Sociale media

  • NL
Open the menu

Regen en AZG-interventie maken einde aan voedselcrisis: AZG sluit voedselcentra in Tanyang

AZG sluit deze maand haar voedselcentra in Tanyang, in het district Dirror, in het zuidoosten van Soedan (staat Bieh, Jonglei, Zuid-Soedan). Uit een voedselenquête bleek namelijk dat de ondervoeding de voorbije weken sterk is afgenomen en dat er niet langer sprake is van een noodsituatie. Het therapeutisch voedselcentrum is al gesloten, het supplementaire voedselcentrum gaat zo vlug mogelijk dicht.

"Na de sluiting van het therapeutisch voedselcentrum moesten we ons team om veiligheidsredenen evacueren", aldus Helga Ritter, medisch coördinator voor AZG. "Zodra ze kunnen terugkeren, gaat ook het supplementaire voedselcentrum dicht." De twee centra werden afgelopen juni geopend, nadat een onderzoek in mei had uitgewezen dat de voedselsituatie alarmerend was en er in de regio een extreme voedselcrisis heerste. De bevolking is semi-nomadisch. De helft van de bevolking trekt bij het begin van het droogseizoen weg met het vee, op zoek naar weilanden en water. Aangezien er geen meren en rivieren zijn in het gebied, kunnen de waterpunten slechts water leveren aan een beperkt aantal mensen, niet aan het vee. Zodra het regenseizoen begint - meestal rond mei - kan het vee terugkeren en wordt het land bewerkt. In september wordt er dan geoogst. De voorbije jaren zijn echter droog geweest, en ook dit jaar kwam de regenval in de regio slechts laat. Daardoor raakten de overlevingsstrategieën van de bevolking uitgeput. Uit de voedselenquête in mei bleek dat er heel wat ondervoede kinderen waren met bijzonder slechte vooruitzichten. "Mei was slechts het begin van de hongerperiode (wanneer de eerste oogst opgebruikt is, en het nog geen tijd is voor een nieuwe oogst). Zonder onze hulp zou de situatie dramatisch verslechterd zijn, want één derde van de kinderen dreigde zwaar ondervoed te raken", vervolgt Helga Ritter. "Om dat te verhinderen en de ondervoede kinderen te behandelen, startten we met het voedselprogramma." Het therapeutisch en het supplementaire voedselcentrum draaiden uitstekend, ondanks veiligheidsproblemen af en toe. De voedselsituatie verbeterde toen het uiteindelijk begon te regenen; het vee keerde immers terug en de gewassen konden groeien. Daardoor kwam er een einde aan de hongersnood. Een voedselenquête in oktober wees uit dat de algemene en de ernstige ondervoedingcijfers gedaald waren van respectievelijk 40% naar 20%, en van 10% naar 2%. De cijfers voor oktober weerspiegelen de normale ondervoedingsgraad in Soedan. "Onze staf zal de situatie op de voet blijven volgen in drie AZG-gezondheidsposten in de regio. Ze zullen de kinderen screenen, om te zien of hun toestand goed blijft. Als de volgende hongerperiode opnieuw problemen zou veroorzaken, zullen we heel snel kunnen reageren", zo besluit Helga Ritter.