Sociale media

  • NL
Open the menu

Chirurgie en laboratoriumhulp in ziekenhuis Vavuniya

Tijdens de eerste twee weken van maart lijken maar weinig mensen de Vanni te hebben kunnen ontvluchten. De communicatie met mensen binnen het gebied blijft ongelofelijk moeilijk.

De Vanni is een gebied in het noorden van Sri Lanka, dat door de rebellen gecontroleerd wordt. Uit de getuigenissen van de enkele personen die de afgelopen dagen zijn kunnen ontsnappen, blijkt duidelijk dat er burgerslachtoffers blijven vallen in het conflict. Burgers kunnen nagenoeg onmogelijk vluchten, op gevaar af beschoten te worden. Artsen Zonder Grenzen blijft uiterst bezorgd over de situatie van de ongeveer 150.000 burgers die vastzitten in de Vanni. Het team van Artsen Zonder Grenzen blijft actief in het overheidsziekenhuis in Vavuniya. Het concentreert zich op chirurgie en biedt ook laboratoriumhulp. Van de 953 zieken en gewonden die tussen 11 februari en 8 maart uit het gebied geëvacueerd werden, moesten er 584 geopereerd worden. De overgrote meerderheid (92 %) van de operaties is rechtstreeks gerelateerd aan het geweld, en meestal gaat het om granaat- en kogelwonden.

Het leven in de kampen
De 33.896 mensen die tijdens de eerste twee maanden van 2009 zijn kunnen vluchten uit de Vanni, verblijven momenteel in dertien kampen in Vavuniya, en nog eens 3.000 personen zijn ondergebracht in tijdelijke nederzettingen in de regio Jaffna. De kampen in Vavuniya zijn afgesloten met gebouwen zoals een school of een universiteitscampus. De mensen leven in tenten, met twee of drie gezinnen in dezelfde tent, of in openbare gebouwen. De kampen zijn zeer dichtbevolkt: soms zitten er op een groot basketbalplein tot 600 mensen opeengepakt. Ze worden omgeven door prikkeldraad, en de bewoners mogen hun kamp niet verlaten en ook niet praten met mensen uit andere kampen. Ze mogen evenmin bezoekers ontvangen, en vaak worden families verdeeld over verschillende kampen, met de man in het ene en de vrouw in het andere kamp bijvoorbeeld. De mensen kunnen niet zelf hun eten klaarmaken in de kampen, maar zijn voor hun voedsel afhankelijk van gemeenschapskeukens. Zieken kunnen wel terecht bij de openbare gezondheidsdiensten in het kamp en worden zo nodig doorgestuurd naar het ziekenhuis. Artsen Zonder Grenzen coördineeert in de kampen een aanvullend voedingsprogramma voor kinderen onder 5 jaar, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven. Elke dag maakt een team de extra voedselmix klaar en deelt het die uit aan de doelgroepen in tien van de dertien kampen.
Geestelijke gezondheidsproblemen
Veel kampbewoners hebben last van acute geestelijke gezondheidsproblemen, die momenteel helaas niet behandeld worden. De mensen hebben immers enorm te lijden onder de trauma's die ze hebben doorgemaakt in de Vanni en tijdens hun vlucht. Velen zijn verschillende familieleden of zelfs heel hun familie kwijt. Ze hebben geen contact met hun verwanten in de Vanni en weten vaak niet eens of wie achterbleef nog in leven is. Sommigen verblijven al maanden in de kampen. Velen zijn al vijf of zes keer verhuisd vóór ze de Vanni konden verlaten, op zoek naar een veiliger plek. In de kampen hebben ze geen werk, kunnen ze niet naar school en hebben ze letterlijk niets te doen, behalve wachten. Ze zijn volledig afhankelijk geworden. Van een normaal leven is geen sprake: de mensen leven voortdurend in angst. Artsen Zonder Grenzen staat klaar om de kampbewoners te helpen door hen onafhankelijke en vertrouwelijke geestelijke gezondheidszorg te bieden, en onderhandelt daar momenteel over met de autoriteiten.