In lage- en middeninkomenslanden is de meest gebruikte test voor de diagnose van actieve tuberculose een microscopisch onderzoek van het sputum van de patiënt. Deze methode, die bijna 140 jaar geleden is ontwikkeld, detecteert slechts een klein deel van de gevallen. De ziekte kan hiermee doorgaans niet worden opgespoord bij kinderen en mensen die ook met hiv zijn geïnfecteerd en geen sputum kunnen produceren, noch bij mensen met een medicijnresistente vorm van tuberculose.
Er is een diagnostische test ontwikkeld, Xpert MTB/RIF, die we in veel van onze projecten gebruiken. Deze test kan echter niet worden gebruikt in veel contexten waar de middelen beperkt zijn.
De behandeling van tuberculose zonder complicaties duurt minimaal zes maanden.
Bij medicijnresistente tuberculose (MDR-TB) moeten vaak gedurende twee jaar of zelfs langer meerdere medicijnen worden ingenomen. Er worden proeven gedaan om deze duur terug te brengen tot zes tot negen maanden.
Het is van essentieel belang dat patiënten de behandeling volledig afmaken, ook als ze zich beter beginnen te voelen, omdat een onvolledige behandeling kan leiden tot het ontstaan van resistentie tegen de medicijnen.
Decentralisatie van de behandeling, waarbij patiënten thuis worden verzorgd, kan hen helpen om zich aan de behandeling te houden en eventuele obstakels te overwinnen.
Wanneer patiënten resistent zijn tegen de twee krachtigste eerstelijnsantibiotica (rifampicine en isoniazide), worden ze beschouwd als multiresistente tuberculose (MDR-TB).
De behandeling is lang en moeilijk en de medicijnen hebben veel mogelijke bijwerkingen, waaronder psychose en doofheid.
Patiënten kunnen tot twee jaar lang tot twintig tabletten per dag moeten innemen, met een genezingspercentage van amper meer dan 50 %.
UR-TB (ultraresistente tuberculose) treedt op wanneer een patiënt resistent is tegen tweedelijnsgeneesmiddelen. Slechts een derde van de mensen met UR-TB wordt genezen.
De meeste behandelingen tegen tuberculose zijn gebaseerd op oude en giftige geneesmiddelen. In de afgelopen tien jaar zijn echter drie nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld, de eerste in een halve eeuw: bedaquiline, delamanide en pretomanide. Helaas zijn deze vaak erg duur en niet (in voldoende hoeveelheden) beschikbaar.