Sociale media

  • NL
Open the menu

Bijkomende AZG-hulp voor vluchtelingenstroom die Tsjaad overspoelt

De oplaaiende conflicten en de verhoogde onveiligheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) drijven een aanzwellende stroom vluchtelingen over de grenzen van het buurland Tsjaad. Om de vluchtelingen op te vangen, startte AZG met de constructie van tentenkampen en latrines en voerde zij haar activiteiten inzake waterbevoorrading en volksgezondheid op. In de opvangkampen van Sido en Goré verzamelden zich inmiddels meer dan 3.500 vluchtelingen. AZG verstrekt hen daar kosteloos medische verzorging. In Sido kan ook de plaatselijke bevolking voor medische bijstand bij het AZG-team terecht.

"Tot dusver verschaften onze teams gezondheidszorg aan om en bij de 4.800 mensen in Sido en aan zowat 2.000 vluchtelingen in Goré," aldus Donatella Massai, operationeel coördinator van AZG. "In Sido organiseerden we een vaccinatiecampagne tegen mazelen, deelden we dekens uit en stuurden we een verpleegster ter plaatse om het aantal medische consultaties te verhogen. We stellen vast dat steeds meer mensen naar de dorpen rond Goré trekken. Tot nog toe telden we 1.800 vluchtelingen in Dounia, 1.399 in Komba en 1.000 in Matité. Wij zullen hun gezondheidstoestand en noden evalueren om te bepalen welke vorm van bijstand precies is vereist". Intussen zijn vier internationale medewerkers ter plaatse toegekomen. Zij zullen helpen bij het verschaffen van onderdak en het ter beschikking stellen van gezondheidszorg en veilig drinkwater door putten te graven en latrines te bouwen. Buiten de voornaamste opvangkampen zijn nog meer vluchtelingen op zoek naar een veilige toevlucht in de wildernis. Pierre Desbareau, noodhulpcoördinator van een transitkamp tussen Sido en Sarh, op zowat 60 kilometer van de grens, stelt dat "de situatie de medische verzorging extreem bemoeilijkt, en bijzonder hachelijk is omdat de mensen die een toevlucht hebben gezocht in de wildernis er het ergst aan toe zijn. Precies zij hebben de meest dringende medische verzorging nodig". "We maken ons zorgen over de vluchtelingen in de wildernis, omdat de omstandigheden met de nakende oogst en het begin van het regenseizoen bijzonder schrijnend dreigen te worden. Er rest ons niet veel tijd meer". aldus nog Desbareau. De vluchtelingenpopulatie onderscheidt zich in twee groepen: vluchtelingen die willen wachten in de kampen tot de rust in CAR terugkeert en dan terug naar huis trekken; en de "repatrianten" die enkel en alleen terug naar hun dorpen in hun thuisland willen. "De meeste vluchtelingen en repatrianten verkeren in een behoorlijke conditie. Sommigen slaagden er zelfs in om materiaal zoals dakpannen, dieren, enz. mee te brengen. Maar er zijn ook heel wat vluchtelingen die alles hebben moeten achterlaten. Tot nog toe heerste er een grote solidariteit onder de bevolking; de meeste vluchtelingen verblijven bij de lokale bevolking en werden gevraagd om in ruil voor eten en onderdak een handje toe te steken op de velden. Maar de bevolking is betrekkelijk arm, waardoor de te verdelen hulpmiddelen beperkt zijn", aldus Donatella Massai.