Wat ik zag in Lesbos maakt me verdrietig, maar vooral boos

Ik kwam twee weken geleden terug uit Lesbos. Ik was er een jaar lang coördinator van de activiteiten van Artsen Zonder Grenzen. Daarna keerde ik terug als vrijwilliger aan de noordkust van het eiland, waar de meeste mensen aankomen.  Wat ik in Lesbos heb gezien – als medewerker van Artsen Zonder Grenzen, maar ook als Europees burger – maakt me verdrietig, het maakt me beschaamd, maar bovenal boos. Het maakt me boos, omdat wat we bestrijden niet de gevolgen zijn van een natuurramp, of van een epidemie, maar wel het resultaat is van de bewuste keuze van de Europese leiders om mensen in deze omstandigheden te laten leven.


Wij, humanitaire werkers en vrijwilligers zijn moe en wanhopig. We behandelen kinderen met infecties aan de luchtwegen en sturen ze terug naar een tent. We vangen overlevenden op van foltering – met posttraumatische stressstoornissen – en sturen ze terug naar een container die gedeeld wordt met vijftien vreemden. We staan hoogzwangere vrouwen bij en weten dat die vrouw en haar pasgeboren baby amper drie dagen na de bevalling al in een tent zullen moeten leven. Ons werk is nooit gedaan. En we weten niet wat we nog kunnen zeggen tegen wanhopige ouders of angstige tieners. We staan hen bij, zo goed als we kunnen. Maar als verpleegkundigen, vertalers, psychologen of artsen kunnen we de eigenlijke redenen voor de wanhoop van mensen niet veranderen.


Aan de noordkust van Lesbos was ik ongelooflijk onder de indruk van het werk van de vrijwilligers. Maar ook geschokt dat ze de meest elementaire diensten moeten leveren, terwijl de verantwoordelijken de andere kant op keken. Jonge vrijwilligers vertelden me over de nachtmerries die ze hadden na wat ze in Lesbos hebben meegemaakt. Hetzelfde geldt voor de inwoners van Lesbos, zo veel van hen hebben zo veel geïnvesteerd in het geven van een beetje menselijkheid voor deze mensen die op zoek zijn naar veiligheid op hun eiland. Ze doen uitstekend werk, maar hoe kan het in godsnaam dat deze verantwoordelijkheid op de schouders van de mensen van Lesbos en de vrijwilligers moet rusten?


Er zijn veel mensen die in mijn hoofd blijven hangen wanneer ik terugdenk aan Lesbos.


Ik denk aan talloze ouders en de onmogelijke keuzes die ze moeten maken. Ouders, die hun kinderen naar onze kliniek brengen en zich schamen om te zeggen dat hun kind al een tijdje niet meer gedoucht heeft, omdat ze bang zijn dat hun kind dan zieker zal worden, omdat ze denken dat een huidinfectie voor hun kind nog steeds beter is dan het risico te nemen dat ze hun kind niet meer kunnen opwarmen na een koude douche. Ik vraag me af hoe ze zich moeten voelen; om zelfs maar over deze opties na te moeten denken. Ik denk aan een jongen, die foltering heeft overleefd, met ernstige geestelijke gezondheidsproblemen. Die zijn bijbel en een kleine rugzak stevig vasthield, zichtbaar bang, die nooit een woord sprak, maar me uit het niets een kleine, aarzelende knuffel kwam geven. Ik vraag me af met wie hij 's nachts spreekt als hij zich eenzaam of bang voelt. Ik denk aan een Iraanse moeder met twee tienerdochters, voor wie ik wat droge sokken, broeken en ondergoed zocht en die erop stond dat ze geen trui nodig hadden, dat ze hun eigen trui wel zouden dragen. Ik vraag me af of ze het 's nachts koud hebben in hun tent, en of ze het liefst wel die extra trui hadden meegenomen nadat ze om 4 uur ‘s nachts uit een rubberbootje de zee in waren gestapt.


Natuurlijk is Lesbos ook een plek waar je de extreme veerkracht van mensen kan zien, die manieren vinden om voor zichzelf en anderen te zorgen, maar waar de kans op een goede afloop voor hen zo miniem is. Ik denk aan mijn collega's - veel van hen zelf vluchteling - en ik vraag me af waar ze de energie blijven vinden om de mensen in Moria kleine beetjes hoop te blijven bieden.


Ik ben boos omdat wat we zien niet nieuw is. Het is al jaren aan de gang en het wordt alleen maar erger. Ik ben boos omdat de Europese Unie die ik op school heb leren kennen, de unie die gebaseerd is op mensenrechten en solidariteit, gewoonweg niet bestaat op de Griekse eilanden. Als ik aan Lesbos denk, denk ik aan de Europese leiders, die heel goed weten wat er aan de hand is, maar de status quo hebben gekozen, ervoor hebben gekozen om mensen die veiligheid zoeken de meest elementaire bescherming niét te bieden.  En ik vraag me af hoe zij 's nachts slapen.