Sociale media

  • NL
Open the menu

“Voor sommigen komt alle hulp te laat”

Kelly Dilworth werkt al negen jaar voor Artsen Zonder Grenzen. Ze is anesthesiste en is net terug uit Syrië, waar ze een maand lang op missie was. Ze vertelt over haar ervaringen tijdens haar verblijf in het land: de pijn van de slachtoffers, de ernst van de verwondingen die ze behandelde, en de moeilijke omstandigheden waarin zij en haar collega’s zo snel mogelijk de juiste zorgen probeerden toe te dienen.

“De activiteiten waren net opgestart toen ik arriveerde. Ik hielp bij een honderdtal chirurgische ingrepen. In 90% van de gevallen ging het om verwondingen ten gevolge van geweld. De meeste letsels werden veroorzaakt door explosies en granaatscherven, maar veel mensen komen ook naar ons toe met schotwonden. Toch blijven de slachtoffers van zware wapens je het meeste bij, gezien de ernst van hun verwondingen en omdat het zo ook heel duidelijk wordt dat de bevolking niet gespaard wordt."

"Gezien de lage capaciteit van het ziekenhuis, zaten we door de komst van een kleine groep zwaargewonden al meteen tot over onze oren in het werk. We moesten tot het uiterste gaan en onze aandacht over verschillende patiënten verdelen. Samen met enkele collega’s stond ik in voor de spoeddienst, de anesthesie en de postoperatieve zorg van de patiënten. Het is onmogelijk slachtoffers te reanimeren en te opereren zonder de meest ernstige gevallen op te volgen, hen de nodige pijnstillers en de juiste voeding te geven, aan trombosepreventie te doen, enz."

"Sommige gewonden die binnenkomen lijden ontzettend veel pijn, met alle medische gevolgen van dien: verkrampte ledematen, problemen om zich voort te bewegen en zware ademhalingsproblemen."

"Sommigen legden zelfs tot 150 km af om tot bij ons te komen. Vaak gaat het om patiënten die soms te lang hebben gewacht om medische verzorging te vragen, waardoor onze hulp te laat komt. Sommigen hadden al een operatie ondergaan, maar werden achteraf niet of slecht verzorgd. Anderen kregen dan weer helemaal geen hulp."

"Op een dag werd een kind van veertien jaar oud binnengebracht. Hij leed aan waterzucht en verkeerde in ademnood. Via een opening in de buikwand voerden we een splenectomie [1]. Doordat hij niet op tijd de nodige verzorging kreeg, was hij er erg aan toe, maar hoewel hij verstijfd op een draagberrie werd binnengebracht, wandelde hij enkele dagen toch met een glimlach op het gezicht naar buiten."

"Ik herinner me ook nog goed dat er een patiënt werd opgenomen die enkele dagen vooraf geopereerd werd. Vlak na de operatie moest hij echter vluchten uit angst voor bombardementen. Hij kwam pas na twee of drie dagen bij ons in het ziekenhuis aan. Ook hem konden we genezen, maar door het gebrek aan verzorging vlak na zijn operatie kampte hij toch met infecties. Als het om verwondingen door vuurwapens of projectielen gaat, moet de patiënt antibiotica toegediend krijgen, moet de wond open blijven en pas na drie tot vijf dagen worden afgedicht, afhankelijk van hoe goed de wond geneest."

"Door een gebrek aan middelen in de conflictgebieden konden veel gewonden echter niet naar behoren worden behandeld. Met ernstige ernstige complicaties tot gevolg. Een 15-jarige adolescent werd in septische shocktoestand binnengebracht. Zijn spijsverteringsorganen waren geperforeerd. Twee dagen daarvoor liep hij verwondingen op door een tank maar werd hij niet onmiddellijk geopereerd. In zo’n geval kunnen patiënten door de secundaire gevolgen van de verwondingen al snel in levensgevaar verkeren. Ondanks al onze hulp en intensieve verzorging stierf de jongen twee dagen na zijn operatie.”

[1] Verwijderen van de milt