Sociale media

  • NL
Open the menu

Praten met vluchtelingen in Guinee: "Liever sterven in mijn eigen land"

Aan de vreedzame coëxistentie tussen de Guinese burgerbevolking en de vluchtelingen uit haar buurlanden kwam een paar maanden geleden een einde. Sindsdien zitten de vluchtelingen klem tussen de vijandige situatie in Guinee en de oorlog thuis. Artsen Zonder Grenzen (AZG) probeert naast de gebruikelijke medische interventies ook een toegevoegde waarde te bieden via gesprekken met de vluchtelingen, door systematisch te luisteren en hun vragen te beantwoorden.

Guinee was tot voor kort een sluimerend land, onaangeraakt door oorlog, terwijl gewapende conflicten in zijn buurlanden honderdduizenden mensen op de vlucht deden slaan. Zo'n 450.000 van hen belandden in Guinee. Een geschatte 330.000 vluchtelingen komen uit Sierra Leone. De meesten vestigden zich in het zuidoostelijke deel van Guinee, bij de grens met hun vaderland. Ruim 120.000 vluchtelingen komen uit Liberia. Zij verblijven oostelijker, in de Macenta-regio. President Lansana Conte is aan de macht in Guinee sinds in 1984. Het land opende haar grenzen na meer dan 20 jaar planeconomie, gesteund door het Oostblok. Een nieuw vertrouwen welde op. Herhaalde verkiezingsfraude en een mislukte staatsgreep in de jaren negentig zorgden ervoor dat Conte de macht steeds meer naar zich toetrok. Het vertrouwen verdween opnieuw. De economie en de politieke situatie gingen erop achteruit. Politiek tegenstander Alpha Conde werd opgesloten en de interne kritiek tegen Conte klonk steeds luider. Zoals vaak het geval is, vertaalden de interne problemen zich in een externe bedreiging: de vluchtelingenbevolking.

