Aanvallen op gezondheidszorg en burgers, verkrachting, honger: Zuid-Soedan staat op breken
Willekeurige aanvallen op burgers en civiele infrastructuur, waaronder het bombarderen van ziekenhuizen, gedwongen rekrutering, seksueel geweld, toegangsbeperkingen en een krimpende humanitaire ruimte vormen de dagelijkse realiteit voor mensen in Zuid-Soedan. Dat stelt Artsen Zonder Grenzen (AZG) in het rapport They Killed Them While We Were Running over het escalerende geweld in het land. Volgens het rapport leidden 12 aanvallen op AZG-medewerkers en -faciliteiten ertoe dat naar schatting 762.000 mensen tussen januari 2025 en april 2026 zonder toegang tot gezondheidszorg kwamen te zitten.
AZG roept de regering van Zuid-Soedan, het Sudan People’s Liberation Army in Opposition (SPLA-IO) en alle partijen die betrokken zijn bij het conflict op om burgers en civiele infrastructuur te beschermen en te respecteren.
Burgers en civiele voorzieningen, waaronder gezondheidszorg, mogen nooit doelwit zijn.
Gerichte aanvallen daarop vormen ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. Volgens dit recht zijn alle partijen verplicht burgers te beschermen en het gebruik van willekeurig of buitensporig geweld te vermijden, waaronder luchtaanvallen en brandwapens in dichtbevolkte gebieden.
Ik ben met mijn kind gevlucht. Vanop afstand zag ik het dorp branden. Ze staken huizen in brand. Mijn grootmoeder werd levend verbrand in de tukul, een traditionele hut. Ouderen bleven achter, ze konden niet met ons vluchten. Ze hebben de ouderen gedood.
Zowel gerichte als willekeurige aanvallen door regerings- en oppositietroepen en andere gewapende groepen treffen steeds vaker burgers en ondermijnen de toegang tot levensreddende zorg. Sinds januari 2025 behandelde AZG gemiddeld 16 mensen per dag voor geweldsgerelateerde verwondingen in zes staten, namelijk Jonglei, Upper Nile, Central Equatoria, Lakes, Warrap en Western Equatoria, en in twee administratieve gebieden, Abyei en Greater Pibor.
“In al deze gebieden worden burgers geconfronteerd met luchtaanvallen en grondaanvallen, gedwongen rekrutering, ontvoeringen en wijdverbreid seksueel en gendergerelateerd geweld,” zegt Zakaria Mwatia, hoofd van de missie van AZG in Zuid-Soedan. “Steden en dorpen worden getroffen, wat leidt tot burgerslachtoffers, massale ontheemding en de vernietiging van civiele infrastructuur.”
De impact van het geweld blijkt uit de medische gegevens van AZG en uit het feit dat er in 2025 maar liefst 138 luchtaanvallen plaatsvonden in het land, tegenover slechts twee in 2024. In 2025 behandelde AZG 6.095 mensen voor geweldgerelateerde verwondingen, waaronder schotwonden, explosieletsels en gevallen van seksueel geweld. In 2024 waren dat er 4.765.
Alleen al het aantal behandelde schotwonden steeg met 77 procent ten opzichte van 2024. Tussen januari en april 2026 behandelde AZG al meer dan 1.800 gewonden, onder wie 885 overlevenden van seksueel geweld, wat de snel toenemende impact op burgers benadrukt.
“Op vrijdagavond was ze in Yei door een groep mannen verkracht,” vertelt een medewerker van AZG over een patiënte in het burgerziekenhuis van Yei, in Central Equatoria, in maart 2026. “Ze wist niet door hoeveel mannen. Ze kwam bij ons voor behandeling. Daarna bracht haar grootmoeder haar terug naar het dorp, omdat ze dacht dat ze er veilig zou zijn. De maandag daarna ging ze alleen houtsprokkelen. Toen werd ze opnieuw verkracht door een onbekende gewapende man. Dinsdag was ze weer terug in onze kliniek.”
Ook de gezondheidszorg zelf blijft niet gespaard. Sinds januari 2025 kreeg AZG te maken met 12 aanvallen op personeel en faciliteiten, waaronder ontvoeringen en plunderingen. Het door AZG ondersteunde ziekenhuis in Old Fangak werd in mei 2025 doelbewust gebombardeerd door regeringstroepen. Het ziekenhuis van AZG in Lankien werd in februari 2026 eveneens bestookt door dezelfde troepen. Faciliteiten in Ulang, Pieri en Akobo werden bij afzonderlijke incidenten geplunderd door onbekende daders. Tegelijk krimpt de humanitaire ruimte in alarmerend tempo.
Algemene onveiligheid, toegangsbeperkingen en het gebruik van hulp als pressiemiddel maken het voor humanitaire organisaties steeds moeilijker om de meest kwetsbare mensen te bereiken. AZG ziet een zorgwekkend patroon waarbij toegang wordt geblokkeerd en evacuatiebevelen worden opgelegd aan burgers en hulpverleners.
Humanitaire hulp wordt door alle partijen in het conflict ingezet voor politieke en militaire doeleinden. Ngo’s worden soms gedwongen om hulp te verplaatsen naar of weg te halen uit bepaalde gebieden. Daardoor krijgen hele gemeenschappen, vooral in oppositiegebieden in Jonglei en Upper Nile, geen toegang tot levensreddende zorg.
Burgers worden bovendien gedwongen te vluchten. Ze lopen risico op ondervoeding en ziekte, kampen met mentale problemen en verliezen hun bestaansmiddelen. Lange tochten zonder voldoende voedsel en water en zware leefomstandigheden maken hen nog kwetsbaarder, zeker nu de humanitaire hulp tekortschiet en voedselvoorziening verstoord is.
AZG benadrukt opnieuw dat burgers, zorgverleners en humanitaire organisaties te allen tijde beschermd moeten worden en dat humanitaire toegang ongehinderd moet zijn, zodat hulp iedereen in nood kan bereiken, waar die zich ook bevindt.
AZG is sinds 1983 actief in Zuid-Soedan en het land blijft een van de grootste werkgebieden van de organisatie wereldwijd. Sinds begin 2025 is het geweld in het land verder geëscaleerd. Regeringstroepen, de South Sudan People’s Defence Forces en hun bondgenoten, waaronder de Uganda People’s Defence Forces, staan tegenover een gefragmenteerde coalitie van oppositiegroepen, waaronder de SPLA-IO, het National Salvation Front, het Nuer White Army en andere milities. Het conflict is geen eenvoudige tweestrijd maar een oorlog met meerdere partijen en wisselende allianties, diep verdeeld langs etnische, regionale en politieke lijnen.
Download volledige rapport “They Killed Them While We Were Running” (enkel beschikbaar in het Engels):