Sociale media

  • NL
Open the menu

Getuigenissen uit Tsjaad

De gevechten in de Centraal Afrikaanse Republiek hebben de voorbije maanden duizenden mensen op de vlucht doen slaan. Velen van hen trekken de noordelijke grens over, naar buurland Tsjaad. Artsen Zonder Grenzen heeft in de grensstreek al transitkampen voor de vluchtelingen opgezet, en levert medische bijstand. Maar er is meer hulp nodig, ook van andere organisaties. De getuigenissen van de vluchtelingen zelf, spreken voor zich.

Salmata, die in Kaba verblijft "Ik ben hier vanmorgen met mijn vier kinderen te voet toegekomen vanuit Paoua. Mijn man is vermoord door de rebellen. Hij verliet 's morgen het huis en is niet meer teruggekeerd. We vonden zijn lichaam 's avonds. Meestal komen de rebellen 's nachts, ze kloppen op de deur, stelen alles en vermoorden je. Mijn man verdween overdag. Ik weet niet waarom ze hem vermoord hebben."
Dr. Celestin verblijft in Komba. Hij vluchtte uit Markounda, waar hij burgemeester was tot de rebellen kwamen. "Momenteel wonen de meeste mensen uit mijn dorp in de bush nabij hun velden. Ze leven van wat ze telen en wachten op het einde van de katoenoogst. Dan zullen ze hun voedselreserves verzamelen om te vertrekken. Het is gevaarlijk om daar te blijven en binnenkort begint ook het regenseizoen."
Mahamet Haroun, Tsjadische moslim uit Kabo, waar hij 10 jaar woonde en waar zijn vier kinderen werden geboren. "Onze twee huizen werden platgebrand, maar ik denk niet dat het de rebellen waren. Het waren mensen van Kabo. Voordien waren er geen problemen, maar met de komst van de rebellen werden ze kwaad en keerden ze zich tegen ons." Ndodjim Paul, Centraal-Afrikaanse boer die in Komba verblijft "Een van mijn neefjes, Sangoun, is blind en wou in de bush blijven in plaats van dagelijks de grens over te steken. Toen de rebellen vorige week terugkwamen, sloeg iedereen op de vlucht en bleef hij achter. Toen we hem terugvonden hadden de rebellen zijn benen gebroken en hem in de rug geschoten."
Abdel Latif, een moslimhandelaar van Tsjadische origine vluchtte begin december van Kabo naar Sido. "Ik heb heel mijn leven in Kabo gewoond. Hier heb ik geen familie en al mijn kinderen zijn in Kabo geboren. Mijn kinderen slapen in een huis, maar ik slaap buiten. Nu hebben we niet genoeg geld om te eten."
Fatima, vluchtte in september 2002 met haar vijf kinderen uit Bossangoa. Ze woont nu in het AZG-vluchtelingenkamp van Goré "Ik heb de hele weg te voet afgelegd. We hadden niet genoeg geld voor vervoer. We zijn meer dan 200 kilometer door de bush getrokken. Ik sliep met mijn vijf kinderen elke nacht in de bush. Nu zijn we hier zonder iets te eten. Als er niet gauw hulp komt, verhongeren we"