Sociale media

  • NL
Open the menu

Bevel om noodwoningen Tsjetsjeense vluchtelingen te vernietigen: schending van vluchtelingenrechten

De Ingoesjetische autoriteiten hebben Artsen Zonder Grenzen nog tot vandaag de tijd gegeven om 180 noodwoningen te vernietigen die de organisatie heeft gebouwd voor de meest kwetsbare Tsjetsjeense vluchtelingen. Dit bevel maakt het voor humanitaire organisaties nog moeilijker om een bevolking te helpen die steeds meer bedreigd wordt met gedwongen repatriëring.

De noodwoningen in multiplex zijn op een betonplaat geplaatst en uitgerust met een gaskachel en een stopcontact. Buiten zijn douches en toiletten geïnstalleerd. 180 noodwoningen zijn al klaar, 400 andere zijn in opbouw of zijn gepland voor eind 2003. Door het verbod moesten de werken stopgezet worden. Artsen Zonder Grenzen had nochtans mondelinge garanties gekregen van de Ingoesjetische president en beschikte over alle vereiste schriftelijke toestemmingen voor dit noodwoningenprogramma, dat 1 miljoen euro kost en waarvan de Europese Unie 70% voor haar rekening neemt. Tot de lokale gerechtelijke en administratieve overheid plots kwam aandragen met het voorwendsel dat de woningen niet in orde zijn met de stedenbouwkundige wetgeving. Daarmee bemoeilijken ze opnieuw het werk van de humanitaire organisaties in de regio. De noodwoningen zijn bestemd voor gezinnen die in onaanvaardbare omstandigheden leven in Ingoesjetië, maar niet willen terugkeren naar Tsjetsjenië. Eind januari ontmoette Artsen Zonder Grenzen alle gezinnen die in tentenkampen wonen in Ingoesjetië, om hun huisvestingsnoden na te gaan. Van de 3.191 gezinnen (in totaal 16.426 personen) wil er minder dan 2% terugkeren naar Tsjetsjenië en haalde 92% de onveilige situatie aan als belangrijkste reden voor die keuze. We herinneren eraan dat de vluchtelingen hun leven op het spel zetten als ze terugkeren naar Tsjetsjenië, waar de Russische troepen nog altijd een gewelddadige repressiecampagne uitvoeren. Sinds de lente van 2002 neemt de druk om terug te keren echter toe, vooral dan op de vluchtelingen in de tentenkampen. Zo worden er militaire detachementen gelegerd bij de kampen, hebben steeds minder vluchtelingen recht op humanitaire hulp en worden sommige kampen manu militari gesloten. Zo werd het kamp van Aki Yurt in december 2002 ontruimd. Ook de humanitaire werkers krijgen te maken met allerlei soorten agressie in de regio, waardoor hun veiligheid in het gedrang komt. Zo werd Arjan Erkel, missiehoofd van Artsen Zonder Grenzen in het buurland Dagestan, op 12 augustus van vorig jaar ontvoerd. We hebben sindsdien nog altijd geen nieuws van hem. De Russische autoriteiten moeten bewijzen dat ze Arjan onmiddellijk willen vrij krijgen en een einde willen maken aan dit klimaat van terreur en straffeloosheid. AZG vraagt dan ook met aandrang aan de lokale en federale overheid dat ze de humanitaire organisaties de nodige waarborgen bieden om de vluchtelingen daadwerkelijk te helpen en hen op geen enkele manier dwingen om terug te keren. Verder vraagt AZG aan de VN-instanties en de donoren om het recht van de Tsjetsjeense bevolking op bescherming daadwerkelijk te verdedigen. AZG is sinds 1999 aanwezig in Noord-Kaukasië om hulp te bieden aan Tsjetsjeense burgers in Tsjetsjenië, Ingoesjetië en Dagestan.