Sociale media

  • NL
Open the menu

Mauritanië: Ondervoeding dreigt voor Malinese vluchtelingen wegens onderbreking voedseldistributie

Artsen Zonder Grenzen (AZG) vreest dat een onderbreking van de maandelijkse voedseldistributie in juli voor de 49.500 Malinese vluchtelingen in het kamp van Mbera zal leiden tot een stijging in het aantal gevallen van acute ondervoeding. AZG verstrekt medische zorgen en voedingstherapie in het kamp en roept de internationale geldschieters op om ervoor te zorgen dat de kampbewoners in Mbera voldoende voedsel krijgen.

Abukabri, 10 maand oud. © Avril Benoit/MSF

Een zorgelijke situatie

Toen AZG in 2012 haar activiteiten in het kamp opstartte, leed zo'n 20 % van de bewoners aan acute ondervoeding,” vertelt dr. Mahama Gbané, medisch coördinator voor AZG in Mauritanië. “Samen met organisaties als het Wereldvoedselprogramma (WFP) slaagden we erin om dat cijfer naar zo'n 9 % te brengen. Het zou echter tragisch zijn als de gezondheid van de meest kwetsbare personen opnieuw zo'n rampzalig niveau zou bereiken.

Omwille van financiële problemen slaagde het WFP er deze maand niet in de nodige fondsen te vinden voor de algemene voedseldistributie. Ook het hoog commissariaat voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR), dat instaat voor het beheer van het kamp, zoekt naar een alternatieve oplossing voor het gebrek aan middelen.

Die beslissing brengt de nu al erg precaire situatie nog verder in het gedrang. In juni werd immers al minder voedsel geleverd. Zo werd het rijstrantsoen van 12 kg per persoon naar 5,4 kg gebracht. Toen de algemene voedseldistributie in maart 2015 voor het eerst werd onderbroken, tekende zich een duidelijke stijging af in het aantal ondervoede kinderen dat door AZG werd behandeld. De organisatie nam toen 79 gevallen op, tegenover 30 gevallen in de maand voor de onderbreking.

Een droog gebied

De bewoners van het kamp van Mbera zijn in 2012 naar Mauritanië gevlucht toen er in het noorden van Mali oorlog uitbrak. Onlangs nog vonden er opnieuw gevechten en plunderingen plaats in het gebied. Of ze al dan niet overleven in de woestijn – waar de temperaturen kunnen oplopen tot 50 °C en waar geregeld zandstormen opzetten – is in sterke mate afhankelijk van humanitaire hulp. Hoewel sommige bewoners erin geslaagd zijn een veestapel te onderhouden, deden herhaaldelijke periodes van droogte het aantal graaslanden in de Sahel aanzienlijk slinken.

De vluchtelingen hebben geprobeerd om gezamenlijke moestuinen aan te leggen, maar de verzengende hitte, de zandstormen en de insecten hebben het grootste deel van de gewassen verwoest,” aldus Maya Walet Mohamed, verantwoordelijke van het vrouwencomité in het kamp. “Nu de mensen omwille van de ramadan een maand lang overdag vasten, komt de onderbreking in de voedseldistributie nog harder aan. Er is momenteel vrijwel geen voedsel om na zonsondergang het vasten te verbreken.”

Na drie jaar ballingschap hebben de meeste vluchtelingen hun schaarse bezittingen verkocht om andere bronnen van voedsel aan te schaffen. Nomadenvolkeren leven immers hoofdzakelijk van vlees en melk, voedingsmiddelen die niet door het WFP worden geleverd. Vandaag zijn die bijkomende voedingsmiddelen echter heel schaars geworden. “Wanneer de dieren sterven of hun waarde verliezen door de droogte, wordt de situatie niet alleen voor de vluchtelingen, maar ook voor de Mauritaniërs erg moeilijk,” stelt Maya Walet Mohamed.