Sociale media

  • NL
Open the menu

Duizenden gewonden bij laatste fase van burgeroorlog in Sri Lanka

Toen in Sri Lanka het geweld opnieuw oplaaide tussen het regeringsleger en de rebellen van de Tamil Tijgers, raakten tienduizenden burgers maandenlang ingesloten in een oorlogsgebied waar slechts beperkte medische zorgverlening aanwezig was.

Enkele maanden voor de laatste fase van de burgeroorlog moesten humanitaire hulporganisaties, waaronder Artsen Zonder Grenzen, van de regering de gebieden verlaten die het zwaarst door het geweld getroffen werden. Alleen het Rode Kruis mocht doorgaan met essentiële medische hulp, zoals het evacueren van de gewonden naar staatsziekenhuizen. In één van deze ziekenhuizen, bij Vavuniya, werkte sinds februari een chirurgisch team van Artsen Zonder Grenzen. In april konden duizenden mensen uit de oorlogszone te ontsnappen. Velen van hen moest verzorgd worden voor zware verwondingen door granaten, kogels of landmijnen. Op 21 april werden in 36 uur tijd in het ziekenhuis van Vavuniya meer dan 400 patiënten behandeld voor levensbedreigende letsels. Tussen februari en juni ondergingen bijna 4.000 oorlogsgewonden een ernstige chirurgische ingreep in dit ziekenhuis. Ook de andere ziekenhuizen in de regio kregen twee tot drie keer meer patiënten te verwerken dan waar ze eigenlijk op voorzien zijn. In de door de overheid gerunde kampen verbleven zo'n 280.000 ontheemden. Sinds augustus werd langzaamaan gestart met het vrijlaten van mensen uit de kampen en begonnen families geleidelijk aan vanuit de kampen in het district Vavuniya terug naar hun thuisgebieden te trekken. Toch wonen er nog veel vluchtelingen bij gastfamilies in Vavuniya en verblijven er nog tienduizenden in de kampen. > terug naar de Top Tien