Sociale media

  • NL
Open the menu

AZG breidt hulpverlening bij voedselcrisis in Hoorn van Afrika verder uit

Artsen Zonder Grenzen heeft alarmerend vaak ondervoeding vastgesteld bij Somalische vluchtelingen die aankomen in de het vluchtelingenkamp van Dadaab, in het noord-oosten van Kenia. Artsen Zonder Grenzen zal haar activiteiten in het kamp daarom uitbreiden.

© Serene Assir. Kenya, 2011.
Met een speciaal lint wordt de bovenarm van een jongetje gemeten, om te zien of hij ondervoed is. © Serene Assir. Kenia, 2011.

De Hoorn van Afrika kampt op dit moment met droogte, na twee mislukte regenseizoenen. Dat heeft ook zware gevolgen voor de honderdduizenden vluchtelingen in Dadaab, waar dagelijks nog steeds nieuwe vluchtelingen uit Somalië aankomen.

Wanneer zij na weken reizen oververmoeid aankomen, krijgen ze onvoldoende hulp. Een combinatie van de extreme hitte, een gebrek aan water en sanitatair en een trage procedure voor registratie en voedselvoorziening maken het extreem moeilijk voor nieuwe vluchtelingen.

In Dadaab, dat bestaat uit de kampen Ifo, Hagadera en Dagahaley, is vol..Nu leven er bijna 400.000 mensen in het kamp, terwijl het oorspronkelijk de bedoeling was er 90.000 mensen in onder te brengen. Nieuwe vluchtelingen vestigen zich in zelfgemaakte tenten langs de rand van de kampen. Artsen zonder Grenzen biedt hulp aan 113.000 bewoners van Dagahaley, waar iedere dag gemiddeld 500 nieuwe vluchtelingen toekomen, en aan de nieuw aangekomen vluchtelingen aan de rand van Ifo.

Hoge graad van ondervoeding

Een team van Artsen Zonder Grenzen onderzocht dagelijks de gezondheid van de mensen die aankomen in een nieuw opvangcentrum in het kamp. Bij systematisch onderzoek van bij kinderen jonger dan vijf jaar werd alarmerend vaak ondervoeding vastgesteld. Daarom werd half juni een specifiek onderzoek naar ondervoeding opgezet.

Tijdens het onderzoek half juni werden 500 kinderen tussen zes maand en vijf jaar gewogen. 37,7 procent van hen was acuut ondervoed, waarvan 17,5 procent ernstig acuut ondervoed met een hoog risico op sterfte. Ook onder kinderen tot tien jaar oud was er een hoge graad van ondervoeding. De resultaten overtroffen de ergste verwachtingen.

“Ik verwachtte dat we de situatie ernstig zou zijn, maar niet catastrofaal,” zegt Anita Sack, coördinator van het onderzoek. “De meeste van de nieuwe vluchtelingen vluchtten omdat ze niets te eten hadden, en niet enkel omwille van de oorlog in hun land.” Artsen Zonder Grenzen onderzoekt nu ook kinderen boven de vijf jaar in haar ondervoedingsprogramma’s in het kamp Dagahaley.

Humanitaire hulp is te traag

Ook de traagheid van de humanitaire hulp is problematisch. De vluchtelingen moeten veertig dagen wachten voor ze geregistreerd zijn en een kaart krijgen die hen recht geeft op voedselverdelingen. Tot dan krijgen ze enkel om de twee dagen voedsel en een waterbidon van vijf liter.

“Het was onaanvaardbaar,” zegt Monica Rull van Artsen Zonder Grenzen. “Sinds begin juli krijgen nieuw aangekomen vluchtelingen wel voedsel voor vijftien dagen, maar dit is nog steeds niet genoeg. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) moet regelmatigere voedselbedelingen garanderen. En er moet een onderzoek komen naar ondervoeding in  alle kampen van Dadaab.”

Artsen Zonder Grenzen vraagt dan ook een snellere registratieprocedure. Op dit ogenblik is er slechts één registratiecentrum voor het hele complex van Dadaab. Op sommige plaatsen zag Artsen Zonder Grenzen dat mensen geen drie liter water per dag kregen. Dat volstaat net om te drinken in warme streken, maar is onvoldoende voor de hygiëne. Er moet daarom ook meer waterdistributie komen. Artsen Zonder Grenzen is zelf begonnen met dagelijks 100 ton water te verdelen.

Artsen Zonder Grenzen breidt medische hulp uit

Door de voedselproblemen neemt druk op het ziekenhuis in Dagahaley en op de vijf hulpposten van Artsen Zonder Grenzen neemt toe. Momenteel krijgen meer dan 1.600 ondervoede kinderen een poliklinische behandeling en worden elke week meer dan 700 kinderen opgenomen. De meesten van hen zijn afkomstig van de nieuw geopende hulpposten in de buitenwijken van het kamp.

Artsen Zonder Grenzen roept alle actoren die in het kamp werken op om hun activiteiten uit te breiden om genoeg hulp te kunnen bieden aan de vluchtelingen. Dit houdt onmiddellijke hulp aan de rand van het kamp in maar ook het zoeken naar oplossingen om het kamp te ontlasten.

Artsen Zonder Grenzen werkt sinds 1992 in Kenia en werkt al 14 jaar in het Dadaab kamp. Sinds 2009 is Artsen Zonder Grenzen de enige organisatie die medische hulp biedt aan de 113.000 inwoners van het Dagahaley kamp met een algemeen ziekenhuis van 170 bedden en vijf hulpposten.