Sociale media

  • NL
Open the menu

Alarmerende voedselcrisis in Noord-Afghanistan

De voedselcrisis in Noord-Afghanistan neemt alarmerende proporties aan. Tijdens een evaluatie van de ontheemden in het kamp van Sar-i-Pul en in de zuidelijke Faryab provincie, stelde AZG een dramatische toestand vast. Het aantal ondervoede kinderen dat wordt opgenomen in de voedselcentra van AZG blijft stijgen. De vooruitzichten voor de bevolking zijn slecht. De mensen hebben al hun bezittingen verkocht, hun huizen in grote getale verlaten en hebben vrijwel geen land of zaden meer om zich voor te bereiden op de volgende oogst te herpakken.

AZG heeft herhaaldelijk aangedrongen bij donorlanden en internationale organisaties om een adequate voedseldistributie op poten te zetten. Toch is slechts een fractie van het nodige voedsel voor de verschillende districten met "hoge voedselonveiligheid" inmiddels beloofd of aangekomen. Volgens AZG is een gezamenlijke actie van de internationale gemeenschap dringend nodig om een ramp te vermijden. Operationeel Directeur van AZG, Christopher Stokes: "We weten niet waar het probleem ligt. Het enige dat we weten is dat het voedsel dat nodig is om de mensen erdoor te helpen, nauwelijks aankomt in de afgelegen gebieden van het noorden. De donoren en internationale organisaties moeten dringend samenwerken en hun engagement voor de mensen van Afghanistan waar maken." In een zopas gepubliceerd rapport toont AZG aan dat er op dit ogenblik meer kinderen in haar voedselcentra in Noord-Afghanistan zijn dan vóór 11 september. Het aandeel ernstig ondervoede kinderen is bovendien erg hoog is. Over het algemeen, zo stelt het rapport, hebben de mensen weinig tot geen voedsel meer. Diegenen met voedsel, zijn meestal op een mager dieet en sinds begin dit jaar zijn er opnieuw gevallen van scheurbuik vastgesteld, een ziekte veroorzaakt door een tekort aan vitamine C. Het rapport toont ook aan dat tweederde van de 1.290 onderzochte families hun bezittingen heeft verkocht om aan eten te geraken. Velen hebben grond en vee verkocht. Van hen die nog enig land bezitten - ongeveer eenderde van de ondervraagde gezinnen - is slechts 3 procent begonnen met zaaien. Meer dan 4,5 procent heeft geen zaden ter beschikking, wat de vooruitzichten voor de volgende oogst erg somber maken. "We geraken steeds meer gefrustreerd door de beloften van de internationale gemeenschap", besluit Christopher Stokes. "Al dat gepraat van wereldleiders, donorlanden en internationale organisaties over hun engagement voor het Afghaanse volk vertaalt zich in erg weinig hulp aan de vele mensen in de afgelegen gebieden. In Noord-Afghanistan is een nieuwe ramp in de maak, die enkel kan vermeden worden door onmiddellijke en onbeperkte actie."