AZG reageert op repatriëring in Moxico

Als reactie op het repatriëringsproces van Angolese vluchtelingen uit de Democratische Republiek Congo en Zambia, is AZG aan het werk gegaan met basisgezondheidscentra (BGC) in twee transitkampen in de provincie Moxico in het oosten van het land. Het repatriëringsproces dat half juni op gang kwam, omhelst de reïntegratie van zo'n 440.000 vluchtelingen die door 27 jaar burgeroorlog uit hun huizen werden verdreven.

De transitkampen, gelegen in Luau en Cazombo, dienen voor de terugkerende mensen als basis waar zij drie dagen kunnen verblijven alvorens terug te keren naar hun huizen. In deze kampen heeft AZG tot nog toe 1.222 consultaties verricht in de BGC's, en onderhoudt de organisatie er momenteel ook de sanitaire en watervoorzieningen en de medische onderzoeksinstallaties. Na het vertrek van de vluchtelingen uit het kamp, zal AZG ook de opvolging en een permanente gezondheidszorg verzekeren voor de rest van de lokale bevolking. Naast de BGC's in de transitkampen, onderhoudt AZG nog dertien andere mobiele en vaste BGC's in heel de provincie Moxico, plus een ziekenhuis met 40 bedden in Luau. "Helaas is de terugtocht beladen met moeilijkheden", zegt Kostas Moschochoritis, Operationeel Coördinator van AZG voor Angola. "Veel van de dorpen waarnaar deze mensen terugkeren, zijn nauwelijks in staat om voor hun huidige bevolking te zorgen. Het verwerken van deze instroom zal helemaal niet evident zijn. Maar momenteel is nog niet eens duidelijk hoe ze thuis zullen raken, daar het transport vanuit de transitcentra nog niet verzekerd is." "Ons streefdoel voor de volgende paar maanden is het opstarten van een extern programma in de regio Moxico", stelt Moschochoritis. "Maar ons werk wordt niet alleen gehinderd door de slechte kwaliteit van de transportroutes, vooral in het regenseizoen, Angola ligt ook altijd nog bezaaid met zo'n 9 à 12 miljoen landmijnen. Dat is meer dan een landmijn per persoon. Daardoor zijn de meest hulpbehoevende mensen uitermate moeilijk te bereiken." De dreiging van de mijnen is met name voor de terugkerende vluchtelingen erg groot, aangezien velen van hen in het buitenland hebben verbleven en bekend zijn met het gevaar. Dit wordt nog versterkt door het feit dat de meesten na hun terugkeer zullen terugvallen op de landbouw om te overleven. Het is duidelijk dat hoewel het bestand van april 2002 een einde maakte aan het conflict, de naweeën van de Angolese oorlog nog jarenlang zullen worden gevoeld.