Sociale media

  • NL
Open the menu

Duinkerke, waar families met kinderen in de modder leven

Nicolas Robichez is logistiek medewerker voor Artsen Zonder Grenzen en werkt al twee maanden in het vluchtelingenkamp van Grande-Synthe, bij Duinkerke. Daar leven 2000 vluchtelingen in mensonwaardige omstandigheden.

 

Vluchtelingen in het kamp van Grande-Synthe. © Mohammad Ghannam/AZG
Vluchtelingen in het kamp van Grande-Synthe. © Mohammad Ghannam/AZG

“Twee maanden geleden ontdekte ik dit kamp. Toen woonden er zo’n 800 mensen en maar heel weinig kinderen. Vandaag zijn er meer dan honderd gezinnen. Vrijwilligers hebben een schooltje opgezet waar een Koerdische leerkracht lesgeeft. Maar hoe lang kan zoiets duren? Iedereen hier droomt ervan naar Engeland te gaan?

Volgens een bepaald gerucht kan je beter via Duinkerke dan via Calais naar Engeland proberen geraken. Dat verhaal heeft de bevolking van het kamp doen verdubbelen. Vandaag zijn hier naar schatting 2000 vluchtelingen. Dat komt ook omdat het nabijgelegen kamp van Tetegem ontruimd is. Die vluchtelingen werden overgebracht naar andere plaatsen in Frankrijk, maar sommigen zijn toch weer naar hier gekomen.

Afschuwelijke levensomstandigheden

Mensen leven hier in de modder en tussen beekjes water. Ze slapen in het slijk. Om dat te verhelpen, hebben vrijwilligers tenten opgezet. Heel wat mensen komen de vluchtelingen in Grande Synthe helpen, zeker in het weekend. Daar zijn veel Belgen bij, maar ook Nederlanders, Duitsers…

Het nadeel is dat we veel van de gegeven spullen nadien in de modder terugvinden. En dat trekt ratten aan… Op ons aanraden heeft de burgemeester besloten twee keer per week de ratten te bestrijden. Het gif wordt in de holen gestrooid, om te vermijden dat de kinderen in het kamp eraan komen.

Proberen het kamp te beheren

Om de ongeorganiseerde bedeling van goederen wat te structureren, hebben we een klein centrum opgezet: een open container met een tent ervoor. We nemen ook contact op met de schenkers om hen te vragen alleen echt nuttige spullen te brengen. Naast het kamp willen we een loods opzetten waar alle spullen verzameld en gesorteerd kunnen worden. En daarna willen we dat deel van de hulpverlening aan een andere organisatie overdragen.

Ik denk dat Artsen Zonder Grenzen de vrijwilligersorganisaties, de vluchtelingen en de lokale overheid met mekaar kan doen samenwerken. De burgemeester is hier erg actief. Hij heeft bijvoorbeeld ook sanitaire blokken laten installeren.

Vrijwilligers maken geregeld het sanitair schoon, maar het onderhoud is een algemeen probleem. We gaan het sanitair daarom opknappen. Ook het opkuisen van alle vuil is een gezamenlijk project. We delen vuilniszakken uit en de vluchtelingen hebben besloten één keer per week een grote schoonmaak te houden.

Maar ondanks al onze inspanningen, blijven de mensen in Grande-Synthe in de modder leven en in de koude slapen, ook families met kindjes van soms maar enkele maanden oud. Het is onmenselijk.”