Sociale media

  • NL
Open the menu

Oorlogschirurgie in Port-au-Prince

Dr. Jean-Paul Dixmeras, een chirurg uit Parijs, Frankrijk, keerde net terug uit de Haïtiaanse hoofdstand Port-au-Prince, waar hij chirurgische noodhulp verleende. AZG probeert de noden te behandelen van burgers die gewond raken tijdens de stroom van geweld, die gemeengoed is geworden in de armste delen van de stad. Jean-Paul geeft zijn eigen indrukken weer over het nieuwe project.

“Toen AZG me eind december 2004 contacteerde, was ik ervan overtuigd dat ze me, in de nasleep van de tsunami, naar Sri Lanka wilden sturen. Ik had immers al aan 4 missies in dat land deelgenomen. Ze vroegen me echter om naar Haïti te gaan waar AZG van start was gegaan met een chirurgisch programma. Op 31 december nam ik het vliegtuig. Aanvankelijk was ik een beetje sceptisch. Ik werd voor een erg korte periode geëngageerd (tien dagen), ik wist dat het programma nog maar net was gestart, en ik vroeg me af of ik misschien enkel aanwezig moest zijn om kisten uit te pakken, in plaats van mijn expertise als chirurg aan te wenden bij operaties. Ik stelde al snel vast dat ik het bij het verkeerde eind had. De volgende dagen verliepen op identieke wijze: de hele bevolking krijgt af te rekenen met schotwonden. Zoals deze jongen van 18 jaar: hij werd van dichtbij in de borst geschoten. Stedelijk geweld
AZG versterkte haar aanwezigheid in Haïti met een noodinterventie volgend op de tropische storm Jeanne. Na die interventie evalueerden enkele medewerkers van AZG de situatie op het eiland, dat door opeenvolgende natuurrampen getroffen werd – overstromingen in maart 2004, en de tropische storm Jeanne in september. Bovendien is het land ook op politiek vlak verre van stabiel. Het team stelde een onverwacht hoge graad van geweld vast, een toestand van stedelijk geweld waarin veel slachtoffers van schotwonden geen toegang tot behandeling hebben. Het geweld concentreert zich in Port-au-Prince, een stad van twee miljoen inwoners, van wie velen in armzalige omstandigheden leven. Het geweld treft vooral burgers die vast raken in gevechten tussen gewapende bendes – zowel voor als tegen voormalig president Aristide – en de politie. Bij een confrontatie lopen alle inwoners van deze wijken gevaar. We verzorgden veel vrouwen en kinderen die in de rug geschoten waren. Het ging hier niet om verdwaalde kogels of om ongevallen. Ze werden met opzet beschoten terwijl ze wegvluchtten om een schuilplaats te vinden. Overbevolkte openbare ziekenhuizen, privé-klinieken te duur
Het Haïtiaanse gezondheidsstelsel is absoluut niet voorbereid op dergelijke uitdaging. In Port-au-Prince is slechts één openbaar ziekenhuis operationeel, en dat is overvol. Door de armoede en de recente politieke gebeurtenissen, wordt het niet meer bevoorraad. De patiënten kunnen hierdoor niet meer behandeld worden, tenzij ze hun eigen materiaal en medicijnen meebrengen.
