Sociale media

  • NL
Open the menu

Verklaring Artsen Zonder Grenzen met betrekking tot de vrijlating van Arjan Erkel


Artsen Zonder Grenzen weigert het bedrag te betalen dat de Nederlandse regering is overeengekomen en heeft betaald voor de vrijlating van Arjan Erkel. Arjan Erkel is een Nederlands burger en medewerker van AZG, die op 12 augustus 2002 ontvoerd werd in Dagestan, en vrijkwam op 11 april 2004, na 20 maanden opsluiting. Nationale regeringen zijn volgens het internationaal recht verplicht om de bescherming van humanitaire hulpverleners te respecteren en te garanderen. Gedurende zijn ontvoering faalde de Nederlandse regering erin de Russische regering verantwoordelijk te stellen voor Arjans verdwijning, en eist de Nederlandse regering nu dat Artsen Zonder Grenzen het bedrag terugstort dat zij betaalden voor zijn vrijlating.

Arjan Erkels ontvoering was een van de langstdurende van een hulpverlener in de Kaukasus. Het leidt geen twijfel dat de lengte van Arjans gevangenschap wijst op het falen van alle betrokken partijen en dat de redenen hiervan eerlijk moeten aangepakt worden. In deze zaak ligt de hoofdverantwoordelijkheid bij de Russische regering die de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor de bescherming van humanitaire hulpverleners op haar grondgebied. In augustus 2003 nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 1502 aan, waarin regeringen aangespoord worden om de bescherming van hulpverleners te garanderen en te verzekeren dat “misdaden tegen zulk personeel niet ongestraft blijven”. Dit is niet gebeurd in de zaak Arjan Erkel. Het officiële onderzoek van de Russische Federatie werd gehinderd, vertraagd en zelfs zes maanden stilgelegd. Bovendien slaagde de Nederlandse regering er gedurende de hele crisis niet in de Russische Federatie met succes op de zaak Arjan aan te spreken, met de politieke aandacht en hoogdringendheid die daarvoor vereist was.
Artsen Zonder Grenzen werd weinig contact toegestaan met de Russische regering, en was dan ook genoodzaakt deze politieke passiviteit en het uitblijven van een oplossing publiekelijk aan de kaak te stellen. Driemaal oefende Artsen zonder Grenzen via de media druk uit op zowel de Russische als de Nederlandse regering om zich veel meer in te spannen voor Arjans vrijlating. Na de derde mediacampagne, ruim twee weken voor Arjans vrijlating, verbrak de Nederlandse regering alle officiële contacten met Artsen Zonder Grenzen en dreigde ze AZG publiekelijk verantwoordelijk te houden, mocht Arjan worden gedood.
Op 8 april werd Artsen Zonder Grenzen op het laatste moment geïnformeerd over een overeenkomst die de Nederlandse regering had onderhandeld. Zoals 20 maanden lang het geval was geweest, bleef de enige prioriteit van Artsen Zonder Grenzen de vrijlating van Arjan. Het hoofd van het AZG-team belast met deze zaak stemde erin toe dat de Nederlandse regering door moest gaan. Artsen Zonder Grenzen deed daarentegen geen toezeggingen op financieel gebied en benadrukte dat dit op een later tijdstip zou moeten worden besproken.
Na Arjans vrijlating, eiste de Nederlandse regering het succes hiervoor volledig op, inclusief het geven van “groen licht” voor de operatie. Spoedig daarna begon de Nederlandse regering echter van Artsen Zonder Grenzen te eisen dat de organisatie de kosten van de overeenkomst in cash zou vergoeden, om te voorkomen dat er publieke verantwoording over zou moeten worden afgelegd. Tijdens een ontmoeting op 3 mei weigerden vertegenwoordigers van de Nederlandse regering hun rol en verantwoordelijkheden in deze zaak te bediscussiëren en dreigden ze ook de subsidies aan projecten van Artsen Zonder Grenzen stop te zetten, evenals andere Europese regeringen en instellingen aan te sporen hetzelfde te doen als AZG niet voldeed aan de eis tot terugbetaling.
