Vluchtelingen in Eldoret getuigen

In Eldoret, een drukke doorgangstad in de Westelijke Provincie, arriveren sinds begin januari duizenden ontheemden die op de vlucht zijn voor het geweld en de onveiligheid die het land sinds 29 december in de ban houden. Hun aantal wordt geschat op 30.000. Ze zijn alles kwijt: hun huis, hun vee, hun oogsten. Ze vertellen over hun vlucht, en over hun hoop dat ze op een dag terug naar huis kunnen.

“Mijn huis is platgebrand, maar toch wil ik terug”

“Ik kwam naar hier toen mijn dorp werd aangevallen en platgebrand. We hebben niets. Ik heb alleen de matrassen voor mijn man en kinderen kunnen meenemen. We verblijven nu al twaalf dagen in deze kerk. Mijn man is de eerste dagen bij ons gebleven, maar daarna ging hij bij zijn broer wonen, hier in de buurt, omdat hier geen dekens zijn. Hij kwam ons elke dag een bezoek brengen, maar nu hebben we hem al twee dagen niet meer gezien. Mijn oudste dochter is er niet zo goed aan toe, ze heeft al enkele dagen koorts en huiduitslag.”

Judith

“Mijn ouders verblijven nog altijd in het dorp, maar mijn zus en ik vertrokken met mijn dochter omdat ze zeiden dat ze ons huis zouden platbranden. We kamen te voet in een grote groep. Nu leven we met tien in deze tent. We kunnen niet terug omdat ons huis volledig uitgebrand is. Het is een veld nu. Bovendien zijn die mensen er nog steeds, dus is het te gevaarlijk. Ik weet niet wat ik moet doen. We beginnen aan een moeilijk leven, omdat we eraan beginnen met niets.”
Christine

“We kwamen naar hier omdat het hier veilig is. Ook tijdens de rellen van 1992 kwam ik hier. Nu is het veel erger. Destijds had ik nog mijn huis, nu is het weg. Iemand bracht mij en mijn familie per vrachtwagen naar hier. Mijn huis is platgebrand, maar toch wil ik terug en een nieuw huis bouwen. Ik hoop dat we op een dag kunnen terugkeren.”
Mwania

“Het is hier niet gemakkelijk, maar wel veilig. We vluchtten weg uit ons dorp omdat ze de mannen sloegen en ons bedreigden. We leven hier nu met z’n vijftienen. De politie neemt sommige mensen mee terug om spullen op te halen, of om er te blijven als ze dat willen. Ik denk niet dat ik zal gaan. Mijn grootvader zegt dat het te gevaarlijk is. Als we terugkeren omsingelen ze misschien ons huis en branden ze het plat terwijl we erin zitten.”
Margaret

“Na de rellen kwamen veel mensen naar mijn huis omdat ze me kennen. Ze waren op zoek naar voedsel en onderdak. Ik wilde wel, maar ik had hen niet veel te bieden. Ik kwam naar het Langas politiekantoor (een van de ontheemdenkampen) omdat ik dacht de mensen naar hier zouden vluchten. Toen ik zag hoeveel mensen er waren, wist ik dat ik moest helpen.
Overdag is het niet zo druk in het kamp, omdat veel mensen terugkeren naar hun dorpen om te zien of er nog iets te redden valt. Daarna komen ze terug naar het kamp om er te overnachten. We zien veel kinderen met infecties in de kliniek omdat ze buiten in de kou slapen. Sommige hebben diarree en braken omdat de hygiëne niet goed is. Ik zag een jongen van twaalf met een snijwonde van een machete op zijn rug. We legden een verband en verwezen hem door naar het ziekenhuis. Ik zag ook een jongen die zijn familie verloren was. Hij ging op de vlucht tijdens de rellen en weet niet waar ze zijn. Veel mensen zijn zwaar getraumatiseerd. Ze komen naar ons met hoofdpijn en andere pijnen. We noemen dit het ‘hapa hapa’ (hier hier)-syndroom. Ze wijzen naar zichzelf en zeggen dat ze ‘hier’ en ‘hier’ pijn hebben, maar hun echte pijn is eerder emotioneel dan fysiek.”
Albina Aluda, verpleegster van AZG