Sociale media

  • NL
Open the menu

Bentiu, Zuid-Sudan: AZG veroordeelt gruwelijk geweld

Artsen Zonder Grenzen veroordeelt de gruwelijke wreedheden die plaatsvonden tijdens en na gevechten op 15 april in Bentiu, Zuid-Sudan. Ooggetuigen spreken van afschuwelijke, doelgerichte moordpartijen, waaronder in het staatsziekenhuis in Bentiu. Artsen Zonder Grenzen maakt zich buitengewoon zorgen om het escalerende en extreme geweld in het land.

De levensomstandigheden in het vluchtelingenkamp zijn allesbehalve goed. © Hosanna Fox/AZG
De levensomstandigheden in het vluchtelingenkamp zijn allesbehalve goed. © Hosanna Fox/AZG

‘Wat ik in Bentiu heb gezien, is onmenselijk: dode lichamen van burgers in de straten, op verschrikkelijke wijze toegetakeld, waar nu de honden en vogels van eten,’ zegt landencoördinator Raphael Gorgeu. ‘Het geweld in Zuid-Sudan heeft een bijzonder nare wending genomen en ontneemt mensen hun waardigheid. Dit is echt vreselijk om te zien.’

Op basis van ooggetuigenverslagen concludeert Artsen Zonder Grenzen dat er in en rond het staatsziekenhuis in Bentiu minstens 33 mensen zijn gedood, waaronder een Zuid-Sudanese gezondheidswerker.

"Ze namen 22 Darfuri mee naar achteren. 21 van hen hebben ze vermoord. Alleen het kind hebben ze gespaard."

"In één gebouw werden vier Nuer mannen en een Nuer vrouw om het leven gebracht. Eén van hen werkte voor het ministerie van Volksgezondheid."

"Die ochtend vielen soldaten het ziekenhuis binnen. Ze schoten op mensen die wegrenden of zich probeerden te verbergen."

"Er waren heel veel mensen in de moskee, ook Ethiopiërs, Eritrezen, Sudanezen en vrouwen en kinderen. Mannen in uniform vielen binnen, eerst één groep en toen nog één. Nog een groep kwam binnen en begon op mensen te schieten."

"Rebellen kwamen de moskee binnen en begonnen ons ervan te beschuldigen dat we aan de kant van de regering stonden. Ze namen ons geld af en begonnen op ons te schieten."

Gewonden en vluchtelingen

‘Onze eigen hulpverleners hebben de verhalen gehoord van de wreedheden die plaatsvonden op het ziekenhuisterrein,’ zegt operationeel manager Chris Lockyear. ‘Patiënten waren niet specifiek een doelwit, maar mensen die het ziekenhuis probeerden te ontvluchten werden op basis van hun afkomst en affiliaties aangevallen. Weer zien we in Zuid-Sudan dat ziekenhuizen – plekken die juist veilig zouden moeten zijn – onder vuur liggen.’

Twee getuigen vertelden dat een groep van 21 mensen van Darfurese afkomst uit het ziekenhuis werden geleid en elders op het terrein werden neergeschoten. In het ziekenhuis zijn meerdere mensen vermoord. Na de gevechten stuurde Artsen Zonder Grenzen extra chirurgen en medisch materiaal naar het conflictgebied. Tot dusver zijn er ruim 230 mensen met schotwonden behandeld.

Bij de gevechten zijn duizenden mensen naar nabijgelegen VN-bases gevlucht. Daar verblijven nu naar schatting ruim 22.000 mensen. De aanwezige hulporganisaties kunnen de enorme toestroom van vluchtelingen nauwelijks aan en ziekte-uitbraken dreigen. Er is momenteel maar 1 toilet voor elke 130 mensen en slechts 6 liter water per persoon per dag (terwijl 15 liter het minimum is tijdens een noodsituatie). De vluchtelingen worden geconfronteerd met een verschrikkelijke keuze: de erbarmelijke leefomstandigheden in de kampen of de onveiligheid erbuiten.

