Sociale media

  • NL
Open the menu

Vechten tegen malaria in Sierra Leone

Het einde van een oorlog betekent niet automatisch een einde aan het lijden. Dat blijkt maar weer eens uit de situatie in Sierra Leone. De belangrijkste taak van AZG was tot voor kort het verlenen van medische hulp aan ontheemden en vluchtelingen uit de buurlanden. Het plan was om deze activiteiten af te bouwen zodra de vluchtelingen terug naar huis konden keren. Maar naarmate de kampen leegliepen, stroomden steeds meer lokale bewoners naar de medische centra van AZG.

“Het bleek dat de plaatselijke bevolking er qua gezondheid veel slechter aan toe was dan wij altijd hadden gedacht. Elke maand krijgen wij in onze centra zo'n 10.000 mensen met malaria op consultatie. Dat is enorm veel”

11 jaar oorlog
AZG startte haar activiteiten in Sierra Leone in 1986. Toen in 1989 de oorlog uitbrak in Liberia, schoot de organisatie de vluchtelingen te hulp die massaal de grens overstaken. Maar het duurde niet lang voordat het conflict zich ook naar Sierra Leone uitbreidde. AZG was één van de weinige organisaties die ervoor koos in het land te blijven gedurende de elf jaar durende burgeroorlog. In deze periode verlieten twee van de vijf miljoen inwoners hun huizen. De rebellen van het RUF waren al snel berucht om het afhakken van handen bij hun politieke tegenstanders. Ziekenhuispersoneel werd vermoord en de hele gezondheidsinfrastructuur vernietigd. Daar de halve bevolking geen medische bijstand meer kreeg, daalde de levensverwachting tot nauwelijks 39 jaar. Vier jaar geleden werd de vrede hersteld en de laatste VN-troepen verlieten het land in december 2005. Maar de littekens zijn er nog steeds.
Extra AZG-activiteiten
Elke maand worden ruim 500 patiënten behandeld in het met de hulp van AZG gerunde medisch centrum Gondama. De meeste patiënten lijden aan malaria, ondervoeding of infecties van de luchtwegen. In de medische centra in Bandajuma, Gerihun, Jembe, Jimmi Bagbo en Gondama vinden nog eens 20.000 consultaties per maand plaats. De overgrote meerderheid van de patiënten komt uit de omgeving. In de vier belangrijkste gebieden zullen de activiteiten worden opgevoerd. De AZG-teams zullen de dorpen rondom de centra gaan bezoeken om mensen voor te lichten over ziektepreventie, de beschikbaarheid van medische hulp en het verband tussen hygiëne en gezondheid. “We gaan er bij de regering voor lobbyen dat het nieuwe malariaprotocol wordt uitgevoerd, en zullen daarnaast ook aandringen op gratis gezondheidszorg voor kinderen onder de vijf jaar. Zo hopen we iets te kunnen doen aan het hoge sterftecijfer door malaria. Ook willen we de efficiëntie beoordelen van Paracheck, de testmethode die wij gebruiken om vast te stellen of een patiënt malaria heeft (nvdr: het betreft de analyse van een beetje bloed dat uit de vingertip gehaald wordt)”, aldus Susanne Elofsson. Haar conclusies worden bevestigd door Aminatha Gbendeva, die patiënten test in het centrum van Godama. Vandaag testte ze 105 patiënten, en bij 92 van hen was de uitslag positief. Van de 94 geteste kinderen onder de vijf jaar hadden er 71 malaria. Elke dag ziet ze dezelfde resultaten. “Ik maak mij zorgen over de vele gevallen die we misschien missen”, zegt Aminatha. “Bereiken we wel genoeg kinderen met het testprogramma? Het kan ook heel goed zijn dat we een patiënt tijdens de symptoomvrije fase van de ziekte treffen.” Momenteel is de situatie in Sierra Leone vrij stabiel, maar het land kampt nog altijd met grootschalige armoede. De behoeften zijn groot, maar volgens Susanne Elofsson ziet de toekomst er goed uit: “Ik hoop dat Gondama erkend zal worden als openbaar ziekenhuis voor de streek. Ik geloof echt dat het ons gaat lukken.”