Sociale media

  • NL
Open the menu

Extreem geweld bij aanvallen in Zuid-Soedan

In de Zuid-Soedanese staat Jonglei krijgen burgers het bij gevechten tussen de gemeenschappen nog steeds zwaar te verduren. Drie weken na de gewelddadige aanval op de stad Pibor en de omliggende dorpen in Pibor County komen er nog steeds gewonden aan in het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen in Pibor.

Velen raakten gewond in de brousse, waar duizenden schuilden omdat ze bang waren om terug te keren naar hun dorpen. De teams van Artsen Zonder Grenzen behandelen ernstige wondinfecties, die soms al verschillende weken oud zijn. Sinds Artsen Zonder Grenzen het noodhulpproject in Pibor opnieuw opende op 7 januari, heeft de organisatie al 46 patiënten met schotwonden behandeld, waarvan meer dan 20 vrouwen en kinderen. Nog eens 33 patiënten werden behandeld voor steekwonden en slagen en verwondingen.

Het geweld in Pibor is geen alleenstaand geval. In augustus 2011 werden het stadje Pieri, in het noorden van de staat Jonglei, en de omliggende dorpen aangevallen, waarbij massaal veel dorpelingen gedood werden. In de voorbije zes maanden hebben in totaal 185 zwaargewonde patiënten hulp gezocht bij teams van Artsen Zonder Grenzen in Lankien, Pieri en Yuai. Na een aanval op het dorp Wek, op 11 januari, hadden 13 mensen dringend chirurgie nodig.

 “We zien een opeenvolging van aanvallen en represailles in heel het noorden van Jonglei,” aldus Jose Hulsenbek, landverantwoordelijke bij Artsen Zonder Grenzen. “De burgers in dit vrezen dat ze hun huizen moeten achterlaten of dat ze gedood zullen worden.”

Na de aanval op Pibor vernam Artsen Zonder Grenzen op 16 januari het tragische nieuws dat Allan Rumchar, een nachtwaker van Artsen Zonder Grenzen, en zijn vrouw, gedood waren. Drie weken na de aanval zijn nog steeds 27 mensen van het lokale personeel (156 mensen) vermist. Artsen Zonder Grenzen maakt zich erg bezorgd om hen.

Een kenmerk van de aanvallen in Jonglei is het extreme geweld. Een vrouw die in Pibor door Artsen Zonder Grenzen voor een schotwond behandeld werd, zei dat ze naar de brousse gevlucht was met haar man, kinderen en 15 andere familieleden. Na een vlucht van elf uur werden ze gevonden door een groep mannen, die hen beschoten. “We verspreidden ons. Ze schoten me in het bovenbeen en op mijn baby die op mijn rug hing. Ik probeerde me te verstoppen in het hoge gras, maar ze vonden me omdat mijn baby aan het huilen was. Ze begonnen mijn dochter te slaan tot ze stil was en toen lieten ze ons voor dood achter.”

In Lekwongole, een dorp ten noorden van Pibor waar Artsen Zonder Grenzen een kliniek leidt, staat nog nauwelijks iets recht. Van die kliniek zijn enkel de betonnen vloer en de muren over.  Karel Janssens, projectverantwoordelijke bij Artsen Zonder Grenzen, zegt: “De mensen hebben me verteld dat ze tijdens de dag hun schuilplaats durven te verlaten om op zoek te gaan naar voedsel of medische hulp. Maar ‘s nachts keren ze terug naar hun schuilplaats in de brousse, waar ze malaria of infecties aan de luchtwegen kunnen oplopen.” In Pibor werd ongeveer de helft van de patiënten sinds 7 januari voor malaria behandeld, omdat mensen daaraan blootgesteld worden als ze in de brousse overnachten.

De situatie wordt erg zorgwekkend, omdat alle gewapende groepen hun geweld doelbewust richten op de bevolking. Ziekenhuizen, gezondheidscentra en waterbronnen zijn doelwitten geworden voor alle strijdende partijen. We geloven dat het hun tactiek is om mensen van basisbehoeften te beroven, net wanneer ze die het hardst nodig hebben, na hun vlucht naar de brousse. Colette Gadenne, programmamanager bij Artsen Zonder Grenzen, is echter nog meer bezorgd over de aanval op burgers zelf: “Na die aanvallen zien we hier veel vrouwen en kinderen die beschoten, neergestoken of geslagen werden. Ze proberen zich te verschuilen, maar vluchten is blijkbaar niet genoeg.”

In een verslag van december 2009,‘Facing up to Reality: Health crisis deepens as violence escalates in Southern Sudan’, documenteerde Artsen Zonder Grenzen het toenemende geweld in Jonglei en in Upper Nile, en de groeiende impact ervan op de burgerbevolking. Dat jaar behandelde Artsen Zonder Grenzen 392 patiënten die door geweld gewond raakten en schatte de organisatie het aantal vluchtelingen op 86.000. De situatie is nog niet verbeterd. In de voorbije zes maanden heeft Artsen Zonder Grenzen meer dan 250 patiënten verzorgd die door het geweld in de staat Jonglei gewond raakten, het merendeel vrouwen en kinderen.