Sociale media

  • NL
Open the menu

Het front verandert, maar het conflict niet

Elke Felleisen is net terug uit Goma. De laatste tien maanden was zij medische coördinator in Kivu. Haar missie is afgelopen, maar het geweld gaat door.

“Dat mijn vertrek samenviel met het oplaaien van het geweld in Kivu, maakte het natuurlijk niet makkelijk voor mij om weg te gaan. Toch is wat wij zien in en rond Goma is niet nieuw voor ons. Grootschalige ontheemdingen en voortdurende geweld zijn de trieste realiteit geworden in Congo. Wat verandert is de frontlijn, niet het conflict. Dat conflict en daarmee de tragedie voor de lokale bevolking slepen al langer dan vijftien jaar aan.”

Voortdurend in angst leven
De laatste heropflakkering van het geweld toont alleen maar hoe hard deze regio, waar Elke en haar team elke dag slachtoffers van het conflict in contact kwamen, hulp nodig heeft “Mensen leven voortdurend in angst door de oorlig. Duizenden zijn al jaren op de vlucht, veel langer dan de recentste gevechten. Op veel plaatsen durven mensen niet haar huis terug te keren. Veel mensen vluchten meerdere keren en kunnen maar meenemen wat ze kunnen dragen.” “Op één plaats vluchtten de mensen zelfs uit het ziekenhuis omdat ze zich niet veilig voelen. Dat is schokkend. Het toont hoe diep de angst zit en en welke last het voor de bevolking in Kivu is. En deze constante onveiligheid bemoeilijkt de toegang tot gezondheidszorg natuurlijk erg. Als je op straat geweerschoten hoort, denk je wel twee keer na voor je naar buiten wandelt om naar een gezondheidscentrum te gaan.” Elkes missie werkte in de zone tussen Goma en Saké, met daarbij Kishanga en Mweso. Daar proberen teams van AZG mensen in nood te bereiken met landelijke gezondheidsposten en mobiele klinieken.
Koude en regen
“In Kishanga hebben we gezondheidsposten opgericht buiten twee vluchtelingenkampen. Daar geven we basis gezondheidszorgen. De levensomstandigheden in de kampen zijn verschrikkelijk. Kishanga ligt tamelijk hoog in de bergen. Het regent elke dag en het is er echt koud. Mensen maken hutjes van bananenbladeren. Sommigen hebben het geluk plastic zeilen te hebben. De grond is stenig en ruw en de meeste ontheemden hebben enkel de kleren die ze dragen.” "Het grootste probleem is het gebrek aan zuiver water en hygiënische faciliteiten. Daardoor breken er regelmatig epidemieën uit – we hebben dit jaar al meer dan 2000 cholerapatiënten behandeld. We proberen epidemieën te voorkomen door uitleg te geven over hygiëne en door nieuwkomers te vaccineren tegen mazelen. Elke dag zien we 100 tot 120 patiënten in beide kampen. We hebben gelukkig heel goede Congolese medewerkers, maar zelfs dan blijft het bijzonder moeilijk. Er is zoveel werk en we missen partners om ons te helpen met problemen zoals water, sanitair en voeding.”