstige of gecompliceerde gevallen werden per ziekenwagen overgebracht naar Turkije. In Azaz, een grote stad waar steeds meer ontheemden hun toevlucht zoeken, zijn we de belangrijkste afdelingen van het Al-Salama-ziekenhuis blijven steunen.

Daarnaast hebben we in verschillende gezondheidsvoorzieningen vaccinatieprogramma’s ondersteund en hebben we zelf vaccinatiecampagnes uitgevoerd in en rond de kampen. In Idlib hebben we ook geholpen om bijna 100 patiënten die een niertransplantatie hadden ondergaan te voorzien van levensreddende geneesmiddelen en opvolging.

Als reactie op de toestroom van ontheemden in Idlib hebben we onze activiteiten in de kampen opgevoerd. We hebben extra hulpgoederen verdeeld, o.a. hygiënekits en matrassen, de water- en sanitatievoorzieningen versneld verbeterd en medisch noodmateriaal geschonken. Toen het militaire offensief werd opgevoerd, hebben we de mobiele klinieken die we in ontheemdenkampen leidden uitgebreid, boden we er algemene gezondheidszorg en moederzorg en behandelden we er niet-overdraagbare ziekten.

Het noordoosten van Syrië

In januari zetten we een grote noodactie op in het vluchtelingenkamp Al-Hol in het gouvernement Hassakeh. Dat kamp bood onderdak aan ongeveer 10.000 vluchtelingen, maar opeens kwamen daar 60.000 ontheemden bij. 94 procent van de inwoners van het kamp zijn vrouwen en kinderen. De meesten van hen zijn gevlucht uit Deir ez-Zor, het laatste bolwerk van Islamitische Staat. De politiek en het leger besturen het kamp met strakke hand. We startten met het verdelen van hulpgoederen en het verlenen van spoedeisende hulp in de ontvangstzone van het kamp. Daarna openden we een grote zorgvoorziening met een spoeddienst die de klok rond paraat stond en een voedingscentrum waar we patiënten konden opnemen.

We organiseerden de inwoners om de gezondheidssituatie mee in de gaten te houden, zetten voor het hele kamp water- en sanitatievoorzieningen op, werkten een programma uit voor wondverzorging in tenten, voor mensen die niet naar de klinieken konden komen, en we regelden doorverwijzingen naar een chirurgische afdeling van Artsen Zonder Grenzen in Tal Tamer. In een deel van het kamp waar buitenlanders zitten, de zogeheten ‘Annex’, openden we een tweede centrum voor eerstelijnszorg en zetten we water- en sanitatievoorzieningen op.

In oktober veranderde de situatie in het noordoosten van Syrië aanzienlijk. De coalitietroepen, aangevoerd door de VS, trokken verder naar het oosten. Het Turkse leger en gewapende Syrische oppositiegroepen lanceerden ‘Operatie Vredeslente’ in een poging de Koerdische YPG-strijders (de Volksbeschermingseenheden) te verdrijven uit een 30 km lange en 440 km brede strook langs de Turkse grens. Daardoor moesten we enkele projecten opschorten. Internationale medewerkers werden tijdelijk naar Irak geëvacueerd en enkele Syrische teams werden overgeplaatst naar andere delen in het noordoosten van Syrië.

In het kamp Ain Issa, in het gouvernement Raqqa, verstrekten onze teams tot oktober algemene gezondheidszorg, vaccinaties en geestelijke gezondheidszorg en stonden in voor water- en sanitatievoorzieningen. Toen sloot het kamp omdat de bewoners vanwege de gevechten en de onveilige situatie opnieuw op de vlucht gingen. Na het sluiten van het kamp steunden we het ziekenhuis van de plaatselijke gezondheidsautoriteit in Ain Issa. We schonken medische voorraden tot ook wij ons door de onveilige situatie moesten terugtrekken. Ook in het ziekenhuis in Tal Abyad, waar we meer dan 280 patiënten voor thalassemie behandelden, moesten we onze medische activiteiten staken nadat door Turkije gesteunde troepen het gebied hadden veroverd. Kort voor het einde van het jaar moesten we ons werk in het ziekenhuis stopzetten omdat de nieuwe machthebbers, na veel onderhandelen, niet toestonden dat we onze activiteiten hernamen.
 

In de stad Raqqa zijn we een centrum voor eerstelijnszorg blijven runnen. We bieden er spoedeisende hulp, ambulante consultaties, geestelijke gezondheidszorg en vaccinaties. Artsen Zonder Grenzen voltooide de herstelwerkzaamheden aan het Raqqa National Hospital en heeft daarna verschillende afdelingen opgezet en ondersteund, voor spoedhulp, opnames en postoperatieve zorg, voor algemene en orthopedische chirurgie en voor radiologie. Verder installeerden we er ook een bloedbank en een laboratorium. We blijven die activiteiten in het ziekenhuis ondersteunen door geregeld medische voorraden te schenken en de lonen van gezondheidswerkers te betalen.

We zijn de kraamkliniek in Koban/Ain Al-Arab, in het gouvernement Aleppo, blijven steunen door medische voorraden te sturen en de lonen van gezondheidswerkers te betalen. Op 12 plaatsen in het district zijn we ook de routinevaccinatieprogramma’s (EPI) blijven steunen en in Tal Abyad en Afrin hebben we ontheemde gezinnen hulpgoederen geschonken.
Door de tijdelijke evacuatie van onze internationale collega’s zagen we ons ook gedwongen onze activiteiten in Tel Kocher, in het gouvernement Hassakeh, op te schorten. We runnen daar een centrum voor eerstelijnszorg voor een kwetsbare Arabische gemeenschap en bieden daar pediatrische diensten aan voor zwangere vrouwen en patiënten met chronische pathologieën. Vanaf november hebben we bepaalde medische activiteiten kunnen hervatten en zetten we mobiele klinieken in om ontheemden in het vluchtelingenkamp Newroz te helpen.

In oktober verdeelden onze teams hulpgoederen aan ontheemden die in kampen, scholen of bij familie en vrienden verbleven in Tal Tamer, Hassakeh en het vluchtelingenkamp Newroz. We schonken hygiënekits, dekens en tenten. In Tel Kocher verdeelden we hygiënekits en dekens aan overstromingsslachtoffers. En toen bloedige gevechten een grote instroom van patiënten veroorzaakte, schonken we het nationaal ziekenhuis van Hassakeh 1.000 dekens en een triagetent.