Sociale media

  • NL
Open the menu

Zuid-Soedan: humanitaire patstelling in vluchtelingenkamp Yida

De Soedanese vluchtelingen zitten gevangen tussen complexe politieke standpunten die hun nu al benarde situatie nog verder dreigen te verslechteren.

© Yann Libessart/AZG-MSF. Yida, 2013.
© Yann Libessart/AZG-MSF. Yida, 2013.

Het vluchtelingenkamp van Yida, waar Artsen Zonder Grenzen (AZG) actief is sinds eind 2011, strekt zich intussen uit over een oppervlakte van bijna 1200 hectare in het noorden van Zuid-Soedan, in de staat Unity. In nauwelijks meer dan een jaar tijd is de bevolking er vervijfvoudigd tot bijna 75.000 vluchtelingen. Die zijn sinds juni 2011 op de vlucht voor het conflict waarin de regering van Khartoem en de Vrijheidsbeweging van het Volk van Soedan (Mouvement de Libération Populaire du Soudan - SPLM-N) in de Soedanese staat Zuid-Kordofan tegenover elkaar staan.

Veiligheid

Behalve de ongecontroleerde groei die de risico's voor de volksgezondheid doet toenemen, kent het kamp van Yida ook veiligheidsproblemen. Het kamp bevindt zich vlak bij de gebieden die gecontroleerd worden door de SPLM-N aan de andere kant van de grens, en wordt er vaak van beschuldigd als achterban te dienen voor de rebellen, waardoor het een mogelijk doelwit wordt. Tegen de achtergrond van de internationale inspanningen om de relaties tussen Soedan en Zuid-Soedan te verbeteren sinds hun splitsing in juli 2011, is het de bedoeling het kamp van Yida te ontmantelen of op zijn minst te verkleinen en de vluchtelingen uit de rebellengebieden weg te halen.

Daarom zijn de regering van Zuid-Soedan en het agentschap van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR) begin april begonnen nieuwkomers onder te brengen in een ander kamp in Ajuong Thok, ruim 70 km naar het oosten. Wie weigert, krijgt geen hulp meer, tenzij in geval van ernstige ziekte.

William Babiker, zijn vrouw, hun zes dochters en drie zonen vertrokken eind maart uit Zuid-Kordofan naar Yida. “We hadden niets meer te eten. Na drie dagen lopen, zijn we ons gaan registreren om voedsel te krijgen. De mensen van de Verenigde Naties zeiden dat we eerst naar Ajuong Thok moesten gaan, waar we niemand kennen. Bijna een maand lang hebben we overleefd door bladeren te eten en dankzij de hulp van onze vrienden. Pas nadat drie van mijn kinderen zwaar ondervoed waren geraakt, kregen we eindelijk een rantsoenkaart."

Etnische afkomst

In Yida worden de vluchtelingen opgedeeld volgens hun etnische afkomst. Madi Moussa Sanduk is het hoofd van de Trawi, afkomstig uit het Nuba-gebergte: "Door naar Ajuong Thok te gaan, zouden we dichter bij onze vijanden komen, de Soedanese militairen. De mensen zijn dus bang om erheen te gaan en ze willen niet van hun stam gescheiden worden. Sommige keren zelfs liever terug naar Zuid-Kordofan, waar ze tegen de anderen zeggen niet meer naar Yida te komen." Sinds enkele weken is de instroom van nieuwkomers inderdaad verminderd, terwijl er nauwelijks enkele honderden vluchtelingen werden overgebracht naar het kamp van Ajuong Thok, dat bedoeld was om er 20.000 op te vangen. Bovendien dreigt de weg ernaartoe binnenkort onbegaanbaar te worden tijdens het regenseizoen.

"Yida is inderdaad verre van ideaal. Het lijkt wel alsof de vluchtelingen instructies hebben gekregen om geen stap te verzetten en het valt niet te ontkennen dat een deel van het voedsel dat wordt uitgedeeld, in Zuid-Kordofan terechtkomt," aldus Duncan McLean, programmaverantwoordelijke voor AZG. "Maar de nieuwkomers alle hulp ontzeggen, kan hun gezondheidstoestand alleen maar doen verslechteren. Vergeet niet dat twee derde van de vluchtelingen vrouwen en kinderen zijn."

Risico op ondervoeding

Nu al verblijven meer dan 1.500 mensen die na 1 april in Yida aankwamen er zonder rantsoenkaart. Velen zijn zelfs niet geregistreerd en zijn moeilijk te identificeren. "Om te kunnen eten, moeten ze delen met degenen die wel voedsel krijgen, wat het risico op ondervoeding verhoogt," zegt Corinne Torre, coördinatrice van de activiteiten van AZG ter plaatse. "De prioriteit bestaat erin alle bewoners van Yida te helpen het regenseizoen door te komen. Er ontbreken nog waterpunten, latrines, muskietennetten, hygiëneproducten en plastic zeilen. We vrezen een felle opstoot van besmettelijke ziekten. In 2012 vond ongeveer 75 % van de ziekenhuisopnamen ten gevolge van malaria en luchtwegeninfecties plaats tussen juni en oktober.”

Tenzij er een belangrijke evolutie komt in het conflict tussen de SPLM-N en de Soedanese strijdkrachten, zal de regen het probleem in verband met de locatie van Yida gewoon zes maanden opschuiven, zonder enige oplossing. Duncan McLean: “Zuid-Kordofan blijft een oorlogsgebied waar Khartoem nog altijd geen humanitaire organisaties toelaat. De burgerbevolking heeft nood aan een plek waar ze heen kunnen om te schuilen, en sinds bijna twee jaar, of men het wil of niet, heet die plek Yida.

AZG is sinds oktober 2011 actief in Yida en beheert hier momenteel een centrum voor primaire gezondheidszorg (gemiddeld 10.000 consultaties per maand), een ziekenhuis met 60 bedden, een eenheid voor de behandeling van ondervoeding, en mobiele medische teams die het kamp doorkruisen. AZG is ook betrokken bij de drinkwaterbevoorrading en de bouw van latrines. Tussen mei 2012 en mei 2013 heeft AZG in Yida bijna 3000 kinderen verzorgd die aan zware ondervoeding leden.