Sociale media

  • NL
Open the menu

Steeds nieuwe gruwelverhalen uit Centraal-Afrikaanse Republiek

Het dorpje Bitoye zag zijn inwonersaantal verdubbelen tot 20.000, nadat duizenden mensen te voet of met voertuigen aankwamen in Tsjaad, op de vlucht voor het geweld en de plunderingen die de Centraal-Afrikaanse Republiek teisteren. Hulpverlening aan de vluchtelingen in Tsjaad is zo goed als onbestaande.

Centraal-Afrikaanse vluchtelinge in Bitoyé, 2014. © Samantha Maurin
Centraal-Afrikaanse vluchtelinge in Bitoyé, 2014. © Samantha Maurin

Artsen Zonder Grenzen is al drie weken actief in Bitoye en zette er een centrum voor basisgezondheidszorg op. Met een honderdtal consultaties per dag zit de wachtzaal altijd overvol. De patiënten, vooral vrouwen en kinderen, wachten hun beurt af op bankjes of matjes onder de mangoboom.

Geweren, machetes en scharen

“Dit heb ik nog nooit gezien,” vertelt Aaron Zoumvournai, dokter voor Artsen Zonder Grenzen. Hij  bezocht Bitoye, Goré en Sido, waar de meeste Centraal-Afrikaanse vluchtelingen de grens met Tsjaad oversteken. Hij beschrijft de verwondingen van de vluchtelingen uit Bangui: littekens van machetewonden aan het hoofd van verschillende kinderen, een meisje waarvan twee vingers met een schaar ‘als souvenir’ werden afgesneden, tal van schotwonden en gevallen van marteling.

Hij vertelt het verhaal van een patiënt in het gezondheidscentrum van Bitoye. “Hij kwam uit een dorpje in de buurt van Bouar. Die bewuste dag was hij alleen thuis toen anti-Balaka-strijders zijn dorp aanvielen. Zijn huis ging in vlammen op, maar hij kon ontsnappen door een raam. Eenmaal buiten zag hij hoe minstens vier mensen werden gedood met machetes. Hij vroeg zich af hoeveel anderen er in hun huizen levend werden verbrand.”

Uiteindelijk kregen de anti-Balaka-strijders hem toch te pakken. “Ze dwongen hem zijn blote voeten tegen een gloeiendhete ton te drukken. Als hij dat niet deed, zouden ze hem vermoorden. Pas toen de martelpartij hen ging vervelen, zijn ze vertrokken. Hij weet niet wat er met zijn gezin is gebeurd, maar koestert niet veel hoop,” zegt Aaron.

Bitoyé, 2014. © Samantha Maurin

Konvooien vluchtelingen

In Goré zitten 6.000 mensen opeengepakt in en rond een oud ziekenhuis. De meeste komen uit Bossangoa. Sommige slapen op de grond, terwijl anderen een geïmproviseerd onderkomen in elkaar hebben geknutseld met takken, doeken of zeilen. Bij de minste regenbui zal er wellicht niets meer van overblijven.

In Sido is de situatie minstens even ernstig. Het aantal vluchtelingen ligt er nog hoger. Meer dan 13.000 mensen vestigden zich op een honderdtal meter van de grens. Het achtste en laatste konvooi bracht enkele dagen geleden nog 3.500 vluchtelingen onder begeleiding van het Tsjadische leger hierheen.

Eén van hen was Katouma. Meer dan zes weken geleden moest ze haar geboortedorp Yaloke ontvluchten toen het door de anti-Balaka werd aangevallen en bezet. Ze leefde 20 dagen in de brousse met haar oudste zoon van 13 en haar één jaar oude tweeling. Twintig familieleden raakten na de aanval vermist, waaronder haar man en haar 8-jarige zoon. Ze installeerde zich samen met enkele lotgenoten onder een boom vlakbij het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen. Geen van hen was ooit al in Tsjaad. “Hier is iedereen Centraal-Afrikaans,” legt ze uit. Toch is de de vluchtelingenorganisatie van de VN niet aanwezig.

Bitoyé, 2014. © Samantha Maurin

Nijpend tekort aan hulp

Ter plaatse proberen de lokale autoriteiten de crisissituatie het hoofd te bieden en de conflicten tussen vluchtelingen en de lokale bevolking de kop in te drukken. Maar er is een nijpend tekort aan middelen en steun. Artsen Zonder Grenzen is overigens de enige internationale organisatie die actief is in Sido.

Sarah Chateau, verantwoordelijke voor Artsen Zonder Grenzen in Tsjaad, is ongerust: “Zolang deze gezinnen in Tsjaad geen asiel kunnen aanvragen, kunnen ze niet als vluchtelingen worden erkend, krijgen ze geen hulp van de VN-vluchtelingenorganisatie en kunnen ze niet naar een eindbestemming worden overgeplaatst – waar overigens niets of niemand op hen staat te wachten.”

“Bijna de helft van onze patiënten zegt dat ze honger lijden,” zegt Antoine, dokter voor Artsen Zonder Grenzen in Sido. “Je hoeft hier maar even rond te lopen om te zien hoe de vluchtelingen zo goed en zo kwaad mogelijk leven en om met eigen ogen de gevolgen van honger te aanschouwen.”

Het alarmerende tekort aan voedsel is hier niet onze enige zorg. Er zijn in Sido slechts 20 latrines, 300 hutten en tenten, en 4 waterbronnen. En dat voor 13.000 vluchtelingen. Eind maart zullen de eerste regenbuien de geïmproviseerde onderkomens letterlijk wegspoelen. Het risico op een epidemie wordt des te groter nu de nodige sanitaire infrastructuren nog steeds niet voorhanden zijn. Voor de meest kwetsbare vrouwen is prostitutie de enige manier om hun kinderen te eten te geven.

“Enerzijds moet dringend worden erkend dat de meeste mensen hier op de vlucht zijn voor geweld en dus als vluchtelingen kunnen worden beschouwd. Anderzijds moet er snel internationale hulp komen om eten, onderdak, water en sanitaire infrastructuren te voorzien,” legt Sarah Chateau uit. “Wat vandaag in het zuiden van Tsjaad gebeurt, is onaanvaardbaar.”