Goede relaties
De relatie tussen de vluchtelingen en de burgerbevolking in Guinee is in de meeste gebieden steeds goed geweest, vooral in de zogezegde Papegaaienbek-regio, waar ze tien jaar lang vreedzaam naast elkaar leefden en handel dreven. De recente golf van geweld tegen vluchtelingen maakte daar een einde aan. Burgers en militairen hebben vluchtelingen bedreigd, mishandeld en weggejaagd uit hun dorpen, hebben de huizen geplunderd en hele kampen met de grond gelijkt gemaakt. Volgend op deze aanvallen, zijn duizenden vluchtelingen terug naar Sierra Leone gedreven of meer naar het noorden, Guinee in gevlucht, op zoek naar veiligheid. In het Massakoundou-kamp bij Kissidougou beschrijft Aiah (50) de situatie: "De oorlog die ons naar Guinee heeft gedreven, is nu ook dit land binnengevallen. Rebellen, soldaten en burgers, ze bedreigen ons allemaal. Ze noemen ons rebellen." Zijn metgezel voegt eraan toe: "We zullen terugkeren naar Sierra Leone, en nooit meer terugkomen. Zelfs al is er daar geen vrede, we geven er de voorkeur aan met onze mensen te sterven."
Luisteren naar vluchtelingen
In maart stuurde de studiedienst van AZG een van haar medewerkers naar de AZG-missie in Kissidougou, ten noorden van de omstreden Papegaaienbek-regio. Het belangrijkste doel was een manier uit te werken om de vluchtelingenbevolking te ondervragen: luisteren naar hun verhalen, maar ze ook inlichten over de moeilijke situatie waarin ze zich bevinden. Op dit ogenblik leven de vluchtelingen van mondelinge informatie en vertrouwen ze op geruchten die vaak nergens op gebaseerd zijn. Vier plaatsen werden gekozen als interviewlocatie: Katkama, Massakoundou, Kolomba en Boreah. Elk van deze kampen heeft een gezondheidspost van AZG en een team van gezondheidswerkers. Zij voeren de interviews uit. De ligging van de vier kampen komt ruw overeen met de route die de meeste vluchtelingen volgen: de onveiligheid in het zuiden (Kolomba) duwt de mensen naar de transitkampen (Massakoundou en Katkama), vanwaaruit ze overgebracht worden naar de nieuwe kampen, ten noorden van Kissidougou (Boreah). Het ondervragen van de vluchtelingen geeft AZG de kans om de ervaringen te verzamelen van de mensen die nog in de onstabiele en onzekere context van de Papegaaienbek zitten, waar de Verenigde Naties (VN) en ngo's nauwelijks toegang tot hebben, maar ook van mensen die onlangs gevlucht zijn voor grensoverschrijdende aanvallen of voor de vernieling van hun kamp, maar die nog niet volledig buiten gevaar zijn en mensen die nu in de nieuwe kampen geïnstalleerd zijn, buiten de gevarenzone.
Aan de grens
Kolomba ligt in het uiterste zuiden van de Papegaaienbek. Het is een gebied waar een paradoxale rust heerst: in de hele omgeving heerst onveiligheid en onzekerheid, en behalve de Guinese en vluchtelingenbevolking (ongeveer 30.000 mensen), zijn er ook veel Guinese militairen en Kamajor-rebellen aanwezig. Maar Kolomba werd tot nu toe met rust gelaten. De vluchtelingen in het gebied zijn niet te vinden voor een verplaatsing binnen Guinee. Een land intrekken dat hen niet langer met open armen ontvangt, waar taalbarrières bestaan en voedseltekorten, het probleem om lange afstanden te voet af te leggen en de last van "zwakkere" familieleden (ouderen, zieken), het zijn een aantal redenen. "We zijn hier sinds 1991 en zijn sindsdien nooit meer teruggekeerd naar Sierra Leone. Een aantal familieleden zijn naar de kampen in het noorden gereisd (Massakoundou, Nyaedou, Katkama) maar ze zijn allemaal teruggekeerd na de aanvallen daarginds", vertelt een vluchteling. "Ik wil terugkeren naar mijn land, maar niet via deze grens. Kolomba is omringd door rebellen. Ik zal naar Conakry reizen en de boot nemen naar Freetown. Maar ik wil zeker niet in een ander kamp in Guinee terechtkomen."
In de transitkampen
AZG praatte ook met vluchtelingen in Massakoundou en Katkama. Deze kampen worden op dit ogenblik gebruikt als transitkampen. De mensen hier ontvluchtten het eerste geweld in Sierra Leone acht jaar geleden, vestigden zich in Guinee, maar moesten opnieuw vluchten in de voorbije maanden. "Ik woonde sinds 1994 in Nongoa, tot de rebellen het dorp binnenkwamen op 10 maart", vertelt Fantu (35). "Ik ben met privé-transport tot in Katkama geraakt en moest 15.000 Guinese frank betalen aan soldaten voor ik het kamp binnenging. Guinese burgers vertellen ons dat ze geen vluchtelingen meer willen. Ze hebben zelfs ons kamp in brand gestoken en ik ben alles kwijtgeraakt: eten, geld, kleren. Twee van mijn zonen zijn verdwenen tijdens de vlucht uit Nongoa." In Massakoundou vertelt Mohammed (59) over zijn vlucht: "Het voorbije anderhalf jaar hebben we in Koundou Lengo Bengo gewoond. We moesten verhuizen wegens de grote onveiligheid in de streek. Er waren ook voedseltekorten, en er was geen mogelijkheid om geld te verdienen. Om in Massakoundou te geraken, reisden we te voet langs vele dorpen en steden. In Yende vonden we een auto die naar Kissidougou reed. Van daaruit moesten we opnieuw te voet reizen naar Massakoundou. We hadden geen geld meer." "Er zijn ook veel problemen aan de controleposten en in de dorpen. Burgers en militairen vernietigden onze bezittingen, ze beschuldigden ons ervan rebellen te zijn. De enige hulp die de VN en ngo's ons nu kunnen bieden, is ons in een veiliger zone te krijgen in Guinee of in Sierra Leone. De VN-autoriteiten worden in Guinee niet gerespecteerd zoals in andere geciviliseerde Afrikaanse staten. We willen terugkeren naar Sierra Leone, zeker na alle pesterijen, bedreigingen en na de onrechtvaardige arrestatie van onze mannen." [in de Massakoundou-raid van 26 maart werden 955 vermoedelijke rebellen aangehouden en opgesloten gedurende vier dagen, onder hen ook 25 AZG-medewerkers] James (22) beleefde een soortgelijke gebeurtenis: "Op zoek naar veiligheid, zijn we in twee dagen tijd te voet van Dakona naar Mongo gelopen. Daar namen we het VN-konvooi naar Katkama op 30 maart. Dakona zijn we ontvlucht door de oorlog, het moorden, het afbranden van onze kampen. Vluchtelingen werd ook gezegd het grensgebied te verlaten. Een van de veiligheidsmensen van de kantine werd door de gewapende krachten van Nongoa vermoord omdat hij zogezegd rebel was. Hij was een onschuldige vluchteling." "Ngo's en de VN zouden voedsel moeten voorzien, opleiding, kleren, en zorgen voor de hereniging van families in de nieuwe kampen. Sommige families zijn na hun vertrek uiteen gevallen. Het zou ook goed zijn indien de VN en de ngo's als bemiddelaars zouden optreden in het conflict thuis, en Sierra Leone uit de handen van de rebellen zouden houden." Door de vijandigheden en de agressie van het gastland, steken sommige vluchtelingen nu ook te voet de grens over, recht het gebied in van het RUF (Verenigd Revolutionair Front). "Ik zie liever de dood tegemoet in mijn eigen land dan hier in Guinee", zeggen velen. AZG probeert de vluchtelingen nu ook bewust te maken van de gevaren van het oversteken in RUF-gebied, zelfs indien die optie te verkiezen lijkt boven de moeilijkheden in Guinee.