Sociale media

  • NL
Open the menu

Plundering dwingt tot onderbreking van AZG-programma's

Deze week zijn meerdere gebouwen van Artsen Zonder Grenzen in Afghanistan geplunderd. De projecten in de steden van Mazar-I-Sharif en Kandahar waren cruciaal voor het leveren van medische en voedselhulp aan de Afghaanse bevolking. Door de plundering zijn de Afghanen in maar liefst zes provincies afgesneden van levensnoodzakelijke bijstand.

Na twintig jaar burgeroorlog en drie jaar aanhoudende droogte en voedseltekorten, krijgen de Afghanen nu ook nog eens af te rekenen met de gevolgen van een zowat volledig isolement. De tol voor de burgerbevolking zal beslist heel hoog zijn als er niet snel verandering komt in de situatie. Met praktisch geen toegang meer tot internationale hulp zou de bevolking van Afghanistan het recht moeten hebben om veiligheid te zoeken elders in eigen land of erbuiten. AZG vraagt alle betrokken autoriteiten niet enkel al het mogelijke te doen om het beetje bijstand dat nog mogelijk is te respecteren, maar vraagt ook ongehinderde toegang voor alle burgers tot de locaties waar ze wel nog voedsel en medische hulp kunnen krijgen. AZG is ook heel erg bezorgd over het sluiten van alle internationale grenzen met Afghanistan en de insluiting van de bevolking. Zelfs nadat AZG kort na 11 september haar internationale staf moest evacueren uit Taliban-gebied, door de toenemende onveiligheid, slaagde de Afghaanse staf erin de AZG-programma's draaiende te houden. Zo bleven ze vitale bijstand verlenen aan de bevolkingsgroepen in hun gebieden. Door de sluiting van twee belangrijke, regionale basissen, is deze bijstand nu niet langer mogelijk voor grote regio's in het noorden en het zuiden van het land. In twee provincies die in handen zijn van de Noordelijke Alliantie blijft AZG intussen haar programma's verder zetten met internationale en lokale staf.