Geneesmiddelenbedrijven laten kinderen met aids aan hun lot over

Eén van de redenen waarom de helft van alle kinderen met HIV/aids sterven vóór hun tweede verjaardag, is dat farmaceutische bedrijven geen kindvriendelijke versies van hun aidsremmende geneesmiddelen maken. Vandaag roept AZG deze bedrijven op om dat wel te doen. Op die manier helpen ze het leven van deze kinderen te verlengen en te verbeteren. Er is ook een grote nood aan eenvoudige en betaalbare aidstesten voor baby’s in arme gebieden.

“AZG geeft antiretrovirale geneesmiddelen aan bijna 800 kinderen met HIV/aids, hier in Kenia”, zegt Dr. Rachel Thomas, medisch coördinator van het AZG-project in Kibera, Nairobi. “De resultaten zijn erg goed, maar het is een moeilijke strijd. Door het gebrek aan pillen die alle nodige geneesmiddelen in één tablet verenigen en die aangepast zijn aan kinderen, zien de medische staf en hulpverleners zich vaak verplicht de combinatiepillen voor volwassenen in stukjes te breken.”

Dit is niet alleen weinig doeltreffend, maar een te kleine dosis kan er ook toe leiden dat het virus resistent wordt tegen de behandeling, terwijl een overdosis giftig kan zijn voor deze jonge patiëntjes. Bovendien zijn de weinige, voor kinderen bestemde geneesmiddelen die bestaan in siroop- of poedervorm, weinig praktisch in gebruik: een kind moet drie verschillende hoeveelheden nemen van drie verschillende en vaak vies smakende siropen. Sommige geneesmiddelen vereisen bovendien een koelkast, andere proper water, twee zaken die vaak niet beschikbaar zijn in arme gebieden.

Gebaseerd op de bemoedigende resultaten van de behandeling van volwassenen met HIV/aids sinds 2001, is AZG erg strijdlustig om ook de jongste patiënten in ontwikkelingslanden deze levensverlengende behandeling te kunnen geven. Alhoewel 75% van de 1.300 Keniaanse kinderen die op dit ogenblik antiretroviralen ontvangen, deze krijgen via AZG-projecten, zijn er nog een geschatte 17.000 anderen die de behandeling nu nodig hebben.

Bestaande testen om het virus te ontdekken bij kinderen zijn onbetaalbaar of onpraktisch in gebruik in arme gebieden, en de beschikbare routinetest is niet bruikbaar bij baby’s jonger dan 18 maanden, omdat hun bloed nog antilichamen van de moeder bezit. De test zegt niet of de antilichamen van het kind of van de moeder afkomstig zijn. In het westen wordt de overdracht van HIV van moeder op kind in 99 procent van de gevallen vermeden, en de baby’s kunnen tijdig getest en behandeld worden. Dit is lang niet de realiteit in ontwikkelingslanden.

De noden zijn enorm, en AZG raakt slechts aan het topje van de ijsberg. Maar zolang er geen eenvoudige en betaalbare diagnostische testen bestaan om het virus in een pasgeborene te ontdekken, en zolang speciale behandelingen voor kinderen beperkt blijven, zullen baby’s blijven sterven voor hun tweede verjaardag. AZG-teams hebben er bij bedrijven op aangedrongen om kindvriendelijke pillen te produceren, maar hun reactie is tot op vandaag volledig ontoereikend te noemen. Negen op de tien kinderen met HIV wonen in Afrika. A

angezien er weinig winst te halen is uit onderzoek en ontwikkeling naar HIV/aidstesten en -geneesmiddelen voor kinderen in arme landen, investeren slechts weinig bedrijven hierin. AZG roept op tot een grote toename van onderzoek en ontwikkeling naar testen die het virus bij baby’s kunnen detecteren, en naar kindvriendelijke pillencombinaties. “Genezen van aids is nog steeds niet mogelijk, maar aids is wel een behandelbare ziekte geworden. Veel meer jonge kinderen zouden een relatief normaal leven kunnen leiden met de juiste testen en geneesmiddelen, maar miljoenen kinderen wachten nog steeds”, besluit dr. Thomas.

AZG levert op dit ogenblik aidsremmende behandelingen aan meer dan 57.000 mensen met HIV/aids in 29 landen. Kinderen maken tot 6% uit (3.500) van alle patiënten in onze ARV-projecten.