Sociale media

  • NL
Open the menu

Malaria en voedselonzekerheid in westelijke Centraal-Afrikaanse Republiek

Sinds december 2013 wordt de Centraal-Afrikaanse Republiek verscheurd door een conflict dat steeds meer op een godsdienstoorlog is gaan lijken. Het geweld heeft de rampzalige gezondheidssituatie nog verergerd.  De Centraal-Afrikaanse bevolking wordt getroffen door malaria en voedselonzekerheid, terwijl de economie en de gezondheidszorg op instorten staan. Sinds januari 2014 is Artsen Zonder Grenzen actief in het universiteitsziekenhuis van Berberati, in het westen van het land.

Medewerkers van Artsen Zonder Grenzen dragen een patiënt het ziekenhuis binnen op een brancard. © Yann Libessart/AZG.
Medewerkers van Artsen Zonder Grenzen dragen een patiënt het ziekenhuis binnen op een brancard. © Yann Libessart/AZG.

 Vóór de komst van Artsen Zonder Grenzen in december was het enige ziekenhuis van de stad totaal verloederd. “Er was zelfs geen elektriciteit meer. De patiënten moesten hun eigen lamp meebrengen om te worden onderzocht,” vertelt een Centraal-Afrikaanse arts. “De meeste mensen willen niet betalen voor verzorging van slechte kwaliteit. En daardoor kende de traditionele geneeskunde een sterke opleving,” zegt Nicolas Peyraud, kinderarts voor Artsen Zonder Grenzen. “De meeste kinderen die we vandaag verzorgen, werden eerst door traditionele genezers behandeld, soms met dramatische gevolgen.”

Sinds januari is de overgrote meerderheid van de moslimbevolking van Berbarati naar Kameroen gevlucht. De moslimwijk van Potopoto, het economische hart van de stad, ligt er verlaten bij. Alle moskeeën werden geplunderd en een ervan is zelfs al omgevormd tot evangelische kerk. “De anti-Balakamilities hebben de controle over de stad. We kunnen hier niet buiten, anders lopen we gevaar,” vertelt imam Rashid, de geestelijke leider van de laatste moslims van Berberati, die zich in het bisdom schuilhouden. Ze zijn nog met zo’n 350 en staan onder de bescherming van de Kameroense soldaten van de MISCA, de interventiemacht van de Afrikaanse Unie. “We zijn heel dankbaar voor de gastvrijheid van het bisdom. Hier komen we niets tekort, behalve vrijheid.”

Twee maanden geleden moest een twee meter hoge muur voor de ingang van het ziekenhuis worden opgetrokken om de patiënten en het personeel tegen verdwaalde kogels te beschermen. Terwijl het schieten vandaag sterk verminderd is, zorgen malaria en ondervoeding ervoor dat de 150 bedden van het ziekenhuis continu bezet zijn. “Het aantal malariagevallen is indrukwekkend. Ongeveer 75% van de kinderen die hier op consultatie komen, test positief,” aldus Nicolas Peyraud. “Voor mensen die al verzwakt zijn door ondervoeding of diarree, is deze ziekte gewoon moordend.”

In de materniteit helpt Furaha Walumpumpu, vroedvrouw voor Artsen Zonder Grenzen, elke dag zo’n tiental kinderen ter wereld komen. “De vrouwen hadden niet meer de gewoonte om naar het ziekenhuis te komen om te bevallen. En dan spreken we nog niet over de prenatale zorgen om eventuele risico’s op complicaties op te sporen. Ik haal soms patiënten in een catastrofale toestand op, omdat er nergens in de buurt bekwaam medisch personeel te vinden was.”

In een hoek van de binnenplaats ververst een verpleegkundige het verband van de 24-jarige Issoufa. “Ik woonde niet ver van Nola, een honderdtal kilometer ten zuiden van Berberati. Toen de anti-Balaka binnenvielen, hebben ze mijn hele hebben en houden gestolen en me in de arm geschoten. Het was te gevaarlijk om naar het ziekenhuis van Nola te gaan en ik heb dagen moeten wachten tot ze me naar dat van Berberati konden brengen.” Het was te laat om zijn arm te redden: de chirurg van Artsen Zonder Grenzen kon niet anders dan de arm te amputeren. “Zodra de behandeling hier gedaan is, vertrek ik naar Kameroen, naar mijn familie. Hier heb ik geen toekomst meer.”