Bovendien werken veel artsen enkel nog in privé-praktijken, omdat ze in het algemene ziekenhuis amper iets verdienen. Daarom moet het ziekenhuis studenten aan het werk stellen, die hun opleiding nog niet volledig voltooid hebben, en die momenteel tegen het systeem in staking zijn. De kleine klinieken in de privé-sector werken tezelfdertijd puur om winst te maken. De enkele bestaande chirurgen, van wie ik aanneem dat ze voldoende opgeleid zijn, trekken met hun dokterstas en hun uitrusting van de ene instelling naar de andere, en rekenen een totaaldienst aan die zowel de operatie zelf als postoperatieve verzorging inhoudt. Bij een ernstige breuk kost een behandeling waarbij de botten met externe bouten terug aan elkaar worden gezet, afhankelijk van de instelling, tussen $1.000 en $2.000. Een keizersnede in een relatief goedkope instelling kost al gauw $200 en zelfs een eenvoudige gips is duur. In een land waar het gemiddelde inkomen per persoon geschat wordt op ongeveer $380, kunnen maar weinig mensen gebruik maken van dit type medische verzorging. Geconfronteerd met een dergelijk ziekenhuissysteem, voerde AZG een onderzoek in de onrustigste buurten van Port-au-Prince. Enkele humanitaire organisaties zoals het Rode Kruis, de Zusters van Liefde uit Calcutta en de Broeders van Bangladesh houden dispensaria van elk ongeveer 50 bedden open. Hierdoor kunnen ze een behandeling ter plaatse aanbieden aan slachtoffers die moeilijk hun buurt kunnen verlaten. Deze centra hebben echter niet de capaciteiten om ingewikkelde operaties uit te voeren. Herstel van een ziekenhuis dicht bij de meest getroffen gebieden
We vonden een privé-instelling, het Sint-Jozef Ziekenhuis, dicht bij de wijk Citè Soleil. Tegen eind december waren we erin geslaagd om het gebouw, alle bestaande personeelsleden en het bestaande materiaal volledig operationeel te maken. Ter versterking van het team konden we een Haïtiaanse orthopedische chirurg aanwerven, en ook vier algemene artsen voor de spoedgevallen. Samen staan ze 24u op 24 in voor de opname van patiënten.Ter plaatse contacteerden we eveneens een kaakchirurg, een algemene chirurg, een neurochirurg en een röntgenlaborant. Allemaal gingen ze akkoord om tegen een vooraf bepaalde prijs voor ons te werken. Ze zullen per uitgevoerde dienst betaald worden. Voor vaatchirurgie, essentieel in deze context, zal er beroep gedaan worden op buitenlandse chirurgen zoals mezelf. Alles samen bestaat het buitenlandse team uit negen personen: een chirurg, een anesthesist, een heelkundig en een algemeen verpleegkundige, de landverantwoordelijke, de beheerder, de directeur op het terrein én twee logistieke medewerkers. Na de overname van het ziekenhuis bestond onze eerste taak erin het opnieuw bedrijfklaar te maken. De toestand was er namelijk erbarmelijk. Er waren zes zuurstofmaskers aanwezig, maar geen enkel werkte nog. Ook alle vier de operatietafels waren beschadigd. De ambulance was sinds 2000 niet meer in gebruik, omdat de vergunning was vervallen. En er stonden ons nog andere onprettige verrassingen te wachten. Het sterilisatiesysteem functioneerde niet. Er bevond zich geen waterkraan in de operatiezaal. In feite was er slechts een enkele kraan beschikbaar voor de volledige heelkundige afdeling. Ook de verwerking van afval was onbestaande. Officieel werd het afval naar het openbare stort gebracht, wat op zich al niet zo een goed idee is. In realiteit werd het echter vaak in de goot naast het ziekenhuis achtergelaten, waar de varkens vochten voor de stukjes huid. Er waren geen operatiehemden en bijna geen instrumenten, en ga zo maar verder. De generator die tijdens een black-out elektriciteit zou moeten leveren werkte eveneens gebrekkig. We moesten zelfs opereren bij het licht van onze voorhoofdslampen. Nog voor we konden beginnen met het uitvoeren van