Uitspreken tegen geweld

Artsen Zonder Grenzen heeft zich sinds de start van het conflict herhaaldelijk uitgesproken over het geweld in Zuid-Sudan. ‘Wij blijven ons inzetten voor de slachtoffers, maar we zijn geschrokken dat het conflict zo volledig uit de hand is gelopen,’ zegt Gorgeu.

‘De hulp van organisaties als Artsen Zonder Grenzen is niet onbegrensd. Alle partijen in het conflict hebben de morele en juridische verantwoordelijk om burgerslachtoffers te voorkomen en medische en humanitaire hulp te respecteren. Het wordt tijd dat de overheid én oppositiepartijen actie ondernemen.’

OOGGETUIGENVERSLAGEN

De wreedheden in Bentiu zijn waargenomen door verschillende medewerkers en patiënten van Artsen Zonder Grenzen. Hun getuigenissen zijn, omwille van veiligheidsredenen, anoniem.

 

Ooggetuige ziekenhuis 1

‘Rond half 7 in de ochtend begonnen de gevechten. Burgers en overlopers vluchtten naar het ziekenhuisterrein. Drie uur later kwamen de oppositietroepen het terrein op, op zoek naar overlopers. De soldaten beschuldigden ons ervan de kant van de regering te kiezen; ze zeiden dat iedereen die in Bentiu bleef terwijl het in handen van de regering was, een verrader was. We zeiden dat wij medisch personeel waren.

Ze dreven overlopers bij elkaar. Onder hen iemand van het ministerie van Volksgezondheid - een Darfuri, een Nuer vrouw en twee Nuer mannen. De Darfuri verzetten zich en de hele groep werd gedood. Ze namen 22 Darfuri mee naar achteren. 21 van hen hebben ze vermoord. Alleen het kind hebben ze gespaard. Later zag ik de lijken van drie Darfuri’s die aan de voorzijde van het ziekenhuis waren omgebracht en nog drie andere in het ziekenhuis zelf.

Ik was er toen gewonde Darfuri’s uit de moskee werden binnengebracht. Andere, geüniformeerde patiënten sloegen en beroofden hen – ze wilden hen niet in het ziekenhuis hebben. Nadat de soldaten weg waren, ben ik naar het UNMISS-terrein gegaan – ik voel me niet meer veilig in het ziekenhuis. Veel mensen hebben familie in beide legers. Ik ben bang om het UNMISS-terrein te verlaten.’

 

Ooggetuige ziekenhuis 2

‘De Anti-Overheidstroepen kwamen rond half 10. Ze zeiden tegen iedereen dat ze naar buiten moest komen en zich niet verschuilen. Ze zeiden: we zoeken overlopers, geen burgers. Ze doorzochten kamer voor kamer, ze zochten onder de gebouwen. Ze doodden iedereen die niet meewerkte of zich verzette om weggevoerd te worden.

Drie Darfuri’s werden aan de voorzijde van het ziekenhuisterrein vermoord, twee Darfuri’s en een Dinka werden omgebracht in de buurt van de poort achter. In één gebouw werden vier Nuer mannen en een Nuer vrouw om het leven gebracht. Eén van hen werkte voor het ministerie van Volksgezondheid. Buiten dat gebouw werd een Darfuri gedood. En nog meer achter het terrein.

Het zal moeilijk zijn om het werk in het ziekenhuis te doen nu: van de 54 verplegers zijn er maar 22 teruggekeerd en van de hoofdverpleegkundigen maar drie. Voor de gevechten behandelden we tussen de 300 en de 500 patiënten in onze polikliniek. De afgelopen dagen 76. Nu wij afgesloten zijn van het ministerie van Volksgezondheid zal het moeilijk zijn voorraden te krijgen. Zelfs als de patiënten terug komen, zal het moeilijk zijn er meer te behandelen zonder meer medische staf. Maar ze zijn bang voor meer geweld.’

