Sociale media

  • NL
Open the menu

Maatregelen tegen griep A(H1N1) moeten bepaald worden door medische noden

Christophe Fournier, internationaal voorzitter van AZG, stelt dat de bestrijding van de H1N1-pandemie zich niet alleen op vaccinatie mag concentreren.

Ook de opsporing en behandeling van ernstige gevallen zijn belangrijk. Volgens Fournier moet de beschikbaarheid van het vaccin afhangen van de medische noden, en niet van de financiële slagkracht van landen.
Maakt de griep A(H1N1) op dit moment slachtoffers in landen waar Artsen Zonder Grenzen werkt ?
“In Afrika hebben een twaalftal landen gevallen bevestigd van besmettingen met de griep H1N1. Die informatie is echter niet volledig, want veel landen beschikken niet over de laboratoriumtests om H1N1 vast te kunnen stellen. In de landen in Zuid-Amerika en Azië waar Artsen Zonder Grenzen werkt, zijn bijna overal gevallen gemeld.” “Onze teams hebben nog geen gevallen vastgesteld in onze projecten. Het aantal gemelde gevallen, bijvoorbeeld in Afrikaanse landen, blijft laag. Maar het is moeilijk om de evolutie van de verspreiding van het virus in te schatten, dus we vragen om alert te blijven.”
Zal de pandemie een impact hebben op de armste landen ?
“Ten eerste moeten we vaststellen dat er heel veel onzekerheid blijft bestaan over deze pandemie. Bij een nieuw virus waartegen vooral jonge mensen geen immuniteit hebben, kan het aantal besmettingen hoog oplopen. Sommige epidemiologen schatten dat zo’n 30% van de wereldbevolking besmet zal worden. De sterftegraad kan oplopen tot 0,5%. Waarschijnlijk zullen er honderdduizenden sterfgevallen gemeld worden, of zelfs meer als de zwaarste gevallen niet opgespoord en verzorgd worden. Het meeste risico lopen jonge kinderen, zwangere vrouwen en mensen die aan chronische ziektes of immunodeficiëntie lijden.”
Moet om de verspreiding in arme landen tegen te gaan vooral ingezet worden op behandeling of op vaccinatie?
“Medisch gezien is de enige geschikte reactie op een pandemie de mensen die het meeste risico lopen op wereldschaal te vaccineren en te behandelen. Onze ervaring leert ons dat er twee luiken zijn de in de bestrijding van een epidemie: de maatregelen rond hygiëne en besmetting versterken, om verspreiding tegen te gaan, en patiënten behandelen om het aantal dodelijke slachtoffers te beperken. Voor een virus dat zich snel en makkelijk verspreidt, is de isolatie van besmette personen weinig efficiënt. De meerderheid van de landen die zwaar getroffen werden, zoals de Verenigde Staten of Groot-Brittannië, zijn snel van die strategie afgestapt.” “Vaccineren is ook een manier om de verspreiding van het virus af te blokken. Maar voor het virus H1N1 is er nog geen vaccin klaar. Het wordt nu nog volop ontwikkeld en zal niet voor september klaar zijn voor industriële productie. Waarschijnlijk is het vaccin dus niet klaar voor de eerste golf van de epidemie. Als we de sterftegraad laag willen houden, kunnen we dus niet onmiddellijk op een efficiënt vaccin rekenen. Het opsporen en behandelen van zware gevallen moet dus de prioriteit zijn. Als we de zwaarste gevallen willen behandelen, vooral degenen met ernstige secundaire infecties aan de longen, hebben we antibiotica en zuurstof in grote hoeveelheden nodig. Gezien de snelle verspreiding van deze pandemie en het aantal onbekende factoren, moeten artsen klaarstaan voor een plotse toename van het aantal patiënten. Het gebrek aan medisch personeel, materiaal en medicijnen in veel landen waar we werken is een grote bron van bezorgdheid.”
Zijn er maatregelen genomen om in de toekomst een betere voorziening van het vaccin te garanderen ?
“De WHO doet op dit moment moeite om een deel van de vaccins voor arme landen te reserveren. Margaret Chan, algemeen directeur van de WHO, heeft tot nu toe tien procent van de producties van GlaxoSmithKline en Sanofi-Aventis kunnen voorbehouden aan ontwikkelingslanden. Het gaat om schenkingen van respectievelijk 50 en 100 miljoen doses aan de WHO. Maar dat dekt de noden absoluut niet en er is geen enkele duidelijkheid op welke manier die doses verdeeld zullen worden. We weten ook niet of de volgende vaccins betaalbaar zullen zijn voor wie ze nodig heeft. 150 miljoen doses die al eerder geschonken werden, zullen pas binnen zes maanden klaar zijn. Opnieuw kunnen we ons afvragen of het vaccin een significant effect zal hebben voor het einde van het jaar en of, gezien de vertraging, de vaccinatie geen kortetermijnoplossing is.” “Gezien de huidige capaciteit om te vaccineren, moeten we ons concentreren op het opsporen en behandelen van ernstige gevallen van H1N1. De mogelijke omvang van de epidemie dwingt ons om op korte en lange termijn te werken.”
Wat zijn de prioriteiten voor Artsen Zonder Grenzen, gezien de onzekerheden en de beperkingen?
“Wij vertrekken van onze evaluaties op het terrein. Daarom willen we  zoeel mogelijk steun bieden aan de bestaande medische teams, vooral daar waar het gezondheidssysteem zwak of kwetsbaar is. We zullen helpen bij de grote toestroom van patiënten, met het implementeren van bestaande behandelingsprocedures en verzekeren dat patiënten met andere ziektes niet vergeten worden.” “De opsporing en behandeling van ernstige gevallen is voor ons prioritair. Wij willen patiënten vooral kwalitatieve zorg verlenen, hun symptomen bestrijden en hen antibiotica geven. In de armste landen waar wij actief zijn, blijven we alert voor de omvang van de pandemie. Gezien de wijzigingen en de ernst ervan in welstellende landen, is het niet zeker dat de maatregelen van vandaag morgen nog nuttig zullen zijn.”