Sociale media

  • NL
Open the menu

Een jaar later - Live verslag uit Afghanistan

Sergio Cecchini is persvoorlichter van Artsen Zonder Grenzen in Italië. Hij maakt een reis door Afghanistan langs verschillende kampen waar Artsen zonder Grenzen werkzaam is en doet live verslag. Deze week doet Sergio verslag uit Islam Quala (de grens tussen Iran en Afghanistan).

Islam Quala
Het is vandaag een drukte van belang aan de grens tussen Afghanistan en Iran. Bij Point Zero, het registratiecentrum voor repatriërende vluchtelingen, blijven de mensen in hoog tempo binnenstromen. Aan het einde van de dag blijkt dat zo'n 2000 vluchtelingen zijn teruggekeerd. De bussen van de UNHCR rijden af en aan. Ze komen uit verschillende Iraanse steden, zoals Teheran, Isfahan en Yahad, en worden vergezeld door vrachtwagens waarop de bagage van de passagiers is gepakt. Eén voor één stappen de passagiers uit en Dahud, een lokale medewerker van Artsen Zonder Grenzen, legt hen uit dat er een polikliniek aanwezig is, waar mensen met gezondheidsproblemen zich kunnen laten onderzoeken en behandelen. Hele families tegelijk begeven zich naar twee grote tenten voor de registratie. Nadat zij alle procedures hebben doorlopen, worden zij met andere vrachtwagens naar verschillende doorgangskampen gebracht, afhankelijk van hun plaats van bestemming. Afgelopen zaterdag arriveerden hier 300 uitgewezen personen: Afghaanse vluchtelingen die in Iran waren gearresteerd omdat ze niet in het bezit waren van de vereiste papieren. In werkelijkheid hadden ze de papieren wel, maar durfden ze die niet aan de Iraanse autoriteiten te tonen uit angst dat ze in beslag zouden worden genomen.
Het verhaal van Ahmad
"Ik zou zo graag terug willen naar mijn provincie. Ik zou zo graag terug willen naar mijn land, ook al is het verwoest. Ik zou zo graag weer mijn familie en dierbaren willen omarmen. Wanneer kan ik terug? Hoe lang moet ik nog een vreemde blijven in een vreemd land?
Ik wil alle vluchtelingen naar Afghanistan zien terugkeren, hun gezichten vol met tranen van vreugde. Ik wil naar huis terug, ook al zal ik daar nog slechts een woestenij aantreffen. Ik zou willen dat alle mensen met macht en kennis zouden stoppen met moorden en oorlog voeren. Ik wil zo graag iets gaan doen waar ik voor heb geleerd en zorgen dat ook mijn kinderen ooit naar school toe kunnen.
Ik wil begraven worden tussen mijn eigen volk. Ik wil weer vrij zijn in mijn eigen land. Ik wil terugkeren naar Kabul en wandelen op de plaatsen waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Ik wens uit het diepst van mijn hart dat de vrede in Afghanistan terugkeert. Ik zal zo blij zijn als ik mijn land weer kan omarmen, ik zal al blij zijn als ik ernaartoe op weg ben. Ik bid tot God dat dit alles op een dag uitkomt." Met deze woorden, geschreven op een angstvallig bewaard stukje papier, begint Ahmad zijn verhaal. In 1981 is hij op zeventienjarige leeftijd uit Kabul gevlucht voor de oorlog tegen de Sovjets, waarna hij in Iran terechtkwam. Samen met zijn vrouw en vier kinderen, drie jongens en een meisje, die allen in Iran zijn geboren, is hij na twee dagen reizen in Afghanistan teruggekeerd. "In Iran werkte ik in een schoenenfabriek", vertelt Ahmad, "Maar helaas had ik geen documenten waarmee ik kon aantonen dat ik een Afghaanse vluchteling was. Als je voor een oorlog vlucht, heb je nou eenmaal niet veel tijd om je papieren goed te regelen. Als de Iraanse politie me vandaag had aangehouden, zou ik gearresteerd zijn en naar mijn eigen land zijn uitgezet, zonder dat ik mijn gezin had kunnen meenemen".
Tussen zijn bagage zit een kooi met twee schitterende, gekleurde vogels. "Ik heb ze bij me omdat het dieren zijn die dingen kunnen leren, en ook ik wil op een dag weer dingen kunnen leren", zegt Ahmad.
De vlucht terug
Tientallen nieuwe vluchtelingen zoals Ahmad komen intussen aan en evenzovelen vertrekken weer, verder Afghanistan in. "We zijn naar Iran gevlucht omdat we in ons land niet meer veilig waren. Ons huis is in brand gestoken door de Taliban, en het dorp waar wij woonden, Estolef, lag in een gedeelte van Kabul waar de frontlijn precies door liep", zo vertelt een gehurkte vrouw in de tent. "Mijn dochter heeft de vlucht niet overleefd. Ze was pas zes jaar. Mijn andere dochter is overleden toen ze een jaar was, omdat we geen geld hadden om haar ziekte te laten behandelen. Nu heb ik alleen Omar nog". Omar is tien en is nog nooit naar school geweest. "We hadden geen papieren en als ze ons hadden ontdekt, dan hadden ze ons leven tot een hel gemaakt", gaat de vrouw verder.
"Sinds enige tijd zetten de Iraanse autoriteiten ons onder druk om te vertrekken. "Heel veel mensen gaan terug naar Afghanistan, waarom doen jullie dat ook niet?", zeiden ze. Maar zij bouwen ons huis niet weer op! Zij geven mijn man geen werk!" Sinds de val van de Taliban zijn meer dan 1,5 miljoen vluchtelingen, twee keer zoveel als door de Verenigde Naties voorspeld, uit Iran en Pakistan naar Afghanistan teruggekeerd. De mensen zijn zich er echter meestal niet van bewust in welke staat ze hun woongebied zullen aantreffen. "De Iraanse autoriteiten hebben ons gezegd dat we moesten vertrekken, maar zonder ons informatie te geven over het gebied waar we naar toe moesten. Ze hebben helemaal niks gezegd, en nu komen we er achter dat in de provincie Baghdis helemaal geen voedsel is en dat het er al drie jaar niet heeft geregend. Hoe moeten we nu overleven?", schreeuwt een man. Het is warm bij Point Zero en de harde wind jaagt een stofwolk over de vertrekkende karavanen. De tocht naar het eerste doorgangskamp in Herat duurt op zijn minst nog eens vijf uur. Voor sommigen zal dit de laatste halte zijn voordat ze naar hun land terugkeren en hun familieleden weer zien. Voor anderen echter, zal het de zoveelste tussenstop zijn van een vlucht zonder einde.