Sociale media

  • NL
Open the menu

Voedseltop Rome moet hulp voor kinderen sterk verbeteren

Rijke landen maken veel te weinig geld vrij voor de bestrijding van ondervoeding bij kinderen jonger dan vijf jaar. Dat stelt Artsen zonder Grenzen in een nieuw rapport.

Het beschikbare bedrag is nog geen drie procent van de fondsen die nodig zijn om het aantal van 3,5 tot 5 miljoen kinderen onder de vijf jaar dat jaarlijks aan ondervoeding sterft te verminderen. Het rapport komt aan de vooravond van de Wereldvoedseltop in Rome, die komende maandag begint. Het laat ook de enorme verspilling zien in het huidige voedselhulpsysteem. Volgens Artsen Zonder Grenzen zou er veel gewonnen kunnen worden door de beschikbare fondsen in te zetten voor de meest kwetsbare groep: kinderen jonger dan vijf jaar.

Dramatisch weinig geld
‘Het zou een kolossale fout zijn als de Wereldvoedseltop niet besluit eindelijk de voedselhulpprogramma’s te verbeteren, naast de inspanningen om lokale voedselproductie te stimuleren’, zegt voedingsdeskundige van Artsen zonder Grenzen en medeauteur van het rapport Stéphane Doyon. ‘Het rapport laat zien dat voedingsprogramma’s die bewezen hebben sterfte terug te brengen dramatisch weinig geld krijgen.’ De rijke landen geven per jaar 350 miljoen dollar uit aan de bestrijding van ondervoeding in de 36 zwaar getroffen landen en de 32 landen waar ondervoeding veel voorkomt. De Wereldbank schat dat er 12,5 miljard dollar nodig is om de ondervoeding in die gebieden goed te bestrijden.
Verbetering mogelijk
De auteurs van het rapport stellen verder dat regeringen de voedselhulp ook kunnen verbeteren door nieuwe en duurdere vormen daarvan in te voeren, die geschikter zijn voor jonge kinderen. Internationale hulporganisaties, waaronder Artsen Zonder Grenzen, hebben bewezen dat ernstige ondervoeding op zeer grote schaal voorkomen en bestreden kan worden.

Artsen zonder Grenzen heeft aan de hand van gegevens van de OESO, de Europese Commissie, de Wereldbank, de Gates Foundation en UNITAID de geldstromen van de voornaamste internationale donors geanalyseerd. Hoewel miljarden dollars internationaal hulpgeld de labels ‘ontwikkeling voedselproductie en voedselveiligheid’ of ‘noodhulp’ krijgt, wordt minder dan twee procent van dat bedrag gericht uitgegeven aan het terugbrengen van ondervoeding bij kinderen.
Verspilling en inefficiëntie
Daarbij komt nog dat veel van de bestaande fondsen verspild worden aan inefficiënte praktijken. De Amerikaanse regering bijvoorbeeld verscheept voedselhulp in natura vanuit Amerika zelf, wat 600 miljoen dollar meer kost dan de hulp lokaal in te kopen.

'Het gebrek aan gerichte hulp leidt ertoe dat jonge kinderen ongeschikt voedsel krijgen dat niet de voedingsstoffen heeft die nodig zijn om gevaarlijke ondervoeding te voorkomen’, zegt Doyon. ‘Er zijn mogelijkheden genoeg om meer geld vrij te maken door eenvoudigweg de efficiëntie van de huidige hulppraktijk te verbeteren.’ In 2008 heeft Artsen Zonder Grenzen meer dan 300.000 ondervoede kinderen in 22 landen behandeld. Ondervoeding verzwakt de weerstand en verhoogt het risico op overlijden aan longontsteking, diarree, malaria, mazelen of hiv/aids.