herstellingen, werden we al onmiddellijk geconfronteerd met een reeks gewonden. We konden hen natuurlijk niet zomaar laten wachten, en daarom begonnen we meteen aan de operaties. Tegelijkertijd probeerden we ook een operatiezaal voldoende in orde te brengen. We konden snelkookpannen lenen om onze uitrusting te steriliseren. Toch konden we jammer genoeg slechts de helft van deze pannen ook effectief gebruiken. De logistieke medewerkers van AZG baseren hun kits met instrumenten namelijk op de behandeling van 300 gewonden. Maar om goed te kunnen werken is het niet voldoende dat er chirurgen aanwezig zijn. Er moet ook voldoende materiaal beschikbaar zijn, en de postoperatieve verzorging moet worden verzekerd. Bij onze aankomst beschikte het ziekenhuis slechts over 15 privé-kamers. Daarom verdubbelden we de opnamecapaciteit door een grote zaal in te richten. We wilden graag 60 bedden hebben, en richtten daarom de vroegere kapel op de bovenverdieping in als ziekenzaal. Meer dan dat konden we jammer genoeg niet doen. We zouden ons werk goed moeten plannen en concentreren, wilden we niet onmiddellijk overbezet geraken. We waren hoofdzakelijk gekomen omwille van het geweld, en hielden ons daarom eerst bezig met de verzorging van alle slachtoffers van schot- en steekwonden. De behandeling van civiele traumatologie, die nergens anders werd verstrekt vormde een tweede prioriteit. Het gaat hier om slachtoffers van auto-ongevallen of ongevallen thuis. Omdat de bevolking van Port-au-Prince in extreem onstabiele omstandigheden leeft, ontvingen we bijvoorbeeld ook tweemaal een patiënt die tijdens de modderverschuiving gewond was geraakt. Een van hen was een tiener van 16, van wie de schedel door enkele rotsen was verpletterd en die in coma lag. Toch wilden we in de mate van het mogelijke vermijden om zelf gynaecologische ingrepen, zoals keizersnedes, uit te voeren. We vonden gelukkig enkele ziekenhuizen waar we deze patiënten naar konden verwijzen. Het is de bedoeling om samen te werken met de dispensaria van het Rode Kruis, de Zusters van Calcutta en de Broeders van Bangladesh. Deze liggen in het hart van de buurten waar de conflicten worden uitgevochten, maar zijn niet uitgerust om ingewikkelde heelkundige ingrepen uit te voeren. Daarom opereren we de gewonden die ze ons sturen en verzorgen we hen vlak na de operatie. Voor uitgebreidere nazorg sturen we de patiënten terug naar de dispensaria. Onvoorspelbare golven van geweld en extreme noodgevallen
Zoals op alle plaatsen waar een conflict uitbreekt, is het patroon achter de confrontaties erg ongelijkmatig. Elke dag worden er patiënten binnengebracht, maar er zijn golven van geweld. Deze zijn redelijk gemakkelijk te voorspellen omdat de bendes bekend maken dat ze niet akkoord gaan met een beslissing van de overheid en dat ze ertegen in opstand zullen komen. Tot nu toe hebben zich vier golven voorgedaan, op 30 september, 17 oktober, 15 december en 13 januari. Het ziekenhuis waar we werken ligt dicht bij de gebieden waar de conflicten worden uitgevochten. De patiënten komen dan ook erg snel bij ons aan. Het is erg uitzonderlijk dat er zo dicht bij een gevarenzone wordt gewerkt, met alle risico’s voor de veiligheid van het team als gevolg. De mensen komen hier aan met schotwonden. Ze zijn in shock en moeten onmiddellijk geopereerd worden. Dit zijn extreme noodgevallen. De werkomstandigheden deden me denken aan mijn eerste missies met AZG, in Soedan, meer dan 20 jaar geleden. De context herinnerde me aan Somalië, waar je hetzelfde bendeprobleem tegenkomt, ook al is het daar soms nog onstabieler. De tien dagen die ik in Haïti doorbracht deden elke twijfel die ik had over het nut van het project volledig verdwijnen. Zowel de mate van geweld als de ontoereikendheid van het gezondheidssysteem rechtvaardigen de aanwezigheid van AZG.