De uitdaging van het Bundibugyo-virus: waarom is deze uitbraak van ebolaziekte anders?
Op 15 mei 2026 riep het ministerie van Volksgezondheid van de Democratische Republiek Congo een uitbraak van ebolaziekte uit in het noordoosten van het land, waar teams van Artsen Zonder Grenzen (AZG) actief zijn. Sindsdien hebben de autoriteiten bijna 500 verdachte gevallen en meer dan 130 sterfgevallen gemeld verspreid over verschillende gezondheidszones. Op dezelfde dag kondigde Oeganda aan dat het virus de grens had overschreden.
De uitbraak wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-virus: een zeldzamer virus waarvoor momenteel geen goedgekeurd vaccin of behandeling bestaat. Dit is wat we tot nu toe weten over de evoluerende crisis in de DRC en Oeganda.
Zijn er vaccins beschikbaar tegen deze uitbraak van ebolaziekte?
Er zijn momenteel twee goedgekeurde vaccins tegen ebolaziekte, maar geen van beide is goedgekeurd voor gebruik bij infecties met het Bundibugyo-virus.
Het vaccin Ervebo (rVSV-ZEBOV) kan worden ingezet om de verspreiding van de ziekte te beperken via een zogenaamde “ringvaccinatie”, waarbij mensen die in contact zijn geweest met een besmette persoon, hun contacten en zorgverleners worden gevaccineerd. Een ander vaccin kan gebruikt worden tijdens uitbraken voor mensen met een hoog risico op blootstelling, of preventief voor hulpverleners en mensen in risicogebieden.
Deze vaccins zijn echter alleen goedgekeurd tegen de meest voorkomende virussoort die ebolaziekte veroorzaakt (het ebolavirus, vroeger ook het Zaire-virus genoemd), dat onder meer verantwoordelijk was voor de grootschalige epidemie in West-Afrika tussen 2014 en 2016.
Binnen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt momenteel besproken welke kandidaatvaccins in noodsituaties klinisch getest kunnen worden tegen het Bundibugyo-virus, zoals eerder gebeurde bij andere uitbraken van ebolaziekte. AZG staat klaar om bij te dragen aan dit onderzoek, zoals het dat deed tijdens de klinische studies in de DRC in 2019, die uiteindelijk leidden tot de goedkeuring van vaccins en behandelingen.
Is er een behandeling voor het Bundibugyo-virus?
Er bestaat momenteel geen goedgekeurde behandeling voor ebolaziekte veroorzaakt door het Bundibugyo-virus.
De monoklonale antilichamen die werden ontwikkeld en goedgekeurd na klinische studies in de DRC tussen 2018 en 2020, zijn specifiek voor één virussoort en werken niet tegen het Bundibugyo-virus. Er bestaan wel antivirale kandidaatmiddelen en experimentele antilichamen, maar hun doeltreffendheid is nog niet bewezen.
Zonder specifieke behandeling is de zorg vooral gericht op het behandelen van symptomen, zoals koorts, hoofdpijn, braken en diarree, en op intensieve ondersteunende zorg om de overlevingskansen te vergroten. Dit omvat onder meer vochttoediening, zuurstofondersteuning en een nauwgezette opvolging van vitale functies zoals bloeddruk en hartwerking.
Tijdens de twee eerdere uitbraken van ebolaziekte veroorzaakt door het Bundibugyo-virus lag de sterfte tussen 25 en 40%.
Welke opsporings- en diagnosemiddelen zijn beschikbaar?
Een bijkomende grote uitdaging in de bestrijding van deze uitbraak is de snelle diagnose van besmette personen. PCR-tests vereisen specifieke testkits die afgestemd zijn op elk afzonderlijk virus.
Voor het Bundibugyo-virus zijn deze testkits momenteel slechts in beperkte mate beschikbaar. Dit vertraagt de bevestiging van gevallen aanzienlijk en bemoeilijkt daardoor ook de snelle opstart van contactopsporing en isolatie van patiënten.
Wat kan er gebeuren om de verspreiding te beperken zonder vaccin of behandeling?
Bij gebrek aan goedgekeurde vaccins en behandelingen steunt de aanpak op een combinatie van epidemiologische en volksgezondheidsmaatregelen. Dit omvat het snel isoleren van verdachte en bevestigde gevallen, het gedurende 21 dagen dagelijks opvolgen van contacten en hen onmiddellijk in quarantaine plaatsen bij symptomen.
Daarnaast zijn strikte maatregelen voor infectiepreventie en -controle essentieel, zoals handhygiëne, veilig afvalbeheer, het gebruik van chlooroplossingen en persoonlijke beschermingsmiddelen voor zorgverleners. Veilige en waardige begrafenissen zijn eveneens cruciaal om besmettingen tijdens rouwrituelen te voorkomen. Tegelijk wordt ter plaatse epidemiologisch werk verricht om besmettingsketens in kaart te brengen en risicovolle praktijken te identificeren.
Het is ook essentieel dat mensen in getroffen gebieden toegang blijven houden tot zorg voor andere aandoeningen dan ebolaziekte.
Geen van deze maatregelen kan effectief zijn zonder het vertrouwen en de betrokkenheid van de gemeenschap. Mensen correct informeren en meenemen in de aanpak is cruciaal, maar tegelijkertijd bijzonder moeilijk in contexten met onveiligheid en beperkte toegang tot gezondheidszorg, zoals in de getroffen provincies in de DRC.
De urgentie van een snelle reactie blijkt uit een verontrustend cijfer: al vóór de officiële afkondiging van de uitbraak op 15 mei waren sinds begin april meer dan 50 mensen gestorven. Dat wijst op een laattijdige detectie, een patroon dat vaker voorkomt in de beginfase van uitbraken van ebolaziekte, maar in deze context extra zorgwekkend is door het hoge aantal verdachte gevallen en sterfgevallen.
Wat weten we over de verspreiding van de uitbraak?
AZG ontving de eerste waarschuwingen op 9 en 10 mei, toen een stijgend aantal sterfgevallen werd gemeld in de gezondheidszone Mongwalu, ten noordwesten van Bunia in de provincie Ituri. Nadien werden gevallen vastgesteld in de gezondheidszones Bunia en Rwampara, en enkele dagen later ook in de naburige provincie Noord-Kivu, waaronder in de hoofdstad Goma. Dit wijst op een aanzienlijke verspreiding van de ziekte binnen het gebied.
Gezondheidsautoriteiten in Oeganda, dat grenst aan de DRC, bevestigden een eerste geval, waarbij de patiënt op 14 mei overleed. Op zondag 17 mei activeerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) haar hoogste waarschuwingsniveau in reactie op de uitbraak.
Dit is de zeventiende uitbraak van ebolaziekte in de DRC sinds de eerste gevallen in 1976 werden vastgesteld, en de derde die specifiek wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-virus, na eerdere uitbraken in Oeganda (2007–2008) en in de DRC (2012). In het afgelopen decennium heeft AZG gereageerd op verschillende uitbraken van ebolaziekte, met name in West-Afrika (2014–2016), in de DRC (2018–2020) en in Oeganda (2022 en 2025).