 

Ooggetuige ziekenhuis 3

‘Mensen gingen op de ochtend van de gevechten naar het ziekenhuis, op zoek naar veiligheid; onder wie kinderen die gescheiden waren geraakt van hun familie. Later op de ochtend vielen soldaten het ziekenhuis binnen. Ze schoten op mensen die wegrenden of zich probeerden te verbergen. Als je stopte, was het o.k. Ze beschoten een Dinka en een Darfuri die onder een gebouw probeerden te ontkomen. Eén van hen was niet op slag dood. Ik probeerde hem te redden, maar hij stierf.

Ik denk dat twee medewerkers van het ministerie van Volksgezondheid zijn omgekomen. Op zijn minst twintig Darfuri’s werden gedood toen zij via de achterpoort probeerden te ontsnappen. Ze doodden ook Nuer, zij beschuldigden hen van verraad. Later zag ik de lijken van drie Darfuri’s die buiten de poort aan de voorzijde waren omgebracht. Ik blijf nu op het UNMISS-terrein. Ik kan niet zeggen dat ik het veilig vind om in het ziekenhuis te werken, maar wat kan ik anders?’

 

Patiënt van Artsen Zonder Grenzen 1

‘Ik heb een kraam op de markt. Toen de geruchten begonnen dat de Oppositie zou aanvallen, besloten een groepje van ons dat we naar UNMISS zouden gaan voor bescherming. De SPLA (het Sudanese leger, red) hield ons aan, ze vroegen waar we naartoe gingen. We zeiden dat we naar UNMISS wilden om daar veilig te zijn, maar ze wilden ons niet doorlaten: ze zeiden dat er geen probleem zou zijn.

We gingen terug naar de markt, maar sliepen voor onze veiligheid in de moskee. Toen de gevechten begonnen, gingen we allemaal naar de moskee. Er waren heel veel mensen daar, ook Ethiopiërs, Eritrezen, Sudanezen en vrouwen en kinderen. Mannen in uniform vielen binnen, eerst één groep en toen nog één. Zij bleven maar om geld vragen. Nog een groep kwam binnen en begon op mensen te schieten, ze vroegen of wij strijders waren en zeiden dat we onze geweren moesten afgeven. We zeiden dat we er geen hadden.

Iedereen lag op zijn buik en bij alle ramen en deuren stonden gewapende mannen. Een andere groep van de rebellen kwam, ze zeiden tegen de anderen dat ze op moesten houden met doden. Ik was geraakt en verloor het bewustzijn. Later heeft de groep die de andere gebood te stoppen met schieten de gewonden verzameld en hen naar het ziekenhuis gebracht. UNMISS kwam, haalde ons en bracht ons naar dit ziekenhuis. Ik ben nu mijn operatie aan het afwachten. En dan wil ik alleen nog maar naar huis.’

 

Patiënt van Artsen Zonder Grenzen 2

‘Ik heb een marktkraam. Ik kwam net uit Juba terug met goederen toen de gevechten begonnen. Ik rende naar de moskee. Er waren daar tussen de 200 en 300 mensen. Rebellen kwamen de moskee binnen en begonnen ons ervan te beschuldigen dat we aan de kant van de regering stonden. Ze namen ons geld af en begonnen op ons te schieten.

Een andere groep van gewapende mannen kwam en begon te schreeuwen: ‘Waarom zijn jullie hen aan het vermoorden?’ Het schieten hield eindelijk op. Er waren zo ontzettend veel mensen omgebracht, meer dan ik kon tellen. Ik zag vijf vrouwen en twee kinderen. Diezelfde groep die een einde maakten aan het schieten bracht de gewonden naar het ziekenhuis. Toen we daar waren, kwamen geüniformeerde mannen naar ons toe en ranselden ons af, ze ontnamen ons onze dekens en andere bezittingen. We zijn daar gebleven tot UNMISS kwam en ons in veiligheid bracht.’