Sociale media

  • NL
Open the menu

Al meer dan 2.200 zwaar ondervoede kinderen behandeld in Tanout-regio

In de tent gaan twee artsen van het ene bed naar het andere, onderzoeken ze jonge patiëntjes en praten ze met hun moeder. Aan elk bed staat een bezorgde, maar hoopvolle moeder bij haar zwaar ondervoede kind. We zitten hier in het centrum voor intensieve therapeutische voeding dat AZG runt in Tanout, één van de districten waar de voedselcrisis in Niger afgelopen zomer het hardst toesloeg. Tanout ligt vlak ten zuiden van de Saharawoestijn, in de provincie Zinder, op anderhalve dag rijden van de Nigerese hoofdstad Niamey.

“De meeste van deze kinderen zouden sterven als ze niet behandeld worden”, aldus Rosa Crestani, noodcoördinator van het AZG-voedingsproject in Tanout. “Maar als ze naar hier komen, kunnen we meer dan 90% van de kinderen redden. Sinds we hier aan de slag zijn gegaan in deze regio, eind augustus 2005, hebben we al meer dan 2.200 kinderen behandeld.” Hoewel de crisis over haar hoogtepunt heen is, blijven zwaar ondervoede kinderen samen met hun moeder toestromen in het centrum. De meesten zijn jonger dan drie jaar. “Er zijn hier altijd twintig tot veertig zwaar ondervoede kinderen aanwezig”, vervolgt Rosa. Ze worden meestal doorgestuurd vanuit ambulante therapeutische voedingscentra in het district Tanout. AZG heeft die centra zo verspreid dat geen enkele moeder met een zwaar ondervoed kind meer dan 20 kilometer moet lopen om het dichtstbijgelegen centrum te bereiken. “We proberen in onze ambulante centra zo veel ernstig ondervoede kinderen te behandelen als we kunnen”, zegt Rosa. “Op die manier ontlasten we de moeders aanzienlijk, want die hebben meestal nog andere kinderen om voor te zorgen”. De zwaar ondervoede kinderen komen één keer per week samen met hun moeder naar de ambulante voedingscentra. Eerst worden ze gewogen en onderzocht door een verpleegster. Dan krijgen ze therapeutische voeding voor één week (plumpy nut, een voedzame notenpasta die niet gekookt hoeft te worden en die het kind rechtstreeks kan innemen zonder water), de nodige geneesmiddelen (meestal tegen diarree of malaria), voedsel voor hun gezin, muskietennetten, dekens en zeep. Ze komen elke week terug tot ze volledig hersteld zijn. Sommige kinderen komen hier echter zo zwaar ondervoed toe dat ze onmiddellijk opgenomen moeten worden. AZG heeft daarvoor een ziekenwagendienst ingericht, waardoor de kinderen probleemloos het centrum voor intensieve therapeutische voeding kunnen bereiken in Tanout. “Vaak verkeren de kinderen in levensgevaar op het ogenblik dat ze opgenomen worden in het therapeutisch voedingscentrum”, gaat Rosa verder. “Ze verblijven hier samen met hun moeder en worden gedurende 24 uur onder medisch toezicht geplaatst. De zwakste kinderen krijgen eerst de nodige medische zorg en therapeutische voeding, waarna we overschakelen op plumpy nut”. Na twee weken zijn de meeste kinderen voldoende hersteld om te mogen terugkeren naar hun dorp. Daar brengt hun moeder hen eenmaal per week naar het dichtstbijzijnde ambulante voedingscentrum, tot ze er weer volledig bovenop zijn. Buiten de tent wijst Rosa naar een groep lachende moeders die daar staan samen met hun kinderen. Die zien er veel gezonder uit dan de kinderen in de tent, en toch waren ze er enkele weken geleden even erg aan toe. “Zie eens hoe opgewekt die vrouwen zijn”, zegt Rosa. “Hun kinderen hebben het overleefd, en ze weten dat ze heel binnenkort naar huis mogen.” Sinds begin dit jaar heeft AZG al meer dan 60.000 zwaar ondervoede kinderen behandeld in Niger.