Sociale media

  • NL
Open the menu

Nog steeds geen voedsel en onderdak, terwijl de toevloed van vluchtelingen aanhoudt

Nadat op 15 maart generaal Bozizé de macht greep in de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR), wordt de situatie voor de 30.000 Centraal-Afrikaanse vluchtelingen in het zuiden van Tsjaad er met de dag onzekerder op. Terwijl de crisis steeds erger wordt, zijn internationale hulporganisaties klaarblijkelijk niet geneigd om te reageren.

Volgens de AZG-coördinator van het noodteam in Tsjaad, Sonia Payrassol, "is de overwinning van generaal Bozizé geen reden tot feestvreugde voor de vluchtelingen in Tsjaad. Zij krijgen daarmee hun platgebrande huizen en oogsten niet terug. En daarbij verdwijnt ook de angst niet die bij velen leeft over het feit dat terugkeren naar de CAR onmogelijk zou zijn." Bovenop de heersende onzekerheid in CAR en de wijdverspreide etnische afrekeningen, heeft de oorlog het reeds bestaande landconflict tussen boeren en herders alleen maar verergerd. Voor de vluchtelingen in Tsjaad, voornamelijk boeren, is het einde van de burgeroorlog tussen president Patassé en de nieuwe zelfuitgeroepen president Bozizé verre van een signaal om naar huis terug te keren. De toevloed van vluchtelingen in Tsjaad houdt aan en hun toestand verslechtert. Volgens Sonia Payrassol "zijn de rijksten onder hen duidelijk herkenbaar omdat ze een slaapmat en een kookpot bezitten, maar zelfs zij hebben niets te eten. De hoeveelheid voedsel die tot dusver aan de vluchtelingen werd verdeeld volstond kwalitatief en kwantitatief niet." Bovendien hebben de meeste vluchtelingen geen onderdak en ze blijven verspreid rond de grensdorpen, waar ze in de straten slapen. Veel van deze dorpen hebben hun bevolking zien verdubbelen of verdriedubbelen op een moment dat het droge seizoen betekent dat zelfs in normale omstandigheden voedsel en water schaars zijn. Een voorbeeld is het dorp Koumba, dat slechts één bron heeft en zijn bevolking zag aangroeien van 300 tot 2100. En de toevloed wordt er blijkbaar niet minder op. In het dorp Maro alleen al kwamen de voorbije dagen meer dan 1.000 vluchtelingen toe. Sinds het begin van de crisis in november 2002 riep AZG herhaaldelijk op tot bijstand, maar voorlopig is het de enige organisatie die op een ernstige manier reageerde. Naast het verlenen van medische hulp, bouwde AZG transitkampen met een capaciteit van 2.000 personen in Goré en Danamadji, twee dorpen nabij de grens tussen Tsjaad en de CAR. De capaciteit van beide kampen is reeds volledig ingevuld. 26.000 vluchtelingen hebben dringend nood aan voedsel en onderdak.Voor hen is er momenteel niets en de tijd dringt. AZG roept de internationale agentschappen nogmaals op om hun opdrachten te vervullen en op korte termijn de nodige bijstand te verlenen om te voorkomen dat de situatie verder verslechtert.