Sociale media

  • NL
Open the menu

Interview met Hilde De Clerck, arts

Interview met Hilde De Clerq

Leeftijd: 27
Afkomstig uit: St.-Katelijne-Waver
Studies: geneeskunde (KU Leuven, 2005) + tropische geneeskunde (Instituut Tropische Geneeskunde, Antwerpen, 2006)
Ervaring bij AZG: post-urgentie/basisgezondheidszorg in Bhedi, AK, Pakistan (5 maanden), gezondheidscentrum uitbreidend tot ziekenhuis in Bangolo, Ivoorkust (6 maanden), Ebola-interventie Democratische Republiek Congo (1,5 maand)

Hoe is de interventie voor jou verlopen?

“Het is misschien vreemd om zeggen omdat een Ebola-missie emotioneel zeer zwaar is, maar voor mij was het een heel positieve, zij het intense ervaring. Toen ik aankwam viel mij al op hoe fijn de groep was, de mede-expats en de mensen van de Congolese Urgentiepool. Ik had het geluk met zeer professionele en ook zeer leuke, lieve mensen samen te werken, die me hebben getoond hoe ik mijn job moest doen, bijvoorbeeld hoe ik me moest kleden en gedragen in de isolatie-eenheid. Ze hebben me op die manier gerustgesteld en voorbereid op mijn taak. Het waren ook mensen die steeds in waren voor een babbel en een leuke avond samen. Daardoor heb ik me genoeg kunnen ontspannen en op mijn gemak kunnen voelen.”

Waaruit bestond je werk?

“Ik was arts in het isolatiecentrum waar verdachte en bevestigde ebola-patiënten werden opgenomen. Mijn job was intens en soms, vaak zelfs, moeilijk. Het is moeilijk om een groot deel van je patiënten te zien overlijden en dan nog 'op zo'n manier'. Je moet iemand van de ene op de andere dag van zijn familie isoleren en de mensen verbieden normaal met elkaar om te gaan en elkaar te verzorgen en aan te raken om besmetting te voorkomen. We hebben geprobeerd om de laatste weken of dagen van onze patiënten zo draaglijk mogelijk te maken door hen te verzorgen, hun pijnen en angsten te verminderen, door de familie aan te moedigen veel op bezoek te komen en door tegemoet te komen aan hun rituelen en gebruiken. Zo hebben we bijvoorbeeld een vader een ritueel laten uitvoeren bij zijn zoon die stervende was – iets als de ziekenzalving bij ons – weliswaar met de nodige beperkingen, zoals geen fysiek contact. Ik denk dat het een belangrijk moment voor de familie was.”

Hoe reageerde de bevolking op jullie aanwezigheid?

“Het overgrote deel van de bevolking heeft met veel meer begrip gereageerd dan ik had verwacht. Ze begrepen de ernst van de ziekte en hebben ons dan ook hun zieke familieleden en dorpsbewoners 'getoond'. We zijn ook niet met stenen bekogeld, zoals bij vorige epidemieën wel eens gebeurde, al kregen we soms wel te horen dat we hun zieken zouden 'doden'. Dit is een gevoel dat je soms ook zelf hebt, al weet je natuurlijk wel beter. Vaak heb je, ondanks dat je de sterftecijfers kent, eventjes valse hoop. In tegenstelling tot wat velen misschien denken, vertonen de meeste ebolapatiënten slechts heel vage symptomen zoals wat diarree, misselijkheid, anorexia. Slechts een minderheid heeft echte 'hemorrhagische’ tekens, zoals bloedingen. Het is frustrerend om te zien dat je ze desondanks toch niet kunt redden en dat de meeste je gewoon langzaam ontglippen. Gelukkig hebben we ook enkele 'succesverhalen', zoals Ismael, een van onze patiënten. Het was fantastisch om te zien hoe hij terug zijn krachten hervond. Ook voor zijn familie en het dorp waar hij vandaan komt, is het bijna een wonder wat met hem gebeurd is. Ik denk dat je als hulpverlener de kracht en moed om verder te gaan in deze patiënten vindt.”

Hoe zaten je dagen in elkaar op het project?

“Ik ben ongeveer anderhalve maand ginder geweest, van midden september tot de eerste week van november. Ik heb dus ook geholpen de missie te sluiten aan het einde van de epidemie. De meeste dagen heb ik in het isolatiecentrum gewerkt. Ik deed elke dag een ronde om de patiënten te zien of te onderzoeken. Ik hielp de verpleging bij het verzorgen van de patiënten, wat het voornaamste en ook meest vermoeiende werk was, door de warme beschermkledij. Ik praatte met de familie, vroeg of iedereen gezond was, probeerde compromissen te sluiten in verband met traditionele geneeswijzen en rituelen. Daarnaast hielp ik mijn collega's van ‘water en sanitair' met de begrafenissen. Ik ging soms op pad om families van onze patiënten te volgen, eventueel nieuwe verdachte gevallen op te sporen en de gezondheidcentra in de regio te bezoeken. De laatste maand, waarin we dus geen patiënten meer hadden in het isolatiecentrum, zijn we de laatste families van patiënten blijven opvolgen, hebben we materiaal bezorgd aan enkele gezondheidscentra om hun werk te kunnen hervatten na de epidemie, en hebben we de logistiekers geholpen om het isolatiecentrum en de missie in zijn geheel langzaam te sluiten.”

Wat heb je gedaan sinds je terug in België bent?

“Ik heb nog niet zoveel gedaan. Ik hou me bezig met dingen die je het meeste mist op missie of in de brousse: met vrienden en familie afspreken, eten waar je zin in hebt - ik ben een echte Bourgondiër vrees ik - een dansvoorstelling, een muziekconcert of een film meepikken. Omdat ik slechts basisarts ben, mag ik mijn beroep in België jammer genoeg nog niet uitoefenen. Ik ben dan ook van plan om een van de volgende dagen bij de universiteit te gaan informeren hoe ik hier toch aan kan beginnen. Verder hoop ik langzaam maar zeker mijn stagejaren in België/Europa te beëindigen om eventueel vervangingswerk hier te kunnen doen, tussen mijn missies door.”