Sociale media

  • NL
Open the menu

Geweld in Noord-Congo breidt uit

Eén jaar nadat het geweld losbrak in het district Hoog-Uele, in het noorden van Congo, heeft het zich verder verspreid. Honderdduizenden mensen moesten al op de vlucht slaan en de humanitaire hulpverlening slaagt er niet in om tegemoet te komen aan de enorme noden die daarvan het gevolg zijn.

Sinds het einde van 2008 zit de bevolking van Hoog-Uele en Laag-Uele gevangen in een dramatische spiraal van geweld. Dat geweld is gelieerd aan de aanvallen van de Oegandese rebellengroep het Verzetsleger van de Heer (Lord’s Resistance Army, LRA), en aan het Oegandees-Congolese offensief tegen het LRA.

Bevolking is doelwit
De bevolking is hier, anders dan in veel andere conflicten, rechtstreeks het slachtoffer van geweld. “De bevolking zelf is het doelwit van moorden, ontvoeringen en seksueel misbruik,” zegt Luis Encinas, coördinator van de activiteiten van Artsen Zonder Grenzen in Centraal-Afrika. “De mensen worden doelbewust geterroriseerd door angst. Patiënten vertellen ons de meest gruwelijke verhalen: kinderen die gedwongen worden hun ouders te doden, mensen die levend verbrand worden in hun huis.”

“We waren daar met ongeveer twintig kinderen. De mannen sloegen ons met zwepen en dwongen ons te werken. Elke keer dat we iets tegen mekaar zeiden, sloegen ze ons met een machete. ’s Avonds, als we naar het toilet moesten, dachten ze dat we zouden proberen ontsnappen. Daarom werden we ’s nachts altijd vastgebonden. We mochten onze kleren niet wassen, zelfs ons lichaam niet.”

Michel*,  13 jaar, werd ontvoerd door gewapende mannen

Honderdduizenden vluchtelingen
Het geweld komt nu voor van Hoog-Uele tot Laag-Uele in Congo, en tot in buurlanden: het zuiden van Soedan en het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Honderdduizenden mensen zijn het voorbije jaar op de vlucht geslagen. Omdat het geweld blijft woeden, blijven duizenden mensen op de vlucht, op zoek naar onderdak en veiligheid in de steden. De bevolking van de stad Doruma is zo verdrievoudigd. In de steden Gangala en Banda bevinden zich telkens meer dan 20.000 vluchtelingen, zonder enige hulp. Op plaatsen zoals Dingila of Niangara is Artsen Zonder Grenzen de enige humanitaire organisatie. “Elke dag slaan nieuwe mensen op de vlucht,” vertelt Pierre Kernen, de coördinator van Artsen Zonder Grenzen in Niangara, een stad in het westen van Hoog-Uele.
Gebrek aan humanitaire hulp
“Ze moeten vluchten, één keer, twee keer, drie keer. Artsen Zonder Grenzen biedt medische en psychologische hulp, maar wij hebben onze limieten. Deze mensen hebben dringend voedsel, drinkwater, onderdak en degelijke leefomstandigheden nodig.”

“We liepen erg veel overdag. We droegen rijst, pindanoten, zout. ‘s Nachts sliep ik met een man, altijd met dezelfde. Overdag sloegen de anderen mij, en dan deed hij alsof hij me niet kende. Dan was hij bij een andere vrouw, een moeder met kinderen. En ‘s nachts sliep hij met mij. Ze vermoordden mensen vlak bij mij. Ik was bang, maar we mochten niet huilen. Als we huilden, sloegen ze ons.”

Pierette*, 15 jaar, werd ontvoerd door gewapende mannen

Door de onveiligheid en de afwezigheid van wegen in deze geïsoleerde gebieden, moet Artsen Zonder Grenzen vaak vliegtuigen gebruiken om voorraden, medicijnen en personeel ter plaatse te krijgen. “Humanitaire hulp verlenen in dit gebied is een grote uitdaging, dat klopt. Maar we geloven dat er meer kan en moet gedaan worden tegen de gevolgen van het geweld voor de bevolking. Er moet dringend internationale hulp geboden worden aan de mensen in de gebieden die het zwaarst door het geweld werden getroffen en die tot nu toe verwaarloosd werden,” besluit Encinas. * Fictieve namen

Beluister het interview met dr. Leen Verhenne, medisch coördinator in Congo
(uitgezonden tijdens Vandaag (Radio 1) - 14/10/2009
Bekijk het item over Uele
(uitgezonden tijdens het Journaal van 7 uur (één) - 14/10/2009