Libië

In 2019 verergerde het opflakkerende geweld in Libië de situatie van migranten en vluchtelingen. Ze krijgen er geen enkele bescherming of hulp en veel mensen die het land via de Middellandse Zee probeerden te ontvluchten werden gedwongen ernaar terug te keren.

Volgens UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, telt het land meer dan 355.000 intern ontheemden en bijna 50.000 geregistreerde vluchtelingen.

In 2019 behandelde Artsen Zonder Grenzen mannen, vrouwen en kinderen die onrechtmatig werden vastgehouden in de detentiecentra van de Libische overheid, maar ook mensen die uit clandestiene gevangenissen van mensensmokkelaars waren ontsnapt. Onze teams verstrekten ook zorg aan mensen die de Libische kustwacht op zee had onderschept. De kustwacht wordt door de Europese Unie gefinancierd en verplicht de opvarenden terug te keren naar Libië, het land dat ze probeerden te ontvluchten.

In detentiecentra in Tripoli, Misrata, Khoms, Zliten en Dhar El-Jebel hebben de medische teams van Artsen Zonder Grenzen vooral medische klachten behandeld die het gevolg waren van of verergerd waren door erbarmelijke hygiënische omstandigheden. De overbevolkte centra hebben niet voldoende drinkwater, latrines en ventilatie en de gevangenen hebben nauwelijks toegang tot medische zorg. We hebben mensen behandeld voor schurft, luizen en vlooien, maar ook voor infectieziekten zoals tuberculose, een ziekte die zich door de barre leefomstandigheden makkelijk kon verspreiden. In Dhar El-Jebel zijn we tussenbeide gekomen in het detentiecentrum nadat 22 mensen aan tuberculose waren bezweken en hebben we 500 mensen behandeld. Onze teams hebben er ook patiënten behandeld voor ondervoeding, een gevolg van het voedselgebrek in de detentiecentra, en er acties rond geestelijke gezondheidszorg opgezet. Ze helpen er mensen die getraumatiseerd zijn doordat ze niet weten hoe lang ze opgesloten zullen blijven.
Men neemt aan dat de meeste migranten en vluchtelingen in onofficiële gevangenissen worden vastgehouden. Ze zijn dus volledig onzichtbaar. In Bani Walid hebben we medische zorg verstrekt aan mensen die erin geslaagd waren te ontsnappen. Velen van hen waren gefolterd.

Op 2 juli werd het detentiecentrum in Tajoura getroffen door een luchtaanval. Op zijn minst 53 mensen waren op slag dood. Het was de dodelijkste aanval op burgers sinds het begin van het conflict. We stuurden ziekenwagens en een medisch team om de overlevenden te verzorgen, en geestelijke gezondheidsmedewerkers om de mensen bij te staan die in shock waren en voor hun leven vreesden.

In de haven van Khoms hebben onze teams algemene gezondheidszorg verstrekt aan mensen die gedwongen naar Libië waren teruggekeerd. Onder hen ook minderjarigen en asielzoekers en mensen die een schipbreuk hadden overleefd.
De sluiting van detentiecentra zorgde ervoor dat steeds meer migranten en vluchtelingen op straat belandden. Ze werden aan hun lot overgelaten en vormden een makkelijke prooi voor mensensmokkelaars of werden het slachtoffer van geweld, dwangarbeid en uitbuiting. Toen het conflict verhevigde en ook Libische burgers leden onder de achteruitgang van de openbare gezondheidszorg, zijn we in Misrata gestart met ambulante consultaties.

Artsen Zonder Grenzen is de onaanvaardbare situatie in officiële en inofficiële detentiecentra blijven aanklagen. Daarnaast hebben we de VN ook opgeroepen om zijn activiteiten in Libië op te voeren en bescherming en hulp te bieden aan de vluchtelingen, asielzoekers en migranten die klem zitten in het land. We hebben ook gevraagd onmiddellijk een einde te maken aan het systeem van gedwongen terugkeer en ervoor gepleit alle migranten en vluchtelingen in Libië, een land in oorlog, naar een veilige plek te evacueren.