Sociale media

  • NL
Open the menu

"We kunnen werken dankzij onze neutraliteit"

Interview met Philippe Havet, die pas terug is uit Oost-Congo waar hij noodhulpcoördinator was.

Philippe Havet is vijftig jaar en hij komt uit Eupen. Hij werd door Artsen Zonder Grenzen opgeroepen om de noodhulpoperatie in Oost-Congo te coöordineren. Philippe kent het land erg goed, hij deed er zijn eerste missie in 2001. In totaal heeft hij er vijf tot zes jaar ervaring in verschillende functies. In 2007 opende hij het project van Artsen Zonder Grenzen in Masisi, dat vandaag het hart van de operaties in Noord-Kivu is. Een jaar later stelt hij vast dat de situatie ernstig achteruit is gegaan.

Hoe is de situatie geëvolueerd sinds je laatste missie op het terrein?
"De situatie verslechtert het laatste jaar voornamelijk in het oosten. De rebellen van het CNDP (Congrès national pour la défense du peuple – Nationaal Congres ter Verdediging van het Volk, het leger van Laurent Nkunda) hadden een jaar geleden al een groot deel van Noord-Kivu in handen. Nu hebben ze geografisch gezien nog meer terrein gewonnen. Ze zijn opgeschoven in noordelijke richting, naar Rutshuru, Kayna, ze zijn meer aanwezig in het oosten, aan de grens met Oeganda en Rwanda en zelfs ten zuiden van Masisi hebben ze meer invloed verworven. Om je een idee te geven:  in de buurt van Sake bevinden regeringstroepen zich op 150 meter van de rebellen. Ze zitten recht tegenover mekaar, ze zien mekaar, de twee controleposten liggen vlakbij mekaar. Omdat er vooral gevochten wordt op de grenzen van het gebied dat het CNDP bezet, is het gebied waar de bevolking gevaar loopt ook veel groter geworden. We schatten het aantal mensen op de vlucht op 200.000 tot 250.000. Dit is enkel als we rekening houden met wat er eind oktober 2008 gebeurd is – en het blijft heel moeilijk om precies te weten."
Wat doet Artsen Zonder Grenzen?
"De Belgische afdeling van Artsen Zonder Grenzen was niet in Noord-Kivu aanwezig tot augustus 2007. Op dat moment deed ik er een verkennende missie. We kwamen in Masisi aan enkele uren voordat daar hevige gevechten losbarstten. Een paar seconden later werd de verkenning een missie die tot op de dag van vandaag duurt. In Masisi dekken we een enorme zone waar geen andere medische humanitaire organisaties zijn. Het ziekenhuis had 75 bedden en daarvan was amper 40% bezet. Nu zijn er 175 bedden en is 80 tot 90% bezet. We zijn op de juiste plek op de juiste plaats beginnen werken en vandaag zijn er 13 internationale medewerkers in Masisi. Toen het geweld eind augustus Goma naderde, werd ik opgeroepen om de noodhulpoperatie daar te leiden. We hebben toen het ziekenhuis in Kirotshe overgenomen. Dat bevindt zich in een erg onveilig gebied ten westen van Goma. We hebben ook een programma voor psychologische bijstand in het kamp in Shasha. Tenslotte hebben we in de rebellenzones drie mobiele klinieken, die tientallen patiënten doorverwijzen naar het ziekenhuis in Kirotshe. De noden zijn enorm groot. In het ziekenhuis van Rubaya bijvoorbeeld, dat op de frontlinie ligt, zien we veel ondervoede kinderen. Maar we zien ook schotwonden. Wat me in het algemeen in Noord-Kivu heeft geraakt, zijn verkrachte kinderen. Ik herinner me een meisje van acht of negen jaar, dat verkracht was door een soldaat."
Kan Artsen Zonder Grenzen overal zomaar werken?
"Omdat we een strikte neutraliteit respecteren, kunnen we aan het front werken. Wij brengen patiënten over van rebellengebied naar regeringszones om ze te verzorgen. We kunnen werken omdat we heel open blijven, omdat we volledig transparant werken. Artsen Zonder Grenzen is aanwezig in Noord- en Zuid-Kivu, we werken in gebieden van alle verschillende partijen. Het is veel en tijdrovend werk om aan iedereen goed uit te leggen wat we doen, maar dat opent wel deuren voor ons."