Verbazing, vragen en frustraties

Iets meer dan een jaar geleden rondde ik mijn studies geneeskunde af. Nog tijdens mijn (overigens uiterst boeiende) postgraduaat Tropische Geneeskunde aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen dat daarop volgde, solliciteerde ik bij Artsen Zonder Grenzen. Na mijn eerste gesprek is het behoorlijk snel gegaan...

© MSF-AZG
© MSF-AZG

Eind februari was ik aangenomen en kreeg ik te horen dat ik twee maanden later mocht vertrekken naar Port-au-Prince, Haïti. Er stond me een half jaar in Martissant te wachten, waar Artsen Zonder Grenzen een  spoedgevallencentrum en een cholerahospitaal heeft in een van de armste, meest gewelddadige buurten van de stad.

Mijn aankomst en eerste autorit door Port-au-Prince is een van mijn sterkste herinneringen tot hiertoe. De tentenkampen, de broeierige straatmarktjes met hun indringende geuren,  Carraïbische kleuren, de zichtbaar gewapende VN-soldaten, het vuilnis op straat,... De eerste weken keek ik me dagelijks de ogen uit. Als je door de buurt rond Martissant rijdt en de hygiënische omstandigheden ziet, verbaast het niet dat cholera hier vrij spel heeft. Artsen Zonder Grenzen verzorgt de slachtoffers, maar een echte oplossing voor het probleem moet van andere instanties komen.

Samen met mijn Haïtiaanse collega's in Martissant maak ik deel uit van een artsenteam dat dagelijks zowat 130 patiënten behandelt. Het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen biedt naast de spoeddienst ook moederzorg en psychologische bijstand. De meerderheid van de patiënten die we verzorgen zijn traumaslachtoffers, zowel van ongevallen als van geweld.

Door de grote verscheidenheid aan problemen die we hier opvangen, leer ik bij over bijna alle disciplines van de geneeskunde. Tijdens mijn wachtdienst afgelopen weekend heb ik een prematuur babytje gereanimeerd (zonder succes, in een Belgisch ziekenhuis had ze het waarschijnlijk wel gehaald), een schotwonde in de arm verzorgd, tuberculose vastgesteld... Bijna elke dag zie ik iets dat ik niet kende, of maak ik iets 'ongelooflijks' mee, al mindert dat ook met mijn toenemende ervaring.

Na een tot twee maanden begon ik een zekere routine te krijgen in het aanpakken van problemen waar ik me voor mijn vertrek niet bepaald comfortabel bij voelde. Het blijft wel frustrerend dat een betrouwbare diagnose vaak moeilijk is door de beperkte technische middelen, en dat ik een behandeling moet 'proberen' in onzekerheid. Al deze verbazingen, vragen en frustraties zijn een combinatie van die van een beginnende arts en die van iemand op eerste missie. Maar tot hiertoe doe ik het heel erg graag, bijna zo graag dat ik mijn wekker om 6u15 kan vergeven.

Mijn sociale leven verloopt nogal geïsoleerd in een milieu van expats. Ik woon samen met de andere expats van het project, en we leven kort op elkaar. Het contact met de Haïtianen blijft beperkt tot mijn werkomgeving. Ik heb enkel nauw contact met het personeel van het project en de patiënten die ik verzorg. De veiligheidsmaatregelen zijn streng, al onze verplaatsingen moeten meegedeeld worden en 'acceptabel' zijn.

Iets gaan drinken kan enkel in de beperkte goedgekeurde zones of cafés. Joggen kan ik enkel door een strook van 300 meter naast ons huis op en af te lopen. Ik heb meer het gevoel dat ik 6 maanden in Haïti verblijf dan dat ik er echt woon, maar het blijft een ongelooflijke ervaring.

Stijn