Sociale media

Open the menu

"Ik zag veel lijken op mijn weg" - verhalen over de massale toestroom van gewonde Soedanezen in Oost-Tsjaad

Toen het huidige conflict in Soedan midden april uitbrak, kampte de regio Darfur al meer dan twintig jaar met oorlog en etnisch geweld. De gevechten van vandaag, die voor het eerst uitbraken in Khartoem tussen de Soedanese Strijdkrachten (SAF) en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF), hebben de breuklijnen in gemeenschappen in heel Darfur opnieuw aangewakkerd, vooral in de stad El Geneina.

Intensieve gevechten, geweld tussen gemeenschappen en grootschalige aanvallen op burgers hebben honderdduizenden mensen op de vlucht gedreven over de grens naar de stad Adré in het oosten van Tsjaad. Net als andere steden langs de grens tussen Tsjaad en Soedan heeft Adré moeite om de snelle, massale toestroom van vluchtelingen op te vangen. De toegang tot voedsel, medische zorg en andere benodigdheden was immers al beperkt voor hun komst. 

Artsen Zonder Grenzen (AZG) teams bieden al sinds 2021 zorg in Adré, maar de afgelopen drie maanden zijn de activiteiten aanzienlijk opgeschaald om de capaciteit van de lokale gezondheidszorg uit te breiden en de kwaliteit van de zorg te verbeteren. De grote aantallen mensen uit Soedan blijven namelijk toestromen, vaak met schotwonden en andere verwondingen die ze onderweg vanuit El Geneina hebben opgelopen. In getuigenissen die de afgelopen weken zijn verzameld, zeggen veel patiënten dat ze het slachtoffer zijn geworden van milities met arabische afkomst in El Geneina en tijdens hun vlucht naar Tsjaad. Ze vertellen dat ze het doelwit waren omwille van hun Masalit-identiteit.

personnes dans une tente
Soedanese vluchtelingen en massale toestroom van slachtoffers in Adré, Oost-Tsjaad, juni 2023 © AZG

“We hadden niet verwacht dat er zoveel gewonden zouden vallen".

Eind mei en begin juni nam het geweld in West-Darfur toe. Maar enkele gewonden mensen slaagden erin om de grens over te steken en zo te ontsnappen naar een chirurgische spoeddienst die was opgezet door Artsen Zonder Grenzen (AZG)-teams in samenwerking met het Tsjadische ministerie van Volksgezondheid in het ziekenhuis van Adré. 

Het geluid van explosies en het zicht van de rookpluimen herinnerden ons dagelijks aan de gevechten die net over de grens in Soedan plaatsvonden. Op 2 juni werden er in totaal 72 gewonde patiënten behandeld in het ziekenhuis. De meesten hadden schotwonden en kwamen uit de stad Masterei en omgeving, ten zuiden van El-Geneina. Toen ze de Tsjadische stad Goungour bereikten, werden ze verzorgd door medisch personeel van het ministerie van Volksgezondheid en AZG en werden ze doorverwezen naar het ziekenhuis. Op dat moment waren er berichten over honderden, zo niet duizenden gewonden die geen toegang hadden tot essentiële medische zorg in Darfur. Veel medische faciliteiten waren namelijk geplunderd en beschadigd en personeel en voorraden ontbraken. De hoofdweg tussen Adré en El Geneina, was op dat moment afgesloten.
Alles veranderde op 15 juni toen mensen erin slaagden om naar Adré te vluchten nadat ze twee maanden in El Geneina waren gestrand. Het ziekenhuis van Adré ontving die dag alleen al 261 oorlogsgewonde patiënten. 

Dr. Papi Maloba, de enige chirurg van AZG die op dat moment in Adré aanwezig was, begon de dag zoals gewoonlijk: na zijn ronde langs de patiënten en het selecteren van degenen die naar de operatiekamer zouden gaan, begonnen hij en zijn team met de operatie van een jongetje. 

"Plotseling begon het geroep: 'Kom op, kom op, er komen overal patiënten vandaan!'
"Ik legde mijn collega's uit dat we deze patiënt niet met een open buik konden achterlaten. In de operatiekamer was alles rustig, maar buiten was er veel commotie. Er waren voertuigen van de gezamenlijke Tsjaad-Soedanese strijdmacht die patiënten binnenbrachten, AZG-teams die patiënten binnenbrachten, anderen die arriveerden op ezelskarren of werden gedragen door familieleden. We wisten niet waar we moesten beginnen. De verwondingen waren ernstig: buik, borst, onderste ledematen, billen en rug. Het was onze taak om deze zware verwondingen te onderzoeken en prioriteit te geven om te opereren.

"En in een oogwenk was het ziekenhuis in minder dan twee uur veranderd in een echt kamp. We wisten niet waar we de patiënten moesten onderbrengen die nog steeds binnenstroomden.We wisten dat als de weg naar El Geneina open zou gaan, door een geslaagde onderhandeling om patiënten via een doorgang uit El Geneina door te laten, er meer mensen naar het ziekenhuis in Adré zouden komen. We waren voorbereid, maar we hadden niet verwacht dat er zoveel gewonde patiënten in één keer zouden arriveren. We dachten dat het de volgende dag wat rustiger zou zijn, dat we dan alles goed zouden kunnen plannen. Het bleek erger te zijn: de volgende dag ontvingen we bijna 400 nieuwe gewonden." - Dr. Papi Maloba, AZG-chirurg

De mensen in Adré reageerden op deze massale toestroom van gewonden met vele pogingen om de nieuwkomers op te vangen en hun van medische zorg te voorzien. Er moest ruimte worden gemaakt, er moesten tenten opgezet worden en er moest extra ondersteuning worden voorzien. De inwoners van de stad brachten voedsel naar de patiënten en vluchtelingen. De hoofdarts en kinderarts van het ziekenhuis hielpen mee op de chirurgische spoedafdeling, samen met verschillende medewerkers van het Ministerie van Volksgezondheid, terwijl de NGO Première Urgence Internationale zich ontfermde over de zogenaamde "groene gevallen", waarbij het leven van de patiënt niet direct in gevaar was.

"We hadden twee operatiekamers: een grote, goed uitgeruste en een kleinere die niet alle apparatuur had die we nodig hadden. We moesten dus wisselen tussen kamers en patiënten. Zodra ik klaar was met het opereren van een patiënt, bijvoorbeeld een laparotomie, schakelde ik over naar de kleine kamer waar ik gemakkelijk borstdrainage, debridement of andere minder veeleisende ingrepen kon doen terwijl de eerste kamer werd schoongemaakt, enzovoort. Zo werkten we van 8 uur 's ochtends tot soms 23 uur 's avonds. De Tsjadische regering stuurde toen een chirurgisch team om ons te versterken, wat een grote opluchting was." - Dr. Papi Maloba, AZG-chirurg