Sociale media

  • NL
Open the menu

Marburg zaait angst in Noord-Angola

De inwoners van de Angolese stad Uige staan hulpeloos tegenover de Marburg-epidemie die hun regio in haar greep heeft. Marburg – de hemorragische koorts die lijkt op Ebola – heeft al meer dan 280 mensen in de provincie het leven gekost, en elke dag nog steken er nieuwe gevallen de kop op.

Geconfronteerd met een ziekte die kan worden overgedragen bij eenvoudig contact met een besmette persoon die symptomen vertoont, willen de ongeveer 200.000 inwoners van Uige weten wie verantwoordelijk is. Soms slaat hun angst om in woede. Zo zijn er al stenen gegooid naar buitenlandse teams die tegen de epidemie vechten, maar die de patiënten niet kunnen behandelen omdat er gewoon geen genezingsmethode bestaat. Het enige wat zij kunnen doen is besmette mensen isoleren om verdere overdracht te voorkomen. Daar patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, er meestal overlijden, weigeren de families hun zieken naar het ziekenhuis te brengen. Zij verbergen ze liever thuis, waarmee zij zichzelf blootstellen aan het risico de volgende slachtoffers te worden. Dag na dag bezocht Zita haar echtgenoot Horacio in het Marburg-behandelingscentrum in het provinciale ziekenhuis van Uige. Maar terug in haar bairro (wijk) Camdombe Velho durfde ze haar buren niet te vertellen waarom haar man ziek was. “Als ik hen had verteld wat hij heeft, zouden ze mijn huis mijden,” aldus Zita. Na 13 dagen in het centrum, vertoonde Horacio niet langer symptomen en kon hij onlangs naar huis terugkeren. Hij is een van de weinige geïsoleerde patiënten die het gevecht tegen de ziekte lijkt te hebben gewonnen. Maar voor veel inwoners van Uige blijft het hoofdziekenhuis synoniem met dood. Niet alleen omdat de zieken er sterven, maar ook omdat het ziekenhuis een van de belangrijkste haarden van de ziekte was. Eerst stierven er kinderen op de pediatrische afdeling, vervolgens hun moeders, en uiteindelijk volgde ook het gezondheidspersoneel - 16 verloren er hun leven, en de ziekte verspreidde zich onder de familieleden van het personeel. “Men zoekt altijd een boosdoener voor zulke sterfgevallen,” vertelt dominee Alberto Moisés, terwijl hij teamleden van AZG en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een lichaam ziet ophalen in de bairro Pedreira. “Zij zeggen dat Marburg in het ziekenhuis zit en dat iedereen die in de buurt komt doodgaat.” In een van de rudimentaire gebouwen op het ziekenhuisterrein heeft een AZG-team een behandelingscentrum voor Marburg-patiënten opgezet. Van kop tot teen in veiligheidsuitrusting, werken de teamleden er in extreme omstandigheden. Niet alleen hebben ook zij onvermijdelijk met angst te kampen en is het bloedheet in die pakken, maar hun rol beperkt zich bovendien tot het begeleiden van patiënten naar een nagenoeg zekere dood. “Het is buitengewoon frustrerend,” vertelt Diana Pou, een AZG-arts. “We kunnen niets anders doen dan de patiënten wassen, ze eten en drinken geven en hun symptomen behandelen.” “We moeten onszelf inprenten dat we hier te maken hebben met een volksgezondheidsprobleem, en persoonlijke benaderingen zoveel mogelijk vermijden. Het eerste doel is besmette personen isoleren zodat zij geen anderen kunnen besmetten,” voegt Luis Encinas, de medische coördinator, toe. De bevolking overtuigen van de noodzaak van isolatie is een Herculeswerk. Een AZG-team organiseerde onlangs een vergadering met vertegenwoordigers uit bairro Pedreira. Het belang van ziekenhuisopname van de zieken – ook al is er nog geen behandeling beschikbaar – werd urenlang besproken. Toen sprak er plotseling een traditionele genezer: “Ik heb een medicijn. En ik heb al vijf mensen genezen”, zonder ook maar een van deze vijf mensen te kunnen noemen. Meteen begonnen alle deelnemers aan de vergadering – inclusief degenen die het meest overtuigd hadden geleken van de noodzaak om ziektegevallen te isoleren – te eisen dat de genezingsmethode van de traditionele genezer zou worden toegepast. Twee simpele zinnetjes hadden de hele vooruitgang van de vergadering tenietgedaan. Naast zulke tegenvallers kunnen ook lokale tradities en gewoonten dodelijke wapens worden. Ter voorbereiding van een begravingsceremonie in bairro Ngana Camana werd op 10 april het dode lichaam van een vrouw, Madalena, gewassen door haar zus Ana, haar schoonzus Lisa en haar petekind Elisabeth. Alle drie de vrouwen stierven later ook aan Marburg. “Als wij kunnen bewijzen dat Madalena besmet was, is het duidelijk dat het virus kon worden overgebracht toen haar lichaam werd gewassen,” vertelt Evelyn Depoortere, epidemiologiste bij Epicentre, het epidemiologische onderzoekscentrum van AZG. Evelyn bestudeert tevens de mogelijkheid dat Madalena tot een groep van vijf mensen behoort, allen uit Ngana Camana, die Marburg waarschijnlijk in het plaatselijke gezondheidscentrum hadden opgelopen. Een WHO-team merkte dat naalden in dit centrum werden hergebruikt na maar een paar minuutjes in warm water te hebben geweekt. “Je kan het vergelijken met aids,” zegt Josefa Rodríguez, een psychologe van AZG, “in Europa slaagden we er pas na jaren van bewustmakingsactiviteiten in ons gedrag een beetje te veranderen. Hier willen we dat mensen hun gewoonten in twee weken tijd omgooien. En hoe hard we ook proberen, dat is niet eenvoudig.” Intussen beginnen de bewoners van Uige geleidelijk weer de draad op te pakken. De straten, die enkele weken geleden nog nagenoeg verlaten waren, stromen weer vol. De mensen bedekken ook hun mond niet meer in afschuw wanneer er teams met dode lichamen voorbij komen. Gewend als ze zijn aan zoveel ellende, geeft de bevolking blijk van een verrassend stoïcisme. “In Angola hebben we een oorlog meegemaakt,” vertelt Ligia María Costa Pedro, hoofd van de pediatrische afdeling in het ziekenhuis van Uige, “ en we zijn ook die te boven gekomen.”. Ligia verloor zeven collega’s aan Marburg.