In recente publieke verklaringen heeft de Nederlandse regering de afhandeling van de zaak Erkel als een zakelijke transactie gepresenteerd, waarbij Artsen Zonder Grenzen ‘een voorschot’ kreeg. Dit is niet waar. Artsen Zonder Grenzen heeft geen geld ontvangen of geleend van de Nederlandse regering en was niet betrokken bij de onderhandelingen. De verklaringen van de Nederlandse regering versluieren de echte kwestie, namelijk het politieke karakter van de ontvoering en het feit dat die 20 maanden duurde.
Een maand na de vrijlating van Arjan Erkel en onder immense druk van de Nederlandse regering, bood de Algemeen Directeur van Artsen Zonder Grenzen-Zwitserland – de werkgever van Arjan Erkel – eenzijdig aan de zaak af te handelen voor de helft van het bedrag. Dit aanbod werd later ingetrokken door de internationale beweging van Artsen Zonder Grenzen. Sindsdien heeft de Nederlandse regering elk verzoek tot een ontmoeting afgewezen. Daarnaast weigerde de Nederlandse regering het aanbod van de Algemeen Directeur van Zwitserland, waarbij ze hun eis tot betaling van het volledige bedrag herhaalden. Ondanks dat deze druk tot grote interne spanningen binnen de internationale beweging van Artsen Zonder Grenzen heeft geleid, wil de organisatie zich niet laten dwingen tot terugbetaling. Artsen Zonder Grenzen heeft de Nederlandse regering nooit gemachtigd om namens de organisatie te onderhandelen. De organisatie kan daarom geen verantwoordelijkheid nemen voor onderhandelingen waarbij ze niet betrokken is geweest en waarvoor ze niet over de voorwaarden heeft onderhandeld. Artsen Zonder Grenzen spreekt haar voorkeur uit voor een onafhankelijk openbaar onderzoek naar de afhandeling en de oplossing van deze ontvoering, met volledige doorzichtigheid voor het publiek.
Artsen Zonder Grenzen heeft haar verantwoordelijkheden opgenomen. De vrijlating van Arjan Erkel was gedurende 20 maanden de hoogste prioriteit: de organisatie heeft op grote schaal tijd en energie in de zaak gestoken, heeft regeringen aangespoord politieke en diplomatieke actie te ondernemen en heeft publiekscampagnes gehouden waarin gevraagd werd om de vrijlating van Arjan. Daarbij hoorde ook de internationale petitie, gesteund door ruim 400.000 mensen, die de Russische regering aanspoorde Arjans zaak op te lossen. Geconfronteerd met een gebrek aan politiek handelen en politieke passiviteit, bewandelde Artsen Zonder Grenzen ook andere wegen, waaronder het inhuren van tussenpersonen en het ter beschikking stellen van geld in een poging Arjan vrij te krijgen. Voor dit doel deponeerde Artsen zonder Grenzen 250.000 euro in de Nederlanse ambassade in Moskou. Het werd daar enkel gedeponeerd voor veiligheidsreden en Artsen Zonder Grenzen vraagt nu dat de resterende 230.000 euro teruggestort wordt.
De programma’s van Artsen Zonder Grenzen in de Noord-Kaukasus richten zich op medische hulp aan burgers die getroffen zijn door het aanhoudende, gruwelijke conflict in Tsjetsjenië. Als een van de weinige onafhankelijke humanitaire organisaties die nog in de regio actief is, heeft Artsen Zonder Grenzen haar humanitaire activiteiten in Dagestan moeten opschorten en in belangrijke mate haar operaties in Tsjetsjenië en Ingoesjetië moeten beperken als gevolg van deze ontvoering. De Russische Federatie moet humanitaire hulpverleners respecteren en andere regeringen moeten actief opkomen voor de rechten van hulpverleners om hen in staat te stellen voor kwetsbare bevolkingen te kunnen werken. Helaas is dit op het moment geen realiteit. Dit is tekenend voor hoe Westerse regeringen het lot van de Tsjetsjeense burgers blijven negeren, die dag na dag het slachtoffer zijn van geweld en in toenemende mate verstoken zijn van hulp.