Sociale media

  • NL
Open the menu

Tienduizenden vluchtelingen uit Centraal-Afrikaanse Republiek komen aan in Tsjaad

Al 35.000 mensen kwamen te voet of met vrachtwagens aan in het zuiden van Tsjaad. Op de vlucht voor het geweld tegen de nomaden en moslims in het noorden van de Centraal-Afrikaanse Republiek, zoeken vooral vrouwen en kinderen hun toevlucht in Tsjaad na een afmattende reis van soms wel meer dan 200 km.

In Sido (Tsjaad) komen overvolle vrachtwagens met Centraal-Afrikaanse vluchtelingen aan. © Artsen Zonder Grenzen
In Sido (Tsjaad) komen overvolle vrachtwagens met Centraal-Afrikaanse vluchtelingen aan. © Artsen Zonder Grenzen

“Ik ontmoette een broer en een zus, beide al in de 60. Ze kwamen te voet aan in Bitoye. Hun partners en kinderen waren vermoord, waarna ze samen naar Tsjaad zijn gevlucht,” vertelt Anthony Thouvenin, die het noodproject van Artsen Zonder Grenzen op de grens tussen Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek leidt.

“De meeste vluchtelingen en gerepatrieerde Tsjadiërs in Bitoye komen uit Bocaranga of Paoua. Meestal gaat het om vrouwen. Wie voldoende geld kon neertellen, mocht met een vrachtwagen meerijden en kon enkele spullen meenemen. De andere moesten de tocht te voet afleggen en hebben helemaal niets meer. Zo’n 50 kinderen kwamen hier verdwaald en helemaal alleen aan.”

Nauwelijks voedsel, water of onderdak

De mangobomen doen er dienst als geïmproviseerd onderdak, met enkele takken, doeken en jute zakken als enige bescherming. De voedselverdeling laat soms meer dan een week op zich wachten en volstaat lang niet om het weinige voedsel aan te vullen dat door de lokale bevolking wordt aangeboden. De stad telt normaal gezien iets meer dan 10.000 inwoners, maar vandaag wonen er meer dan 15.000 mensen. Dat is de helft meer! Er zijn geen latrines en hoewel er drie waterputten zijn, is er lang niet voldoende drinkwater beschikbaar.

“Op drie dagen tijd kwamen al 19 kinderen met ernstige acute ondervoeding op consultatie, en we stellen ook veel gevallen van malaria, diarree en infecties aan de luchtwegen vast,” aldus Anthony. “In de vrachtwagens worden de mensen zodanig op elkaar gepropt dat sommige botbreuken oplopen. Zo werd een man binnengebracht met een open scheenbeenbreuk. De wonde was haastig dichtgenaaid en het bot stak nog zo’n 4 à 5 centimeter uit.”

Het hoofdziekenhuis ligt in Baïbokoum, op zo’n 25 km van Bitoye, een afstand die voor zwangere vrouwen, gewonden of ernstig zieke kinderen bijna niet te overbruggen valt. En in het dichtstbijzijnde gezondheidscentrum, op zo’n 10 km van Bitoye, raakt de voorraad vaccins en medicijnen al uitgeput.

Meer naar het oosten is de ziekenhuisapotheek van Goré, zo’n 2,5 uur van Bitoye, zo goed als volledig leeg. Het lokale medische team werkt zich uit de naad en kreeg al twee maanden geen loon meer. “Het ziekenhuis wordt overspoeld door vluchtelingen. Alleen buiten, onder de bomen, is er nog plaats voor de nieuwkomers. Volgens de lokale autoriteiten zouden nog zo’n 2.000 mensen onderweg zijn vanuit Paoua,” vertelt Anthony.

Meeste vluchtelingenin sido

Artsen Zonder Grenzen stelde bij een tiental vluchtelingen sporen van seksueel misbruik vast, dat plaatsvond in Sido, of dateert van voor de reis naar Tsjaad. “Volgens onze gegevens kwamen op 9 februari 4.000 nieuwe vluchtelingen aan in Sido, en in de komende dagen verwachten we nog vrachtwagens met nog eens 6.000 vluchtelingen,” stelt Sarah Château, landverantwoordelijke van Artsen Zonder Grenzen in Tsjaad. Gisteren verzorgde het team van Artsen Zonder Grenzen in Sido op één dag tijd maar liefst 150 patiënten.

“Ze zijn gevlucht voor het extreme geweld en hebben een bijzonder hachelijke en uitputtende reis achter de rug. Ook hier is hun situatie erg onzeker, maar klagen doen ze niet, en tranen vloeien er al evenmin. De vluchtelingen berusten in de situatie en houden zich sterk. Dat is erg bewonderenswaardig,” zegt Anthony Thouvenin in Bitoye.