Sociale media

  • NL
Open the menu

Honderden Soedanezen in verlaten spoorwegstation in Rome

Zowat tweehonderd Soedanese vluchtelingen kraken een verlaten spoorwegstation in de Italiaanse hoofdstad Rome. Velen onder hen hebben het vluchtelingenstatuut aangevraagd en wachten op de afwikkeling van hun procedure. Anderen hebben asiel gekregen, maar kunnen gewoon nergens anders heen. De gebouwen worden binnenkort afgebroken, en Artsen Zonder Grenzen dringt er bij de Prefectuur, het Stadsbestuur van Rome en de eigenaar van de site op aan om een oplossing te zoeken voor de Soedanese en andere bezetters van station Tiburtina. Het gaat in totaal om zo’n vierhonderd mensen.

Vorige week deelde het Italiaanse AZG-team hygiënekits uit aan de vluchtelingen. Ze moeten het immers stellen zonder stromend water en elektriciteit. Er is geen sanitair, en het risico op ziektes is bijzonder hoog. “AZG kon vandaag bij de autoriteiten bedingen dat de plaatselijke bevolking stromend water krijgt”, aldus Andrea Accardi, die de AZG-interventie coördineert. “Dat is echter maar één onderhandelingseis: we willen ook dat de lokale overheid een langetermijnoplossing vindt voor alle bewoners van deze gebouwen.” Soedanese vluchtelingen zijn ingetrokken in wat ‘Hotel Afrika’ wordt genoemd, een stenen constructie die vroeger gebruikt werd als loods om rails in op te slaan, maar nu volledig leegstaat. Ze komen uit Zuid-Soedan, waar al decennia lang een oorlog woedt, en uit het westen van het land, waar dit jaar een gewelddadige oorlog wordt uitgevochten. Het AZG-team volgt hun situatie op de voet, lobbyt voor een betere huisvesting, controleert hun gezondheid en biedt hun basisbijstand. Daarnaast neemt het team ook de tijd om hun verhaal op te tekenen. Een man uit Darfur, in West-Soedan, vertelt het klassieke verhaal van geweld, ontsnapping en vlucht: “Drie van mijn broers werden gearresteerd omdat ze zich verzetten tegen de gedwongen rekrutering. Ze werden maandenlang opgesloten, gefolterd en vernederd. Toen ze probeerden te ontsnappen, maakten de soldaten hen af. Ook ik ben aangehouden. Ik zat drie maanden in de gevangenis, ontsnapte en besloot te vluchten. Toen ik in Libië was, hoorde ik dat in Italië, in Europa, de mensenrechten worden nageleefd en dat vluchtelingen er bescherming kunnen vinden. Is dit het soort bescherming waarover ik hoorde?” Veel vluchtelingen landden de voorbije lente of zomer aan de Siciliaanse kust, na een vaak gevaarlijke oversteek door de Middellandse Zee vanuit Libië. Meestal zaten ze maandenlang vast in Libië, aangezien ze voldoende geld moesten verzamelen om de overtocht te kunnen betalen. De kostprijs bedroeg vorig jaar gemiddeld 500 dollar, maar is sindsdien opgelopen tot 1.200 dollar per persoon. In ruil voor die som krijgen ze een plaatsje op een boot, maar vaak moeten ze een schip van veertien meter delen met meer dan honderd andere vluchtelingen. Er zijn heel wat verhalen van vluchtelingen die overboord vielen toen ze hun evenwicht verloren op de overbevolkte schepen. In Sicilië worden de bootvluchtelingen meestal goed opgevangen in de door de overheid opgerichte centra. Het station Tiburtina is echter een duidelijk bewijs van hoezeer de echte problemen pas ontstaan na de eerste opvang. “Dat komt omdat er geen tweedelijnshulp is”, aldus Andrea Accardi. “Mensen die op de vlucht zijn voor oorlog of algemeen geweld, belanden in Italië na een lange en gevaarlijke tocht. Ze moeten het stellen met wat elementaire hulp bij hun aankomst, maar worden nadien aan hun lot overgelaten.” Op de rails tussen de gebouwen is een bejaarde man water aan het koken op een vuurtje. “Het is hier net als in Afrika, hé?”, klinkt het moedeloos. Nauwelijks enkele tientallen meters verder zijn bouwwerkers één van de stationsgebouwen aan het slopen. Ook Hotel Afrika zal eraan moeten geloven, want dit moet het grootste spoorstation van Rome worden. Voor de mensen die er verblijven, is er nog geen alternatieve locatie gevonden. Een andere man uit Darfur vertelt hoe hij na zes maanden gevangenis ontsnapte na zijn gedwongen rekrutering. “Ik vluchtte vier jaar geleden weg uit Soedan omdat de situatie te gevaarlijk werd. De regering doet niets om West-Soedan te helpen. Er zijn geen scholen en geen medische zorg. Ze behandelen ons als vuil. Waar ik vandaan kom, is er geen water en geen elektriciteit. Onze mensen hebben geen rechten. Mijn land heeft een oppervlakte van 1 miljoen vierkante kilometer, maar nergens kan ik mijn rechten opeisen. Ik heb mijn ouders en mijn vrienden verloren. Ook hier leef ik in mensonwaardige omstandigheden. Ik heb asiel gekregen, maar kan nergens heen.” Artsen Zonder Grenzen biedt in Oost-Tsjaad noodhulp aan tienduizenden Soedanezen die op de vlucht zijn geslagen voor het geweld in Darfur.