Sociale media

  • NL
Open the menu

Uganda: Hulp voor congolese vluchtelingen

Bijna 50.000 Congolese vluchtelingen staken de grens met Uganda over na de aanval op Kamango, een dorp in Noord-Kivu in Congo. Artsen Zonder Grenzen is actief in een transitkamp nabij Bundibugyo, waar zo’n 20.000 mensen leven, en in de grensgebieden waar vluchtelingen verblijven. We maken de balans op met Ruben Pottier, landverantwoordelijke in het Oegandese Kampala.

© Andres Romero / AZG
© Andres Romero / AZG

Hoeveel mensen zijn er tot op vandaag in Uganda aangekomen?

We schatten dat zo’n 40.000 tot 50.000 mensen de grens hebben overgestoken en hier in Uganda hun toevlucht hebben gezocht. Toch blijft het gissen naar het exacte aantal, omdat heel wat vluchtelingen zich in verschillende dorpjes langs de grens hebben gevestigd, in scholen of bij gezinnen die hen wilden opvangen. Het aantal mensen in het Bubukwanga-kamp (een transitkamp van de VN-organisatie voor vluchtelingen, op zo’n 18 km van de grens, naast de stad Bundibugyo) wordt dan weer op 20.000 geschat. 17.000 onder hen zijn al geregistreerd.

Hoe zijn de sanitaire voorzieningen in het kamp?

Een van onze grootste zorgen is de voorziening van drinkbaar water. We zitten momenteel immers aan een volume van 10 liter water per persoon per dag, wat onvoldoende is. We willen dat optrekken tot 15 liter per persoon per dag, het vereiste minimum in noodsituaties. Vandaag wordt nog niet aan alle behoeften voldaan maar daar moet in de eerstvolgende dagen verandering in komen, met name wanneer de vrachtwagens met grote voorraden arriveren. Wat ons ook zorgen baart, is de hygiëne en het sanitair. We moeten snel waterkranen en latrines voorzien, want momenteel tellen we maar 1 latrine voor 100 tot 120 personen, terwijl de norm op 1 latrine voor 60 personen ligt. Ons doel is om het risico op epidemieën zo goed mogelijk in te dijken.

En de gezondheidstoestand van de vluchtelingen?

Het gezondheidscentrum van Bubukwanga waar we actief zijn, telt al 20 bedden voor hospitalisatie, waaronder 10 in de kraamafdeling, die vandaag allemaal bezet zijn. We hebben ook een tent geplaatst om het aantal bedden op te trekken tot 30. Sinds 18 juli voeren we tot meer dan 300 consultaties uit per dag, vooral voor kinderen met infecties aan de luchtwegen, gevallen van malaria of mensen met diarree door de slechte waterkwaliteit. Wat dat betreft, moeten we dus erg waakzaam blijven.

Uit voorzorg vaccineren we kinderen tussen 9 maanden en 15 jaar oud tegen mazelen. Tot nu toe werden al 2.600 van de naar schatting 6.000 kinderen gevaccineerd tegen mazelen. En dan tellen we nog niet eens de kinderen mee die zopas zijn gearriveerd. Terwijl we het vaccin toedienen, gaan we ook na of de kinderen voldoende voeding krijgen. We constateren immers dat het aantal ondervoede kinderen hoog ligt: er worden er momenteel 130 opgevolgd.

In welke omstandigheden leven de vluchtelingen in het kamp?

De organisatie komt hier stap voor stap en soms erg moeizaam op gang. We maken afspraken met de andere organisaties ter plaatse: wie doet wat, wie neemt wat voor zijn rekening? Heel wat vluchtelingen leven in een geïmproviseerde hut die ze zelf hebben opgetrokken. We wachten nog op nieuwe tenten waar de vluchtelingen in terecht kunnen tot het de VN-organisatie voor vluchtelingen onderdak voorziet. Bubukwanga is een transitkamp waar de vluchtelingen enkele dagen kunnen blijven voor ze naar een permanent kamp kunnen worden overgebracht. Ze krijgen er ook de meest noodzakelijke dingen: kookgerei, jerrycans voor water, zeep, enz. Daarnaast verschaft het Wereldvoedselprogramma bonen, maïsbloem, havervlokken …

Hoe zit het met de vluchtelingen buiten het kamp?

De VN proberen alle vluchtelingen in dorpen, scholen en langs de grens te overtuigen naar het transitkamp te komen. Het kamp moet in de volgende dagen overigens zelf naar een permanente plaats verhuizen.

We voerden een korte evaluatie uit van de mensen die bij gastgezinnen zijn ingetrokken. Uiteindelijk liggen hun noden minder hoog. De bevolking leeft sterk verspreid, waardoor de impact op de gezondheidscentra erg beperkt blijft. Voor die mensen kunnen we eventueel nog een vaccinatiecampagne tegen mazelen voeren en de gevallen van ondervoeding opsporen.